Door standvastige, veilige relaties ervaart de mens een gevoel van geborgenheid, dat akelig dicht bij geluk ligt. We willen graag ergens bijhoren, dat zit nu eenmaal ingebakken.

Als zestienjarige was ik de enige op mijn scholengemeenschap die rokken tot op de grond droeg en met ganzenveer en inkt proefwerken maakte – tot wanhoop van de leraren die die vlekkentroep moesten nakijken. Ik gebruikte zóveel witte schminck om mezelf de uitgemergelde-tuberculose-look te geven dat er niets meer overbleef voor de plaatselijke toneelvereniging. Er waren wel alto’s op school en een hoop skaters maar vooral heel veel doorsnee kinderen met allemaal hetzelfde haar: jongens strak achterover gekamd, meisjes met een klein gel-kuifje. De nineties in een provinciestad!

Maar ik had wel een vriendinnetje die ook gothic was. We shockeerden mijn medescholieren door op het schoolplein te tongzoenen, waarbij haar piercings tegen mijn tanden tikten. Het was een meisje dat niet wilde deugen, huis uit getrapt, begeleid wonen, blowen, zuipen, feesten, scharrelbaantjes en verder zoveel mogelijk handje ophouden bij de staat, want die kapitalistische pigs moeten maar dokken voor hun kapotte systeem.

Ze had het zelfs voor elkaar gekregen dat de tandarts, op kosten van de verzekering, haar hoektanden bijsleep tot vlijmscherp vampiergebit. We hadden samen het ‘magisch verbond’, zochten heksenrecepten op, deden rituelen in het maanlicht en naaiden slecht zittende kleding (uiteraard zwart). De film The Craft keken we wel vier keer in de bioscoop, waarbij we stiekem naar binnen slopen zonder te betalen. Terzijde: ik zag dat er een remake aankomt en nu voel ik me pas écht oud.

Ik maakte er een einde aan toen zij haar vriendje erbij wilde betrekken en met z’n drieën seks wilde hebben. (Het zou bijna twintig jaar duren voor ik rijp was voor een threesome.) Tegen die tijd was ik wel een beetje klaar met dat stijltje. Als een kameleon verkleedde ik me van gothchick naar preppy studente en probeerde ik aansluiting te vinden bij mensen die zich daadwerkelijk thuisvoelden in de kantine van een roeivereniging. Ook dat lukte nooit helemaal. Zo ging het door, jarenlang springen van clubje naar clubje, wat meestal niet meer moeite kostte dan mezelf een andere garderobe en stopwoorden aanmeten. Onder de wisselende kleding zat een wiebelige identiteit en een honger naar stabiliteit, rust en geluk.

Mijn huidige partner is standvastig, onze relatie heeft in acht jaar meer top- en dieptepunten overleefd dan sommige mensen in hun hele leven meemaken en ik begin me eindelijk een beetje veilig te voelen. Wat kost dat véél tijd en werk, dat valt me behoorlijk tegen. Jammer dat we daar zo weinig over leren. Je moet wel hele woke ouders hebben, wil je iets meekrijgen over hoe je een relatie moet opbouwen. Zelfs mensen die opgroeien in een stabiel, liefdevol gezin kunnen dat in hun eigen leven niet altijd reproduceren – omdat ze wel het eindresultaat gezien hebben, maar niet weten hoe ze eraan moeten beginnen. Daarbij is weer het risico dat ze hun eigen relaties altijd langs de lat van het ‘perfecte’ huwelijk van hun ouders blijven leggen en te weinig ruimte geven aan hun partner(s).

Als je weet waar je bij wilt horen, scheelt dat tijd en frustratie. Als je het niet weet: grote kans dat je er vanzelf terechtkomt. Simpelweg door steeds te kiezen voor de activiteit, opleiding, richting en vrienden die je leuk vindt en waar je energie van krijgt. Zoek jouw soort mensen, ze maken je gelukkig. En jij hen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *