Voordat je verder leest, houd even dit citaat van de World Health Organization (WHO) in je achterhoofd. Het geeft namelijk een belangrijk kader.

Internationaal zijn seksuele en reproductieve rechten vastgelegd in verdragen die door de meeste landen zijn ondertekend. Deze rechten sluiten aan op de fundamentele en universele rechten van de mens. Voor ieder mens, met of zonder beperking. De belangrijkste seksuele rechten van het individu zijn (WHO, 2010):
• De hoogst haalbare standaard van seksuele gezondheid, inclusief toegang tot voorzieningen (anticonceptie, veilige abortus, seksuologische hulp, et cetera)
• Het nastreven van een bevredigend, veilig en plezierig seksleven
• Toegang tot en het verkrijgen van betrouwbare informatie over seksualiteit
• Respect voor lichamelijke integriteit
• Vrije partnerkeuze
• Keuzevrijheid om wel of niet seksueel actief te zijn
• Seksuele relaties met wederzijdse instemming
• Huwelijk of partnerschap met wederzijdse instemming
• Keuzevrijheid om wel of niet kinderen te krijgen en wanneer

Goed, dit gelezen hebbende …
Kun je dan als ouder, leerkracht, begeleider van cliënten in zorg, welzijn en onderwijs nog zeggen dat het niet je taak is met kinderen, jongeren, volwassenen, ouderen, cliënten, leerlingen etc. – met of zonder beperking – te spreken over relaties, intimiteit en seksualiteit en alles wat daarmee te maken heeft? Vaak krijg ik de volgende reacties als ik aan mensen vraag of ze het weleens met (jonge) kinderen, jongeren, volwassenen, ouderen, cliënten, leerlingen etc. over relaties, intimiteit en seksualiteit hebben:
“Mijn kind, leerling, cliënt geeft niks aan, stelt geen vragen, dus is daar niet mee bezig”
“Dat ga ik niet doen hoor, daar maak ik alleen maar slapende honden mee wakker”
“Daar begin ik niet aan, want dat is privé”
“Ik geef geen voorlichting aan mijn klas, dat is de taak van de ouders”
“Het niveau van mijn cliënt is zo laag, dat speelt bij hem/haar niet”
En zo kan ik nog wel even doorgaan met dit soort redenen opsommen, ik heb ze allemaal al wel een keer gehoord. ‘Om het er maar niet over te hebben.’

Ik vraag me oprecht af waar we als volwassenen, professional of niet, het recht vandaan halen om, met wat voor reden dan ook, níet te ondersteunen, op te voeden, voor te lichten met betrekking tot seksuele gezondheid en juiste informatie geven over relaties, intimiteit en seksualiteit. Over de positieve kanten én ook over de negatieve kanten ervan.

Leerlingen op basisscholen, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en cliënten in de ouderen-, jeugd-, gehandicaptenzorg zijn in hun dagelijkse leven vaak zó afhankelijk van anderen, dat ze dus ook afhankelijk zijn van ons voor info over relaties, intimiteit en seksualiteit. Daar hebben ze simpelweg recht op, en volgens mij kun je geen enkel argument bedenken dat dat zou tegenspreken. Maar waarom wordt dat dan toch zoveel gedaan, allerlei redenen bedenken om het er maar niet over te hoeven hebben? Wat is dat toch?

Waarschijnlijk heeft het ermee te maken dat je ook heel dicht bij jezelf kan komen en heel veel over jezelf kan zeggen. Over je eigen mening, je eigen visie, je eigen ervaringen en je eigen normen en waarden over relaties, intimiteit en seksualiteit. Maar eigenlijk zijn deze zaken niet van belang. Het gaat niet om jou, het gaat om de ander, en dat hij/zij zo goed mogelijk begeleid, opgevoed en voorgelicht wordt en dat je antwoord vindt op eventuele (hulp)vragen. Hier hoort een proactieve houding bij. Bijvoorbeeld proactief leerlingen uit groep 7/8 informatie geven over sexting, zowel over de leuke kanten ervan als over de risico’s. Bij een cliënt met een heel laag verstandelijk niveau kun je proactief zijn door bij verzorgingsmomenten altijd op eenzelfde manier de geslachtsdelen te benoemen en dat niet achterwege laten. Waarom wel zeggen dat je de buik gaat wassen en niet de vulva?

Een mooi, maar ook schrijnend, voorbeeld uit de praktijk: Een tijd geleden vertelde een team van een zorgorganisatie dat er (hulpvragen kwamen toen ze serieus met deze onderwerpen aan de slag waren gegaan. Zo gaf een man van 68 jaar met een matig verstandelijke beperking tijdens een gesprek over seksualiteit aan dat hij graag seks wilde hebben met een vrouw. Hij bedoelde dus geslachtsgemeenschap, of nog duidelijker, neuken. Na een traject van goed onderzoek en afstemming met eenieder die om de cliënt heen stond werd besloten dat er een seksverzorgende ingeschakeld zou worden. Dat gebeurt nu eens in de zoveel tijd en dat gaat heel goed. De man zegt ook regelmatig dat hij nog nooit zo gelukkig is geweest nu hij geslachtsgemeenschap heeft met een vrouw. Hij is zelfs zo blij, dat hij z’n gedragregulerende medicatie niet meer hoeft te nemen! Hoe mooi is dat? Maar hoe schrijnend ook? Ben je 68 jaar en heb je dan pas je eerste seksuele ervaringen op deze manier. Wat heeft deze man allemaal gemist? En wat hebben wij hem allemaal onthouden? Waarom is er niet eerder met deze man gesproken over seksualiteit en intimiteit? En moeten we ons eigenlijk niet heel erg schamen, want dit is geen uitzondering kan ik je vertellen? Er is nog zoveel te winnen op gebied van relaties, intimiteit en seksualiteit. En niet alleen in de zorg, maar in de hele samenleving.

Het wordt tijd dat we als samenleving massaal over onze handelingsverlegenheid, schaamte en taboes heen gaan stappen en dat we het recht op seksuele gezondheid serieus gaan nemen. Want iedereen is een seksueel wezen, welke beperking, ‘welk niveau, gender etc. iemand ook heeft. We mogen niemand een gezonde seksualiteitsbeleving en informatie hierover onthouden. Dit kan soms een zoektocht zijn, want het verrijkt het leven. Toch?

 

Geschreven door redactie VLAM