“Jij gaat mijn ouders nooit ontmoeten.” Zijn antwoord klinkt wat hard, maar hij heeft een punt. We gaan een vriendschap opbouwen waar af en toe spetterende seks bij komt kijken als dikke vette bonus … waarom zouden we daar de oudere generatie mee lastig vallen? De zogenaamde relationship escalator geldt voor ons niet. We gaan niet samenwonen, geen noemenswaardige vakanties plannen, geen kinderen krijgen en niet over veertig jaar hand in hand in het bejaardentehuis zitten. Wat wij hebben, gaat over nú.

Er zijn mensen in de poly-gemeenschap die vinden dat we onze levensstijl moeten benadrukken, op de barricade klimmen, vechten voor gelijke rechten zoals ouderschap voor meerdere mensen, hypotheekverstrekking aan viertallen. Niet dat ik dat geen goed idee vind, maar ik betwijfel of het gevecht aan mij besteed is. De Amerikaanse schrijver Dan Savage en ook podcaster Cunning Minx dragen uit dat familieleden moeten accepteren dat zij polyamoreus zijn – op straffe van überhaupt geen contact meer onderhouden.

Zover wil ik simpelweg niet gaan. Ik wil mijn eigen ouders gewoon blijven zien, ook als zij het er moeilijk mee hebben dat ik met andere mensen vrij dan mijn eigen echtgenoot. Er zijn genoeg ándere dingen om over te praten dan mijn seksleven, alsjeblieft zeg. Bovendien ben ik er helemaal niet van overtuigd – na bijna vijf jaar open relatie – dat ‘polyamoreus’ op mij van toepassing is. Ik houd het voorlopig op friends with benefits.

Voor vriendschappen zijn de ingebakken culturele normen minder vast omlijnd. Je kunt een vriend hebben waar je altijd mee naar de film gaat, eentje die je nog kent van de peuterschool en eentje die je op een feestje ontmoette. Sommige vrienden vertel je over relatieproblemen, met sommigen praat je alleen over werk. Je vrienden verwachten niet dat je over de andere vrienden vertelt, dat je details geeft over hoe iedere vriendschap precies in elkaar steekt of uitlegt waaróm het een vriendschap is. Het is vrijheid, zelf een vriendschap inrichten. Er is ruimte om mooie dingen te doen die totaal onverwacht zijn.

Met die insteek stond hij op me te wachten, bij onze eerste date. Ik had van tevoren gezegd dat ik ergens ‘een ijsje wilde eten, of even koffie halen’ om hem te leren kennen, vóórdat ik mee zou gaan naar zijn huis. Dat doe ik altijd voordat ik bij iemand achter de voordeur of in de auto stap: ontmoeten op een openbare plek. Safety first. Binnen twee minuten geeft mijn gut feeling wel een seintje: blijven of rennen. Nu had ik deze man al uitgebreid online gesproken, zowel via chat als via beeldbellen (en zaten de logeerspullen al in mijn rugzak…)

Het regende een beetje toen ik aankwam bij zijn station. Ik zag hem van verre en we zwaaiden naar elkaar. Eenmaal bij hem aangekomen, na een lekkere omhelzing, stak hij een hand in zijn jaszak en zei: ‘alles is dicht vandaag, dus ik heb ze zelf maar meegenomen’ en hield me een raketje voor, zorgvuldig verpakt en nog steeds stijf bevroren. Kijk mensen, zó doe je dat. Met humor, met attentie voor detail, met goed luisteren, zo haal je mij binnen. We wandelden samen naar zijn huis, meer dan genoeg tijd voor mijn gut feeling om spinnend op te krullen, om mijn arm door de zijne te steken en te genieten van het pluizige gevoel van zijn jas tegen mijn wang. Het werd een heerlijke nacht. Ik kijk erg uit naar de volgende nú, samen met hem.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *