“Ik houd van dat vlezige van een penis,” haar ogen worden spleetjes, “en dat gevoel van helemaal gevuld worden door hem.” Alsof er lava uit de spleetjes sijpelt, als volledige belichaming van haar woorden. Het valt me weer op hoe mooi ze is, terwijl we zo tegenover elkaar zitten. Om op te eten.

Henri, haar eerste, haar enige. Binnenkort zijn ze 50 jaar samen. Daarom gaan ze een lang gedroomde reis maken. Ik vraag haar hoe hij zou reageren als zij haar geheim zou vertellen. Ze valt stil en kijkt omhoog. “Eigenlijk is het heel vreemd dat ik het nooit heb verteld. Ik ben een heel open persoon. Ik moet het hem vertellen, ik wil niks achterhouden.” Meer dan trouw zijn aan haar openheid. Tussen de regels klinkt iets van plichtbesef door. Ik voel hoe mijn vraag bij haar iets losmaakt van morele verantwoording af moeten leggen. Maar moraal heeft nog nooit tot seksuele soevereiniteit geleid.

 

L-woord

Het is alweer een flink aantal maanden geleden, dat ik tijdens een gesprek over seksuele beleving aan haar vroeg: “Ben je eigenlijk niet gewoon lesbisch?” Ze verraste me toch door te zeggen dat ze dacht van wel. Of eigenlijk, ze denkt al jaren dat ze bi is. Maar nu het L-woord via haar trommelvlies haar hersenen bereikt, lijkt dat toch een optie die dichterbij voelt.

Margriet is gelukkig in haar relatie. Ze hebben alles overwonnen. Er is liefde. Ze hebben het oprecht heel goed. Ze hebben ook een leuke buurvrouw met een lang lijf. Nee, ze flirt niet met haar. Maar ze fantaseert wel van een tijd waarop hun beider mannen gestorven zijn, waarna ze wel eens “meer dan heel erg close konden worden. Ze zeggen toch weleens ‘die moet een goede beurt hebben?’. Nou, bij haar denk ik ‘die moet een goede beurt hebben van míj!’” Ik lig dubbel, weer die spleetjes. Ze houdt van borsten, het oneindig zachte, en terwijl ze het me vertelt drijft ze weg op een wolk van eindeloze mogelijkheden. Ze vindt een man het mooist om naar te kijken als hij zijn geslacht wegstopt naar achteren.

 

Contact

“Eigenlijk zou je het liefst een vrouw met af en toe een vlezige erectie willen”, probeer ik. En alsof er iets in elkaar valt, maakt ze nu heel intens oogcontact met me. “Het liefst wil ik een transgender.” Ik glimlach en knik. Ze vervolgt met iets verslagens in haar toon dat transgenders schaars zijn. Als ik opper dat ze er wel steeds meer zijn, en dat ze er steeds meer mogen zijn, heft Margriet haar hoofd en neemt nog een slokje.

Ons gesprek maakt dat ik weer doordrongen raak van mijn privilege als hetero. Het is zo comfortabel om binnen de norm te passen. Er zijn zo veel jassen die ik nooit aan hoeft te trekken en dus ook niet uit hoeft te doen. Mijn geaardheid voldoet aan de gouden standaard. Ik sidder bij de gedachte hoe ik me gevoeld had, als ik als hetero geboren zou zijn in een wereld waar het gedachtengoed van conservatieve homoseksualiteit de dienst uitmaakte. Had ik me uit alle macht aangepast en geprobeerd acceptabel te worden?

 

Rijpen

Terwijl ze haar kopje aandachtig terugzet vang ik haar ogen die nu rond zijn: “Ik had je dat gegund, dat je daarmee had kunnen experimenteren. Ik gun je dat nog steeds.” Maar ik lees haar blik die vertelt dat het er niet meer echt in zit. Ik zeg “Misschien hoef je het niet te definiëren als iets achterhouden voor Henri. Misschien mag je het definiëren als iets dat nog gekoesterd mag worden, uitgezocht, verkend, ontdekt. Iets lekkers voor jezelf, waarmee je hem niet tekortdoet. Misschien mag het nog rijpen voor je besluit hoe en of je hem als reisgezel naast je uitnodigt?”

“Dankjewel dat je dat zegt. Dat geeft me lucht.” En als ze weg is blijft iets van haar parfum in de spreekkamer achter.

 

(Alle namen in de column zijn gefingeerd zijn en het verhaal is met uitdrukkelijke toestemming geschreven en gepubliceerd)

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)