“Ik zit met iets, ik denk dat jij het antwoord hebt, mag ik je morgen wat vragen?” Dit bericht stuurde Natasja mij. Ik ken haar eigenlijk niet goed. Ze zat eens in een workshop die ik gaf om mensen te leren hoe ze om kunnen gaan met paniek en stress. Een chocoladekoekje voor de ziel, noem ik het. Ik schrijf haar terug dat ik gelijk vroeg in de ochtend tijd voor haar kan maken. Geen seconde later dan 9.00 uur belt ze me. Haar eerste woorden zijn een verontschuldiging over dat ze misschien had moeten wachten tot 3 over 9. Ze klinkt een beetje bibberig, gehaast. “Nee hoor,” zeg ik, “je belt precies op tijd.” Ik nodig haar uit met een voorzichtig voorzetje. “Je hebt een vraag of je zit ergens mee, wat kan ik voor je doen?”

“Ja,” zegt ze, “vooral dat laatste.”

“Je kunt zeker wel raden dat ik seksueel misbruikt ben als kind?” Het is niet echt een vraag, want ze zegt er gelijk achteraan: “Ja, dat weet je wel.” En ergens heeft ze ook gelijk. Met mijn jarenlange spreekkamerervaring hoor ik ook dingen die niet met woorden worden uitgesproken.

“Ik weet niet waar ik moet beginnen. Het is heel persoonlijk. En nu ben ik bij een stuk aanbeland waar mijn vaste hulpverlener me niet goed mee kan helpen en ik denk dat jij het antwoord hebt.” Ik merk dat haar verwachting, in combinatie met de achtergrond van haar vraag, me op scherp stelt. Gelijk is er twijfel, faalangst, kan ik dit wel?

 

Lichamelijke reactie

Het lukt haar uiteindelijk woorden te vinden. Het gaat om haar lichamelijke reactie als Natasja terugdenkt aan herinneringen van misbruik. Het zijn haar eerste herinneringen, ze was nog heel erg jong. “Ik wil niet opgewonden worden, maar het gebeurt wel. Ik begrijp het niet, ik raak ervan in de war en ik wil het niet.” Haar zinnen rollen zigzaggend uit haar mond.  Ooit zag ze een filmpje bij Psytrec als onderdeel van de behandeling. Een man die een Rubik’s Cube in een oogwenk oploste had een erectie. Een genitale respons van opwinding om te presteren, niet noodzakelijkerwijs van geilheid. En weer op enigszins verontschuldigende toon zegt ze: “Ik weet wel dat je tijdens een verkrachting nat kunt worden ter bescherming. Maar dat is nu voorbij, ik ben nu niet meer in gevaar! Begrijp je me?”

En ik hoor de opluchting als ik begin te vertellen dat ik haar verhaal herken.

Het is mooi dat Natasja zelf al een goed voorbeeld heeft van hoe een genitale respons en het leveren van een geestelijke of lichamelijke prestatie niet zomaar twee verschillende dingen zijn. Het is waar dat een genitale respons je kan beschermen in gevaarlijke situaties, met als doel beschadiging te beperken en dus overlevingskansen te verhogen. De hersenen maakt het niet uit of iets levensbedreigend is, of dat het gekoppeld is aan een positieve opwinding. “Ja,” zegt Natasja, “net als bij het hard lopen. Dan ben ik ook vochtiger.” Je hersenen maken ook weinig verschil of iets in het hier en nu, of in het verleden plaatsvindt. Het hulpeloze kind blijft altijd ergens in ons. Door de situatie te herbeleven, of zelfs te herinneren, slaan je hersenen en je lijf aan, en helpen je met alles wat ze in zich hebben door de herinnering heen. Alle hens aan dek. Maar het voelt nu als verraad en het voedt de verwarring. Schuld en schaamte kloppen op de deur.

 

Overleving

Daarnaast heb ik de ervaring dat relatief veel van mijn cliënten een seksuele voorkeur ontwikkelen waarbij macht of pijn een rol speelt. Dit kan emotioneel belastend zijn en eenzaamheid in de hand werken. “Breek me de bek niet open”, zegt Natasja, en daar houdt ze het bij.

Die overleving is eerder een teken van gezondheid, dan dat er iets niet deugt. En het is belangrijk om dingen te plaatsen, op cognitief, lijfelijk en spiritueel niveau, om weer heel te worden als mens. Ik merk hoe Natasja langzaam zakt in haar spanning. Maar het kwartje valt definitief als ik haar uitleg dat de genitale respons haar niet definieert. Het is niet wat er in haar ziel huist. Zij ís niet haar lichamelijke reacties. Zij ís niet haar seksuele voorkeuren. Ze is een mooi mens in transitie, zoals we dat allemaal altijd zijn, als we onszelf dat toe staan. ‘Beter worden’, dat zouden we eigenlijk niet alleen moeten willen na trauma of ziekte. We zijn overlevers, en we zijn nog zo veel meer dan dat. Niets om je voor te schamen.

Ik realiseer me dat mijn reactie van faalangst daar ook alles mee te maken heeft. Het is die combinatie van verwachting, belang, verantwoordelijkheid en betekenis. Ik bén niet mijn angst, maar zo voelt het wel even. “Daar kan ik mee verder”, zegt Natasja. “Die reactie, daar ga ik niet over. Mijn lichaam gaat daarover. En die reactie staat niet gelijk aan genot. Mijn hersenen zijn nog niet waar mijn ziel is.”

En terwijl ze dit zegt, denk ik: “Zo had ik het moeten zeggen. Zo kan ik het vanaf vandaag zeggen.”

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *