We zitten weer binnen en het wordt waarschijnlijk alleen nog maar erger. Ik zie om me heen dat mensen de corona-maatregelen aangrijpen om te gaan samenwonen. Dat snap ik: als die avondklok echt ingaat, is het straks strafbaar om na een gezellige avond met je geliefde terug te fietsen naar je eigen huis. Bovendien zijn er genoeg mensen die op dit moment hun werk kwijtraken of minder gaan verdienen en dan is een woning delen de goedkopere optie. Houd goed in de gaten wat er allemaal bij komt kijken!

Of je met je parner gaat samenwonen, of bijvoorbeeld intrekt bij een bestaand huishouden, hoe gaan jullie ervoor zorgen dat je niet gestoord wordt van elkaar? Daar denk je misschien niet aan in het begin. De eerste weken is het superspannend dat je eindelijk zo dicht op elkaar kan zitten, iedere avond gezellig uit eten…oh nee…met afgehaald eten een serie bingen, ook leuk. Samen douchen, samen ontbijten, samen wandelen, het lijkt allemaal heerlijk. Maar er kómt een moment dat je echt even ruimte voor jezelf nodig hebt. Maak daar van tevoren afspraken over, voordat je een schreeuwruzie in de keuken hebt over wie het laatste blik knakworst opgegeten heeft. Dus af en toe apart van elkaar wandelen, rustig kunnen werken in een kamer waar niet iemand anders óók zit te videobellen, in een bad liggen of lang douchen zonder dat iemand je tegen een koude wand duwt voor sexy times.

Ik ben hier slecht in. Tegen de tijd dat ik ruimte voor mezelf claim, loop ik al drie dagen over. Het helpt niet dat ik een ontzettende huismus ben. Maar we hebben een oplossing gevonden: partner gaat dagelijks met het grut wandelen en ik ben dan alleen thuis. Zalig.

Als je op proef gaat samenwonen, zorg dan dat je de andere opties openhoudt. Hou je eigen kamer, appartement of huis aan en ga daar ook af en toe alleen heen voor minimaal 24 uur. Voelt het na twee maanden echt beter om samen te zijn? Dan kan je de oude woning wel opzeggen.

Dan de financiële kant. Er zijn mensen (mijzelf incluis) die verblindt door de romantische gloed van samen slapen, douchen en dineren, vergeten om even te overleggen hoe het geld gaat rollen. Toch wel belangrijk. Kijk op de website van de Belastingdienst naar fiscaal partnerschap. Als je getrouwd bent of samen een kind hebt, ben je automatisch fiscaal partner en worden de belastingaangiften aan elkaar gelinkt. Dat kan grote gevolgen hebben voor je teruggave. Het systeem is (natuurlijk, zucht) alleen ingericht op twéé mensen in een relatie. Als je dus met meerdere mensen samenwoont, ook als jullie samen kinderen opvoeden, moet je een manier afspreken waarop je belastingaangifte doet. Want met drie volwassenen trouwen of een geregistreerd partnerschap afspreken, kan nog steeds niet. Neem dan ook gelijk even mee wie de boodschappen betaalt en of je gezamenlijk wilt sparen voor de vakanties. Zorg ook altijd voor een buffer, voor de kapotte wasmachine. (Of voor de verhuiswagen, mocht het samenwonen toch, na corona, vreselijk blijken te zijn.)

Tenslotte het allerbelangrijkste: verwachtingsmanagement. Ik heb door schade en schande geleerd om in een vroeg stadium uit te vragen wat de verwachtingen van anderen zijn, en op tafel te leggen wat ik zelf verwacht. Het is de enige manier om onnodige strijd te voorkomen. Ik verwacht dat ik rustig kan werken, dat ik naar bed kan wanneer ik wil, dat iedereen rommel achter zich opruimt en dat we taken eerlijk verdelen. Ik hóóp ook nog steeds op ontbijt op bed.

 

 

 

Iedereen heeft wel iets waarvan ze zeggen: dat ga ik nóóit doen! Niet zelden is het iets wat je ouders deden en waarvoor je je doodschaamde. Elkaar aangeschoten toedrinken in een vakantieoord: ‘wat hebben we het toch gezéllig samen!’ Of luidkeels klagen als je niet snel genoeg bediend wordt. Of altijd dezelfde flauwe grappen maken, tot de hele familie ze kan dromen en snel een rondje om gaat lopen als Oom Hendrik weer op de praatstoel zit.

Ik was ooit op bezoek bij vrienden die geen kinderen hadden. Er woonde een kat in dat huis. Ik wil niet zeggen: ze hadden een kat, want het is natuurlijk andersom. Een hond héb je, een kat heeft personeel. Tot mijn absolute gruwel hoorde ik het stel tegen elkaar zeggen: ‘heb je brokjes van papa gehad?’, en: ‘mama komt je zo kammen.’ Met een lichte smaak van braaksel achterin mijn keel nam ik me voor om nooit, maar dan ook NOOIT in de derde persoon over mezelf te praten tegen een huisdier en helemaal niet aan mezelf te refereren als ‘mama’. Dat leek me de absolute doodssteek voor je relatie én voor het behouden van enige vorm van seksueel genot.

Inmiddels woon ik samen met twee katten en twee kinderen en een wisselend bestand aan volwassenen. Er wordt regelmatig aan mij gerefereerd als ‘mama’. Gisteren betrapte ik mezelf erop dat ik tegen vier vragende groene kattenoogjes zei: ‘heeft papa jullie al een snoepje gegeven?’ Blijkbaar zijn alle dingen die je nooit nooit nooit ging doen een glijdende schaal. Ik draag ook al maanden dezelfde legging (wordt wel tussendoor gewassen hoor) en er zijn dagen dat ik überhaupt de deur niet uit ga. Zelfs eten, iets waar ik altijd van kon genieten ongeacht hoe slecht de omstandigheden waren (platzak, dakloos, weg kwijt), begint zijn glans te verliezen.

Het ligt natuurlijk niet aan ons. Het ligt aan de internationale pandemie en bijbehorende maatregelen. En dat gaat nog wel even duren, dus we moeten een manier verzinnen om ermee te leven. Ik heb ten eerste eindelijk een goed voornemen gevonden waar ik me wél aan kan houden: net zoveel koekjes bakken als ik, of de kinderen, zin in hebben. We eten er niet eens veel meer dan voorheen, want de andere kinderen in de straat ruiken de oven ook en staan met gretige blikken voor de deur.

Meer seks vind ik ook wel een goede, al neemt de aantrekkelijkheid wel af naarmate je dichter op elkaar zit. De hele dag met elkaar in huis zitten, betekent ook dat er weinig meer is om samen enthousiast over te worden. De eerste lockdown, vorig jaar, viel dat nog mee. Maar inmiddels snak ik wel naar een goed seksfeest, iets waar ik in het verleden nogal terughoudend over was. Zoals het er nu uitziet, is dat misschien wel het laatste wat terug gaat komen in onze maatschappij. Dus tot die tijd houd ik me voor dat er een verschil is tussen ‘papa’ zeggen tegen de huisdieren en ‘Daddy’ op een seksfeest, en dat we dat vooral in ere moeten houden.

Deze vakantie ben ik aan het nadenken over representatie. De ene kerstfilm na de andere gaat over hoe, na vele jolige omzwervingen, de jongen het meisje krijgt en iedereen nog lang en gelukkig leeft. Af en toe gaat er iemand dood, maar echt tragisch wordt het nooit. De Noorse Netflix serie Hjem til Jul  (Thuis voor Kerst) leek even veelbelovend, met een verpleegster vol tatoeages die na de kerstborrel in de tram met een eveneens vrouwelijke collega zoent, maar (spoiler alert) ook dat eindigde weer met een Assepoester-syndroom. Leuke serie daar niet van, maar zo verschrikkelijk voorspelbaar. Het wordt zo langzamerhand echt saai, al die jongen-meisje-zoenen-en-klaar-scènes.

 

Het is helaas wel waar we mee opgroeien: hetero-gerichte, monogame, tot-de-dood-ons-scheidt verhaaltjes. Bijgevolg vond ik het een schok om te ontdekken, op de rijpe leeftijd van vijfendertig, dat de moeilijkheden niet eindigen als je getrouwd ben, maar dan net beginnen. Wat je allemaal tegenkomt aan vooroordelen, niet normaal gewoon. Je hebt zelf helemaal niet door welke bagage je meedraagt, tot je gaat samenleven met iemand die een hele andere kijk heeft op feestdagen, opvoeding, afval scheiden, handdoeken opvouwen, etentjes organiseren, films kijken, boeken lezen, sporten en ontspannen.

 

Eenzelfde soort giftige stress omringt het zwanger zijn (van het eerste kind tenminste). Iedereen, zonder overdrijven, praat tegen je over de bevalling. Je krijgt aan alle kanten ongevraagde tips en adviezen. Maar er is bijna niemand die duidelijk kan uitleggen hoe je leven gaat veranderen als dat kind er eenmaal is. Het is net alsof we neurologisch geprogrammeerd zijn om vast te houden aan een afgerond verhaal, in zo’n sterke mate dat we niet voorbij een bruiloft, of bevalling, kunnen kijken.

 

Waarom leren we niet hoe je een relatie moet onderhouden? Heeft iemand van jullie op school geleerd om over emoties en wensen te praten, op een rustige en ingetogen manier, met behoud van eigen grenzen? Of dat de veelgebruikte term respectafgeleid is van het Latijnse respicere, dat ‘opnieuw bekijken’ betekent? Terwijl dat precies is dat ik van een partner zou willen vragen en ook zelf wil kunnen geven: we bekijken elkaar opnieuw, keer op keer, met open ogen en harten.

 

Laten we eerlijk zijn, de overheid werkt ook niet mee. Neem nou de corona-maatregelen. Per huishouden met twee volwassenen mag je maximaal twee andere volwassenen ontvangen. Maar wat nou als jouw huishouden uit drievolwassenen bestaat? Ouders met inwonende tieners hebben dit probleem natuurlijk ook, maar ik heb te weinig aandacht gezien voor huishoudens die nèt even anders zijn. Het zou me niet moeten verbazen, de minderheid komt er meestal vrij karig vanaf als er grootse bewegingen zijn in de cultuur, of in dit geval, in de richtlijnen van de overheid.

 

Precies daarom is het belangrijk dat we meer boeken, series, verhalen en voorbeelden in schoolboeken krijgen van hoe het leven anderskan dan het afgezaagde beeld dat ons steeds weer wordt voorgeschoteld.  Minder geschiedvervalsing zou ook mooi zijn. Het is een complete mythe dat monogamie al tweeduizend jaar de norm is. De genderrollen tussen man en vrouw zijn ook een vrij recente uitvinding en worden gelukkig steeds meer uitgedaagd. Laat iedereen gewoon lekker zijn wat hij/zij/hen/zullie zelf wil. Dat is mijn enige voornemen voor 2021.

 

 

Normaliter ben ik streng over mensen die zich vervelen. Ga maar iets nuttigs doen, ruim een keukenkastje op, neem een hobby, leer een taal, schrijf een brief. Alleen vervelende mensen vervelen zich, zou ik zeggen. Maar na een week in bed liggen met de gevolgen van covid-19, ben ik echt verveeld. Lezen gaat niet goed, mijn ogen willen niet lekker focusen. Netflix boeit me totaal niet. Mijn handen trillen dus kerstkaarten schrijven lukt niet goed en bovendien, kan ik het wel maken om in mijn huidige staat enveloppen dicht te likken? Ten einde raad installeer ik Tinder op mijn telefoon.

Ik upload een selfie die ik maakte om te laten zien hoe blij ik was met mijn eerste leren motorjack, waarop ik bevallig in de camera sta te smizen. Ik knal er een paar steekwoorden onder (beginnend schrijver, moeder, open relatie) en begin met swipen. Binnen vier foto’s kom ik tot mijn schrik de stalker van twaalf jaar geleden tegen, waar ik destijds mijn mobiele nummer voor heb moeten veranderen. Kleine wereld. Snel naar links swipen, die idioot wil ik nooit meer zien. Al ben ik nu niet meer zo bang als ik toen was, waarschijnlijk zou ik nu zonder aarzelen zijn neus breken als hij in de buurt kwam. Hij was het bord-voor-kop type stalker: iemand die oprecht niet begrijpt dat hij te ver gaat en maar blijft bellen. Iedere dag. Drie weken lang. Er is iets behoorlijk mis als een jongeman het idee heeft dat dat normaal gedrag is richting een dame. Op zich een goed teken dat hij vrijgezel is, maar het zou nog beter zijn als we een middel krijgen om iemand compleet uit de dating pool te verwijderen. Bij voorkeur met een shovel.

Het swipen is behoorlijk verslavend. Via de instellingen heb ik zelf een aantal dingen aangepast, zoals dat ik mannen wil zien tussen pakweg 40 en 50, maar het algoritme doet ook van alles op eigen kracht. Er is een soort onzichtbare populariteitsmeter gaande en schijnbaar is de enige manier om ‘betere’ matches te krijgen, zelf betere foto’s te posten die sneller en meer geliked worden. De categorie mensen die je voorgeschoteld krijgt, is de klasse waar je zelf ook in zit, theoretisch gezien.

Ik heb al snel het vermoeden dat het systeem gemanipuleerd wordt ten nadele van vrouwen. Het kan toch niet kloppen dat als ik een lieve foto van mezelf gebruik, met open blik en mooi gezicht, goede bos hout voor de deur en beminnelijke glimlach, dat de mannen in mijn klasse bestaan uit figuren als ‘Ger’, die een selfie heeft gemaakt van alleen zijn neusgaten en eronder schrijft dat hij van ‘gezelligheid’ houdt? Waarschijnlijk worden de matches beter als ik ga betalen, maar dat weiger ik principieel. Bovendien is het veel te leuk om iedereen naar links te knallen. Het blijkt ontzettend goed voor mijn ego om man na man af te wijzen, meestal onder smakelijk gegniffel. Het enige wat me spijt is dat ik niet met drie vriendinnen samen op de bank kan doen, flesje wijn erbij.

Een paar observaties: in mijn generatie zijn er buitensporig veel mannen die Jeroen heten, dat is wel duidelijk. Daarnaast zijn er vrij veel die zich als ‘J’ identificeren, waarschijnlijk dus óók Jeroen heten en zelf wel snappen dat dat geen unique selling point meer is. Er zijn ook teveel mannen die over zichzelf praten in verkleinwoorden (‘ondeugend boefje’), wiens beste foto met een glas bier op het terras is, of die een kind tegen zich aandrukken waarvan het gezicht weggeblurd is. Ik snap wel dat je wilt laten zien dat je een liefhebbende vader bent, maar zo lijkt het meer op een opsporingsfoto van Terre des Hommes.

De absolute top, waardoor ik zo’n vreselijke hoestbui krijg dat ik half uit bed hang en mijn longen uit mijn neus voel komen maar ondertussen nog stééds moet lachen, vormen de gedichtjes. ‘Dennis, a name poem: Desire for a true love, Energy for a new day, No time to waste, New life everyday, Ice to enjoy together, Steady relationship?’ Nee, Dennis, nee. Stoute jongen. Terug in je mand. En geef me de Strepsils aan, want ik stik.

 

 

Er staat tenminste een kerstboom bij de teststraat, dat verhoogt de sfeer aanzienlijk. Want het blijft een hele nare ervaring om door een ingepakte student met een wattenstaafje achter mijn huig gekrabt te worden. Met het volgende staafje probeert hij via mijn neusgat zó dicht bij mijn hersenen te komen dat ik flitsen zie van oud-Egyptische mummificatierituelen. Maar ik heb geen keuze: midden in de winternacht werd ik wakker met 39,5 graden koorts, spierpijn, hoofdpijn en hoesten. Een beetje draaierig fiets ik terug naar huis en kruip weer in mijn bed. De uitslag is er binnen een dag: positief.

De verwarring tussen positief en negatief is net zoiets als rechts en links: bij sommige mensen landt het nooit helemaal. Het blijft me verbazen dat negatief nieuws iets is om verdrietig over te zijn, maar dat een positieve testuitslag óók niet goed is. Bij de GGD hebben ze inmiddels geleerd dat de boodschap warrig over kan komen, want direct na de uitslag staat ‘dat betekent dat je het coronavirus hebt.’ (Is dit het moment om bezwaar te maken tegen het feit dat steeds meer instanties ongevraagd de tweede persoon enkelvoud gebruiken om burgers aan te spreken? Waarschijnlijk niet.)

Een dag later, ik zit inmiddels alweer op de bank, koorts een eind gezakt, belt er een vriendelijke studente voor bronnen- en contactonderzoek. Ze hakkelt door de vragenlijsten heen, ik blader terug in mijn agenda die deprimerend leeg is. We komen tot de conclusie dat ik bijna niemand heb gezien in de afgelopen twee weken en dat er geen duidelijke bron is voor mijn besmetting. Het is best gezellig aan de telefoon, ik ben blij om eens een volwassene te spreken waarmee ik niet de hele dag opgesloten zit. Dan blijkt dat ze dezelfde studie doet die ik twintig jaar geleden heb afgerond en nog steeds les krijgt van professoren die in mijn tijd al oud waren. Het kost me enige moeite haar te laten gaan. Ik wil het liefste vragen of ze vanavond terugbelt zodat we haar aankomende carrière kunnen doornemen. Alleen heb ik haar net laten aankruisen dat ik ook last heb van diarree.

De rest van de middag gebeurt er niets. Ik haal een kopje thee in de keuken en loop terug naar zolder. Het duurt een half uur voor ik weer op adem ben van die inspannende exercitie. Ik kijk een serie en doe een middagdutje. Ondertussen beginnen twee afzonderlijke gedachten zich aan me op te dringen.

Ten eerste hoezeer ik het contact met mensen, willekeurige mensen, mis op dagelijkse basis. Geen collega’s meer in de kantine, geen spontaniteit van een leuk gesprek in de trein, geen losse, vrolijke, ongedwongen contacten van vreemde mensen op onverwachte plaatsen. De ontmoeting waarvan je ‘s ochtends niet weet dat die te gebeuren staat, de uitwisseling van een glimlach met een onbekende, het helpen van een klant, dat zijn dingen die me energie geven. Ik merk nu pas, nu ik in volledige isolatie zit, hoe diep het gemis is.

Ten tweede voel ik enorme opluchting dat ik, op de vraag naar intieme relaties, geheel naar waarheid alleen partner en kinderen hoef te noemen. Niet omdat ik me schaam voor ‘wat de mensen denken’ als ik een hele polycule af zou moeten tikken op zo’n moment. Ik sta achter polyamorie als concept, ik voel alleen steeds sterker dat het écht niet mijn manier van leven is. Ik heb een beperkt aantal slots in mijn centrale intimiteitsprocessor: mijzelf, mijn kinderen, een partner. Alle verbreding daarvan gaat, in ieder geval bij mij, ten koste van de diepte.

Met hoeveel mensen ik contact maak is nu een puur theoretische kwestie, want géén intiem contact is de norm voor deze week. Dat geldt niet voor de katten, die zielsgelukkig liggen te ronken bovenop hun persoonlijke kachel. Wat hen betreft mag ik elke dag koorts hebben.

Helaas wil ik dingen die elkaar in de weg zitten. Ik wil kittens, maar ook een kerstboom. Mijn huisgenoten opperen dat we deze traditie een jaar overslaan, tot de katten wat groter en rustiger geworden zijn. Ze zijn nog geen half jaar oud en rollen regelmatig als een bal-met-acht-klauwen door het huis. Maar wachten is geen optie. Kerst is geen feest zonder kerstboom, zeker nu we al moeten afzien van de gebruikelijke gezelligheid. We gaan geen pizza bakken voor twintig mensen, we gaan geen kerstliedjes zingen met de hele familie, we gaan niet met een fles champagne de straat op om alle buren te omhelzen en een gelukkig Nieuwjaar te wensen. Een vrolijk versierde kerstboom is wel het minste dat ik verwacht van deze maand.

We broeden op een compromis. Geen glazen ballen, geen engelenhaar. Boom goed stutten met blokken hout en bakstenen. Ik ga er alvast vanuit dat de katten zichzelf in de boom gaan lanceren en langs de stam óp de servieskast gaan klauteren. Dat is de enige plek in de woonkamer waar ze nog niet zijn geweest en katten zijn inherent nieuwsgierig. Ik bied boom-dienst aan: als de kerstboom omlazert door de kittens, zet ik hem netjes terug. Desnoods iedere dag. Mijn partner rolt met zijn ogen.

De hele week praten we over hoe en wat en wanneer, zoals dat wel vaker gaat met klussen die we niet geheel kunnen voorspellen. Op een middag ben ik het zat: ik koop een boom en zet hem in de schuur. Ik vraag wanneer we de boom samen vast kunnen zetten. Als ik een uurtje later thuis kom van een boodschap, is dat rotklusje gelukkig al gebeurd. De top van de kerstboom raakt, op twee centimeter, net niet het plafond. Goed uitgekiend, al zeg ik het zelf.

Gespannen doen we de deur naar de kittenkamer open. Er wordt gesnuffeld. Heel even zitten de katten elkaar na om de voet heen. Eén kitten tikt halfslachtig tegen een laaghangende tak. De andere ploft neer voor het haardvuur en keurt de boom verder geen enkele blik meer waardig. We maakten ons druk over niks, blijkbaar.

Vooruit denken en alle mogelijke scenario’s de revue te laten passeren is, soms, een sterke kant. In mijn werk heeft het me vaak geholpen. Maar uit dit voorbeeld blijkt weer dat in mijn persoonlijke leven ‘minder denken, meer handelen’ een beter adagium is.

Zou dat ook gelden voor al mijn andere tegenstrijdige verlangens? Ik wil graag meer op Dita von Teese lijken én iedere dag een roomsoes eten. Dat is misschien op te lossen met intermittent fasting en lunchen met alleen broccoli. Is het proberen waard. Ik wil waardevolle intimiteit delen met andere mensen, maar heb ook uren en uren alleen-tijd nodig. Ik wil werken, knutselen met mijn kinderen, schrijven, brood bakken, wandelen en minimaal acht uur per nacht slapen. Hoe past dat in vierentwintig uur?

Structureel heb ik er geen oplossing voor, maar deze decembermaand heb ik een meevaller. Voor het eerst sinds jaren ga ik níet uren en uren besteden aan goede voornemens of plannen maken voor het nieuwe jaar. Als we één les mee kunnen nemen van 2020, dan is het dat planning weinig helpt tegen overmacht. Daarmee heb ik zeker zes uren gewonnen! Minder prakkiseren dus, en meer doen.  En dan eens kijken hoe dat bevalt, aan het einde van volgend jaar.

 

 

 

Het is zover, het eerste nummer van Vlam magazine is uit! Wat een genot om de prachtige glossy in handen te hebben en het vlammende resultaat te zien van alle harde werk van de redactieleden. Als stukjesschrijver en interviewer ben ik trots om mijn naam in het blad te zien! Zo’n eerste keer is altijd spannend.

Weet jij jouw eerste keer nog? Welke van alle ‘eerstelingen’ is je het meeste bijgebleven? Eerste keer tongzoenen vergeet ik nooit: ik was veertien en op vakantie met mijn ouders in Schotland. Na een dag rijden, genoten we in een piepklein havendorpje van pubfood en drank. Mijn half pint cider werd keer op keer volgeschonken, niemand die een vraag over mijn leeftijd stelde. Mijn ouders dronken zelf ook stevig door.

Een paar jongelui, die we overdag hadden moeten laten staan toen ze stonden te liften omdat onze huurauto nokkievol zat, kwam een praatje maken. De grootste van de twee, een rugbyspeler genaamd George, schoof al snel dicht tegen me aan. Toen we tegen elven de pub uitgeveegd werden, viel ik tegen hem aan. Mijn hoofd draaide van de alcohol en het geklets. Hij tilde me op alsof ik niks woog, liep mij in zijn armen de weg af en zoende me, zijn rug naar mijn ouders gekeerd. Die lachten alleen maar. Na een kwartiertje waren ze de kou zat en riepen ze me mee naar het hotel.

George beantwoordde zowaar het kaartje dat ik hem later stuurde. In lelijke hanepoten schreef hij dat hij naar Londen was verhuisd. Toen ik twee jaar later eens op vakantie was in Londen, zocht ik de pub op waar hij werkte. Behalve dan dat hij er allang weg was, samen met de kassa. Onderweg naar Schotland was hij uit de trein gehaald en vastgezet voor meerdere diefstallen. Exit George.

Diezelfde avond in die pub in Londen, deed ik ene Barry op die één keer bij mij op bezoek kwam in Nederland. Hij sliep toen twee nachten achter elkaar niet, wat ons gelegenheid gaf iets aan mijn maagdelijkheid te doen (weer een eerste keer, niet erg memorabel). Toch vond ik het raar dat hij helemaal geen oog dicht deed. Wat bleek: Barry had cocaïne gesnoven omdat hij bang was anders het vliegtuig te missen. Mijn suggestie dat hij een wekker had kunnen zetten, of een uurtje eerder naar het vliegveld had kunnen gaan, werd beantwoord met een glazige blik. Exit Barry.

Gelukkig is mijn track record wat betreft partners daarna behoorlijk verbeterd, al blijf ik een zwak houden voor een Schots accent.

Laten we eerlijk zijn, de eerste keer tongzoenen of seks is meestal geen succes. Dat ligt aan gebrekkige voorbereiding. Je kúnt sommige dingen niet voorbereiden als je er geen lijflijke ervaring mee hebt. Een schriftelijke cursus fietsen is ook gedoemd om te falen. Dat geldt voor intimiteit opzoeken net zo goed. Hoe weet je wat je lekker vindt, of hoe je daar om moet vragen, als je dat nooit hebt gedaan?

Gelukkig zijn mensen goed in van elkaar leren, en in samen voorbereidingen treffen. Je inlezen is de perfecte eerste stap. En dat kan nu, in Vlam magazine natuurlijk! Bovendien kun je op de website vragen stellen aan de experts achter Vlam, die zo knetterhard werken om het magazine uit te geven. Lees mee, stuur je vragen, abonneer en geniet. Ik ga ook genieten, van het lezen van de eerste Vlam, en van het schrijven van stukjes voor jullie!

 

 

Stel je voor, je wordt wakker en drie heerlijke seconden lang knipper je met je ogen en voel je het vooruitzicht van een nieuwe dag oprijzen in je bewustzijn. Dan valt er een domper over alles heen en in de seconden die daarop volgen, weet je weer waarom: relatieproblemen.

Ten eerste: in hoeverre hebben de huidige covid-perikelen invloed op je gemoed? Het is mogelijk dat je je gedeprimeerder voelt dan je gewend bent. Je staat daar niet alleen in: de rest van het land, maar ook de rest van de wereld heeft er last van. Wat weer een verbroederende gedachte is! Wees mild voor jezelf en neem wat tijd om de wolk in je hoofd uit elkaar te vlooien.

Je weet het zeker: het zit niet goed tussen jou en een van je partners. Er kan iets gebeurd zijn tussen jou en je partner wat tot een vertrouwensbreuk leidt. Of jij hebt je grenzen niet op tijd aangegeven en de ander is er (onbewust) overheen gegaan. Of jullie hebben elkaar verkeerd begrepen en de ruzie is nog maar net bijgelegd. Of de ander heeft een keuze gemaakt die je niet kunt respecteren, waardoor je zelfs respect verliest voor je partner als persoon. Wat moet je doen als een relatie constant aan je knaagt?

Mira Kirschenbaum, relatietherapeut met meer dan dertig jaar ervaring, zegt dat wat we aantrekkingskracht of vibe tussen mensen noemen, feitelijk niet bestaat. “Chemie bestaat uit vijf ingrediënten: dat je je op je gemak voelt bij elkaar, dat je je veilig voelt in je relatie, dat het leuk is om samen te zijn, dat je passie en genegenheid voor elkaar voelt en tot slot dat je voelt dat er wederzijds respect is. Is de grootste verliefdheid voorbij, dan kom je erachter of je relatie deze vijf ingrediënten heeft. Als dat niet het geval is, kun je er beter een punt achter zetten.”

Oei, wat is het ineens stil, lieve lezers! Zijn jullie allemaal in je hoofd deze vijf punten aan het analyseren voor de liefdesrelaties in je leven? Bedenkt wel even dat niet alle vijf op ieder moment waar hoeven te zijn. Iedere relatie telt hoogtepunten en dieptepunten en dat is maar goed ook, anders zou het leven heel saai worden. Je kan geluk niet voelen zonder het tegenovergestelde mee te maken. Bedenk ook dat je niet direct met een relatie hoeft te stoppen, alleen omdat iemand in het vakgebied zo’n breed advies geeft. Je kunt ervoor kiezen om te knokken.

Wat niet genoemd wordt in deze schijf van vijf, is de relatie tot jezelf. Even persoonlijk: ik heb moeite met me veilig voelen. Daar heb ik heel vaak moeite mee, in veel verschillende situaties. Ik weet dat gelukkig van mezelf, dus als ik in een supermarkt / op een festival / aan de keukentafel een unheimische vibe krijg, kijk ik eerst naar binnen. Ligt het aan mij? Ben ik de emotionele versplintering die ik van vroeger met me mee zeul foutief aan het toepassen op het hier en nu? Zo ja, dan kan het gevoel overboord: kom, schenk mijn glas weer vol en we gaan door.

Iedereen neemt eigen bagage mee en het helpt om je daarvan bewust te zijn. Daar hoef je je niet schuldig over te voelen. Ook de mensen die er perfect uitzien, hebben hun eigen problemen, je ziet ze alleen niet. Maar als jouw problemen je geluk in de weg staan, is het tijd om daar iets aan te doen. Want het zou zonde zijn als je een liefdesrelatie verbreekt om een reden die niks met heden of toekomst te maken heeft.

Hoe weet je dan of je relatie goed zit? Het is best simpel. Als je niet op alle vijf bovengenomende punten direct een volmondig ‘Ja!’ kunt antwoorden, dan is er sowieso werk aan de winkel. Hoe kom je dan tot een beslissing? Tip: schrijf drie maanden lang iedere dag op hoe je relatie voelde. Probeer daarbij eerlijk te zijn en ook positieve emoties te noteren, naast irritaties als ‘weer vuile sokken op de grond’. Als je na drie maanden terugleest en heel verdrietig wordt van wat je aantreft, is het tijd voor een gesprek. Zodat je in de toekomst blijer wakker kunt worden, en dat gevoel de hele dag vast kunt houden.

 

 

 

Nu het november is en mijn adem wolkjes maakt in de frisse ochtenden, krijg ik zin in winterdingen. Ik ben altijd fan geweest van de winter: eindelijk legitiem binnen zitten bij de haard. Lekker handwerken, lezen of marshmellows roosteren. Dat wil ik het hele jaar wel! Vanaf november gaat het iedereen gelukkig meedoen. Dan ben ik ineens geen luie binnenzitter meer, maar een gezellige cocooner. Maar: met de winter komen ook de feestdagen om de hoek kijken, wat een lastige tijd kan zijn om te laveren.

Voor mensen die net even afwijken van hetero-mono-normatieve samenleving: kan je zowel je vriendin als je vriend mee meenemen naar het familiediner? Hoe verdeel je de feestdagen tussen je partners, wie krijgt er voorrang? Vinden al je partners elkaar aardig genoeg om samen onder een kerstboom te zitten?

Eerst de problemen rondom biologische familie. Dan Savage, Amerikaanse schrijver en LGBTQ+ activist, adviseert om familie een jaar de tijd te geven om te wennen aan wie je bent. Bijvoorbeeld: je ouders krijgen twaalf maanden om te accepteren dat jij [vul in: poly/homo/lesbi/queer of anders … ] bent en als ze in die tijd niet bijdraaien, spreek je niet meer met ze af en vier je geen feestdagen meer met ze. Ik vind dat nogal hard. Een jaar is kort.

Stel: je moeder spreekt zich uit tegen polyamorie. Ze wil niet dat jij gekwetst wordt, is bang om nooit oma te worden of boos dat je afwijkt van het man-vrouw-huis-kind model. Na een jaar is ze niet van gedachten veranderd. Maar je kan wél prima met haar over andere dingen praten, de sfeer is niet slecht. Moet je dan alle banden doorsnijden? De motivatie om de relatie te verbreken kan zuiver zijn: familie moet jouw héle persoonlijkheid accepteren, niet alleen de delen die ze aanstaan. Maar sommige verschuivingen hebben écht jaren de tijd nodig. Je mag zelf beslissen of je iemand die tijd wilt gunnen.

Bewaak wel je grenzen. Zeg bijvoorbeeld duidelijk dat je weggaat als de ouder in kwestie iets negatiefs zegt over jouw liefde. Als dat toch gebeurt, sta rustig op en vertrek, zonder ruzie te maken. ‘Het was gezellig, maar die opmerking was over mijn grens. Tot de volgende keer!’ Denk aan Michelle Obama: when they go low, we go high.

Dan het probleem van wie bij wie, op welke feestdag. Dit jaar moet je de feestdagen noodgedwongen meer spreiden. Nu we met anti-corona-maatregelen zitten, is het niet eens mogelijk om met de hele polycule af te spreken: jij en je vriend én zijn vriendin én jouw nesting partner én haar speelpartner én diens vriendin…dat past niet binnen de regel van drie. Heeft ook voordelen: ik denk dat veel mensen in dit land stiekem héél opgelucht zijn dat ze niet de hele middag en avond verplicht aan een familiediner hoeven te zitten waar schoonpapa toost na toost uitbrengt en de tantes na hun derde glaasje port de herdertjes lagen bij nachte gaan kwelen.

