In minder dan tweehonderd jaar tijd heeft onze omgeving haar moderne vorm aangenomen. Het historisch besef over dit feit en over hoe kort tweehonderd jaar is op de hele wereldgeschiedenis, is jammerlijk afwezig in veel eigentijdse discussies. Het ‘normale’ leven en zelfs het ‘nieuwe normaal’ op anderhalve meter, is een zeer recente uitvinding.

De eerste bruikbare camera werd in 1816 gemaakt, de eerste moderne naaimachine in 1846, het patent op toiletpapier dateert van 1857, de telefoon van 1876 en Karl Benz bouwde in 1885 de eerste echte auto. Dat betekent dat terwijl mijn betovergrootvader (een woord dat overigens pas sinds 1839 in gebruik is in de betekenis van ‘vader van overgrootouder’) met zijn hondenkar langs de huizen ging om uien, aardappelen en overige groenten te slijten, om hem heen de moderne wereld langzaam haar intrede deed. Langzamer dan elders waarschijnlijk, aangezien hij van Walcheren kwam en we Zeeland niet kennen als het bruisende centrum van koplopers. Met zijn dood in 1925 heeft hij veel ontwikkelingen gemist die we nu als vanzelfsprekend ervaren: penicilline, mobiele telefonie, warm stromend water in het hele huis, social media, vliegreizen en voorverpakte maaltijden met toegevoegde vitaminen en extra proteïne.

De afgelopen jaren heb ik geëxperimenteerd met een open huwelijk, maar daarvoor was ik een vaste afnemer van seriële monogamie én onderzoeker naar de Lage Landen in de vijftiende eeuw. Het geeft een heilzame rust om je met geschiedenis bezig te houden, al is er ook een risico aan verbonden.

Enerzijds is er steeds de bevestiging dat de mens niet veel veranderd is door de eeuwen heen. We houden dezelfde drijfveren: een dak boven je hoofd, brood en spelen, jaloezie, bewijsdrift, doodsangst en heel soms: onbaatzuchtige liefde. Het maakt dat ik al jaren geen nieuws bijhoudt, want we weten pas over 500 jaar welke items belangrijk waren. Dat is voor de historici van dan, áls homo sapiens er dan tenminste nog is.

Anderzijds verlies ik door mijn verre blik soms de dagelijkse praktijk uit het oog, of stel ik me zowel het verleden als de toekomst te rooskleurig voor. Historisch besef is zowel op macro- als op microniveau een lastige vaardigheid. Opschrijven en herlezen is dan de enige manier om inzicht te krijgen in de grotere patronen en de standplaatsgebondenheid van het moment.

Mijn dagboeken uit de pubertijd liggen in een dichtgeplakte doos. Lekker laten liggen. De aantekeningen over hoe ik verliefd werd op mijn huidige relatie heb ik onlangs herlezen. Sommige van zijn gewoontes waar ik me toen alleen over verwonderde, komen me inmiddels tamelijk de keel uit. Het omgekeerde geldt ook: mijn bagage is zeker niet lichter geworden in de afgelopen jaren. Hoeveel openheid moet je willen hebben over het verleden?

Gelukkig kan ik dit soort zaken overpeinzen op een modern toilet met zacht wc-papier.