Helaas wil ik dingen die elkaar in de weg zitten. Ik wil kittens, maar ook een kerstboom. Mijn huisgenoten opperen dat we deze traditie een jaar overslaan, tot de katten wat groter en rustiger geworden zijn. Ze zijn nog geen half jaar oud en rollen regelmatig als een bal-met-acht-klauwen door het huis. Maar wachten is geen optie. Kerst is geen feest zonder kerstboom, zeker nu we al moeten afzien van de gebruikelijke gezelligheid. We gaan geen pizza bakken voor twintig mensen, we gaan geen kerstliedjes zingen met de hele familie, we gaan niet met een fles champagne de straat op om alle buren te omhelzen en een gelukkig Nieuwjaar te wensen. Een vrolijk versierde kerstboom is wel het minste dat ik verwacht van deze maand.

We broeden op een compromis. Geen glazen ballen, geen engelenhaar. Boom goed stutten met blokken hout en bakstenen. Ik ga er alvast vanuit dat de katten zichzelf in de boom gaan lanceren en langs de stam óp de servieskast gaan klauteren. Dat is de enige plek in de woonkamer waar ze nog niet zijn geweest en katten zijn inherent nieuwsgierig. Ik bied boom-dienst aan: als de kerstboom omlazert door de kittens, zet ik hem netjes terug. Desnoods iedere dag. Mijn partner rolt met zijn ogen.

De hele week praten we over hoe en wat en wanneer, zoals dat wel vaker gaat met klussen die we niet geheel kunnen voorspellen. Op een middag ben ik het zat: ik koop een boom en zet hem in de schuur. Ik vraag wanneer we de boom samen vast kunnen zetten. Als ik een uurtje later thuis kom van een boodschap, is dat rotklusje gelukkig al gebeurd. De top van de kerstboom raakt, op twee centimeter, net niet het plafond. Goed uitgekiend, al zeg ik het zelf.

Gespannen doen we de deur naar de kittenkamer open. Er wordt gesnuffeld. Heel even zitten de katten elkaar na om de voet heen. Eén kitten tikt halfslachtig tegen een laaghangende tak. De andere ploft neer voor het haardvuur en keurt de boom verder geen enkele blik meer waardig. We maakten ons druk over niks, blijkbaar.

Vooruit denken en alle mogelijke scenario’s de revue te laten passeren is, soms, een sterke kant. In mijn werk heeft het me vaak geholpen. Maar uit dit voorbeeld blijkt weer dat in mijn persoonlijke leven ‘minder denken, meer handelen’ een beter adagium is.

Zou dat ook gelden voor al mijn andere tegenstrijdige verlangens? Ik wil graag meer op Dita von Teese lijken én iedere dag een roomsoes eten. Dat is misschien op te lossen met intermittent fasting en lunchen met alleen broccoli. Is het proberen waard. Ik wil waardevolle intimiteit delen met andere mensen, maar heb ook uren en uren alleen-tijd nodig. Ik wil werken, knutselen met mijn kinderen, schrijven, brood bakken, wandelen en minimaal acht uur per nacht slapen. Hoe past dat in vierentwintig uur?

Structureel heb ik er geen oplossing voor, maar deze decembermaand heb ik een meevaller. Voor het eerst sinds jaren ga ik níet uren en uren besteden aan goede voornemens of plannen maken voor het nieuwe jaar. Als we één les mee kunnen nemen van 2020, dan is het dat planning weinig helpt tegen overmacht. Daarmee heb ik zeker zes uren gewonnen! Minder prakkiseren dus, en meer doen.  En dan eens kijken hoe dat bevalt, aan het einde van volgend jaar.