Alternatieve ideeën: spreek met een geliefde of vriend af om 21 december, Midwinter en de langste nacht van het jaar, samen door te brengen. Vier de terugkeer van het licht door kaarsen aan te steken en favoriete winter-herinneringen uit te wisselen. Of maak een Zoom afspraak met vrienden die hetzelfde bordspel hebben en speel het tegelijk, glühwein of chocolademelk in de aanslag. Of kijk tegelijk met al je partners dezelfde kerstfilm met behulp van Netflix Party.

Tenslotte: plan waar jullie op 21 maart samen ijsjes gaan eten om de eerste dag van de lente te vieren. Tegen die tijd mogen we hopelijk met meer mensen afspreken!

Ik trap er steeds weer in! Weet je wat ik deze week heb gedaan? Dertig papieren zakjes, voorbedrukt met kerstversiering, en vijftien meter lint gekocht om alle buren te kunnen trakteren op zelfgebakken kerstkoekjes. Ten eerste: zitten de buren daar op te wachten, zeker in covid-tijd? Ten tweede: heb ik daar wel zin in, drie dagen koekjes bakken en versieren, drie dagen die ik aan andere dingen zou kunnen besteden? Ten derde: waarom moet dat?

Het is niet genoeg dat we er zijn. Wij vrouwen moeten eruit zien als een gedomesticeerde versie van de godin Durga, die met acht armen wapens vasthoudt en op een tijger rijdt. Ik kan makkelijk acht armen vullen met: kinderen verzorgen, huishouden, schooltaken, betalend werk, vrijwilligerswerk, zorg voor ouders, sociale relaties en liefdesrelaties.

Vaders doen ook al die dingen, hoor ik een tegenargument van achteruit de zaal. Bovendien werken ze meer en verdienen ze meer. Dat is een cirkelredenering. Want als we er vanuit gaan dat de vrouwen meer zorgen en zolang ik dingen hoor als ‘een kind voelt zich het veiligst bij zijn moeder’, dan is het nogal wiedes dat de man meer kan werken. Hij verliest daarmee ook iets, hij wordt buitengesloten uit zijn eigen gezin.

Mijn schoonvader zei dat de ‘moeder de kern van het gezin is’, waarop ik in homerisch gebulder uitbarstte. Het is onzin. Schadelijke onzin, die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Ja, meisjes zijn biologisch gezien verzorgender en jongens zijn biologisch gezien strijdbaarder. Maar dat zijn gemiddelden, opgebouwd uit hele grote groepen van ver uiteenliggende resultaten. Het bevestigen van die gemiddelden door sekse-begrenzende kledingkeuzes (roze en blauw), speelgoed (Lego en Barbie), bijnamen voor kinderen (vriend, jongen, meneer tegenover meisje, schatje, liefje) maakt de verhoudingen tussen vrouw en man, mens en mens, alleen maar problematischer.

Het ergste is dat kritiek vooral van andere vrouwen komt. Ook dat is ingebakken, ik merk het bij mezelf ook. Als ik word voorgesteld aan een man, in welke context dan ook, let ik er vooral op of hij a) niet stinkt b) een goed gesprek kan voeren. Dat hij een neus als een bloemkool heeft of een rare geruite trui aan, zal me worst wezen. Kleine disclaimer: ik ben niet meer in de markt voor een vader van mijn kinderen, dat stadium is voorbij. Dat maakt waarschijnlijk dat ik minder kritisch kijk naar het andere geslacht.

Als ik een vrouw spreek, of het nu een moeder van school, een nieuwe collega of een tandarts is, kijk ik of haar haar (naar mijn maatschaven) goed zit. Ik erken dat die gedachten langskomen, groet ze met ‘dag vooroordeel, ga maar weg’ en heb daarna een gesprek met iemand. Maar echt wéggaan doen die vooroordelen nooit.

Zo ook met de vooroordelen over mezelf. Ik heb de acht armen allang een eigen gezicht gegeven. Ik moet eruit zien als Angelina Jolie. Ik moet schrijven als Charlotte Brontë. Ik moet moederen als Ma Ingalls. Ik moet zorgen voor mijn sociale cirkel zoals de immer met make-up geplamuurde overbuurvrouw Welmoed uit mijn jeugd, die iedere jaarwisseling perfect handgemaakte cadeautjes bij de hele straat afleverde.

Het moet van mezelf, ik moet aan die ideaalbeelden voldoen. Alleen hier is de clue: ik leg het niet mezelf op. Ik heb al die beelden geïnternaliseerd vanuit onze cultuur, films, oordelen van anderen, boeken, tijdschriften, social media en ga zo maar door.

Er is maar één ding dat gaat helpen: bewust worden en bewust maken. Zeg er iets van als iemand met een sekse-vooroordeel zwaait alsof het niks is. Ook als je dat het tegen jezelf doet. Je bent meer dan een cultuurbeeld. Het is genoeg dat je er bént.