Jaren geleden zat ik in de trein, overduidelijk zwanger. Het tafeltje kon niet eens meer naar beneden, zo enorm was de met-baby-gevulde buik. Ik was aan het breien. ‘Krijg je een jongetje?’ vroeg een medereiziger. Het truitje in wording was van blauwe wol. ‘Nee, ik wil niet weten wat het wordt, ik houd gewoon van blauw.’ Persoon in kwestie geloofde me niet en bleef volhouden dat ik een jongen kreeg, maar het niet wilde toegeven. Had ik maar gezegd dat het míjn zaak was. Ik ging in discussie: ‘Stel nou dat ik een jongen krijg die graag roze wil dragen, of balletdanser wil worden, of homo blijkt, moet ik dat dan tegenhouden? Omdat hij blauw aanmoet?’ De medereiziger negeerde mij verder en stapte bij het eerstvolgende station snel uit.

In theorie is er gelijkwaardigheid tussen de seksen, want Nederland is o zo progressief, maar je kunt een bibliotheek vullen met rolbevestigende artikelen uit allerhande media. Google voor de grap eens: ‘mijn vrouw geeft teveel geld uit’ (2 miljoen hits) of ‘mijn man doet niks in huis’ (16 miljoen hits).

Al die vooroordelen, al die culturele beelden, al die vermaningen ‘niet huilen’ (jongen) of ‘dat doet een dame niet’ (meisje) gaan onder je huid zitten en worden compleet geïnternaliseerde drijfveren die de rest van je leven kunnen bepalen. Het ‘glazen plafond’ voor vrouwen in hogere functies, het gebrek aan mannelijke leerkrachten, de betalingskloof bij gelijk werk, alles is terug te voeren op zo’n conversatie zoals ik in de trein had.

Het moederinstinct, nog zo’n valse mythe. YouTube staat vol met filmpjes van zoogdieren die andere dieren opvoeden: honden met een rits kleine eendjes achter zich aan, katten met kleine aapjes op hun rug. Het maakt niets uit welk mens voor de baby zorgt, zolang het met liefde en aandacht gebeurt. De persoon die het meeste tijd met een baby doorbrengt, wordt de persoon die ook de meeste aandacht terugkrijgt. Je ontwikkelt een instinct als je iets vaak doet, dus zo lang we vrouwen in de moederrol duwen, zijn we er verdomd goed in en zullen we zorgen tot we erbij neervallen.

Als je een meloen in een vierkant bakje laat groeien, dan wordt hij vierkant. Als je een kind levenslang vertelt dat hij een jongen is en zich daarom stoer dient te gedragen, dan wordt hij stoer. Of niet, en dan voelt hij zich daar schuldig over, en dan idealiseert hij andere mannen die wel stoer geworden zijn. Veel ingewikkelder is het niet. Leer dus luisteren. Word je bewust van je eigen vooroordelen. Vraag aan je kind, aan je partner, aan je collega in welke rol hij/zij/het zich gelukkig voelt en probeer ze te helpen – opdat ze hetzelfde bij jou doen.

 

For the record: het was een meisje. Ze draagt blauw en roze en waar ze maar zin in heeft. Ik doe mijn stinkende best om haar meer te laten zien dan een vierkant hokje, maar soms is het vechten tegen de bierkaai.