Online daten, het is nèt echt. Behalve dan dat je jezelf makkelijk máándenlang voor de gek kunt houden. Want hij schrijft zo leuk. Of zij stuurt zulke empathische berichtjes als je een rotdag hebt. Of sexting is het hoogtepunt (har har) van je dag. Je hebt een ideaal maatje gevonden, een digitale verschijningsvorm van een fantasie waar je al jaren mee rondloopt. Maar achter dat beeldscherm zit een echt persoon. Zit je daar ook op te wachten?

Even een klein overzicht van mijn liefdesleven: van de mensen met wie ik de intentie had een serieuze relatie te beginnen, kwamen er drie via internet en vijf via de kroeg mijn leven binnen.

Van de drie internetters is er één crimineel, één heeft een heftige stoornis en de derde bleek bij nader inzien totaal verschillend dan zijn online personage. Geen enkele van de drie online geconcipieerde relaties hebben langer geduurd dan drie maanden.

Dan de kroegtijgers: van de vijf ben ik er met eentje getrouwd, is er één crimineel, één is een onbezonnen jeugdliefde en de overige twee ben ik mee bevriend. De kortste relatie was de jeugdliefde (drie maanden), de langste mijn huidige partner (acht jaar). De conclusie lijkt me duidelijk: voor mij werkt internetdaten niet voor langdurige serieuze relaties.

Het punt dat ik probeer te maken, is dat intentie belangrijk is. Als je een avond gaat stappen voor vrienden, muziek en lekker dansen, dan is de intentie heel anders dan als op het internet gericht op zoek gaat naar een partner om een bepaalde leemte in je leven mee te vullen. In het eerste geval ben je ontspannen en niet persé gefocust op potentiële partners. Het is te verwachten dat je spontaan reageert als iemand je aanspreekt, of als je iemands blik vangt. Je ziet gelijk hoe iemand beweegt, of hij in zijn neus peutert, onaardig is tegen barpersoneel of iets anders doet dat voor jou een directe exit betekent. In het geval van mijn huidige partner had ik totaal niet door dat hij me leuk vond. Hij heeft me drie maanden ongestoord kunnen observeren voordat ik lont rook en mijn ontspanning verdampte.

Als je online gaat surfen en swipen door het schier eindeloze aanbod van mensen, dan is het erg moeilijk om die ontspanning vast te houden. Je focus is immers dat iemand in jouw plaatje moet passen. Er is weinig toeval meer. Het geheim is dat toeval niet bestaat: wat wij toeval noemen, is in werkelijkheid een ingewikkelde chemische reactie die onbewust in je lichaam plaatsvindt en waardoor er aantrekkingskracht tussen twee (of meer!) mensen ontstaat. Dat onbewuste proces verdwijnt zodra je online bent. Daar ben je aangewezen op de vorm die iemand van zichzelf digitaal projecteert. Dus eerst moet je een match vinden met de digitale vorm en daarna onderzoeken of de wérkelijke match er ook is.

Met de huidige maatregelen is internet misschien je enige optie om iemand te leren kennen, zeker omdat het heel normaal is om je eenzaam te voelen tijdens een mondiale pandemie. Prima natuurlijk, maar een tip: mocht je iemand via internet opdoen, spreek dan zo snel mogelijk af. Overdag, op een openbare plek, waar je zelf heengaat en ook makkelijk zelf weer van weg kunt. Binnen twee minuten zegt je gut feeling wel of de persoon in kwestie de moeite waard (en veilig) is of niet. Luister daar naar, het kan je een hoop ellende besparen.

In hartje Manhatten bevindt zich Paddles, een beroemde nachtclub voor mensen met een meer dan bovengemiddelde interesse in zwepen en kettingen. Ingeklemd tussen een textielgroothandel en een dierenarts is een zware deur, daarachter een trap naar beneden. Bij een klein loket wordt je leeftijd gecontroleerd: als je boven de 21 bent, mag je naar binnen. De slogan op de deur luidt: the Friendly S&M Club.

De barman nam me direct bij binnenkomst apart, vroeg of ik er voor het eerst was en legde me kort de huisregels uit. Kijken, niet aanraken. Geen alcohol, wel naakt – dat heeft met de wetgeving van NYC te maken. Als je drank schenkt, moet iedereen zijn kleren aanhouden. Dus zat er een beer van een gozer aan de bar in een huidstrak latex pak met kattenoortjes, nippend van een glaasje appelsap. Alles was stemmig zwart geschilderd, grijze tegels op de vloer, er was een podium voor demonstraties en overal bondagemeubels, elk met een eigen poetsstation van ontsmettingsmiddel en wegwerpdoekjes. En geef iedereen de ruimte, benadrukte de barman, die al snel doorhad dat ik geen local was.

Het was me natuurlijk allang opgevallen dat het begrip personal space in Amerika een stuk meer leefde dan in Europa. In Nederland was het – voor maart 2020 tenminste – niet uitzonderlijk om in de trein zó dicht tegen andere mensen aangeperst te staan dat je de whatsappjes op hun telefoon zonder moeite kon lezen. Of die keer dat we, tijdens haringen-in-de-ton-drukte van een muziekfestival, bovenop een meid gedrukt stonden die haar bankzaken even ging doen in de menigte, en we haar een sms konden sturen met haar eigen pincode.

Zo niet in de Verenigde Staten, tenminste niet in de jaren dat ik daar woonde. Men geeft elkaar de ruimte, die er ook ís: de bevolkingsdichtheid ligt een stuk lager dan in Europa. Ook in een friendly S&M club dus: niemand raakt elkaar aan, men loopt voorzichtig om elkaar heen en als je interesse hebt in iemand, of iets wilt vragen over het spel van een ander, blijf je op minimaal anderhalve meter afstand staan en wacht je tot er oogcontact is. Dichterbij staan wordt gezien als een breuk in etiquette, niet als een toenadering.

Ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt. Zeker op de keer dat ik in Paddles was en de barman naar me weer apart nam en zijn hoofd neigde naar een langharige heer aan de bar. Net jouw type, zei de barman. En hij had gelijk. Aan de bewegingen van de man in kwestie zag ik direct dat het geen Amerikaan was: hij nam minder dan dertig centimeter afstand in acht bij het bestellen van een cola, hij keek op arrogante wijze om zich heen en glimlachte tegen niemand. Ik ben achter hem gaan staan, té dichtbij. De Noor herkende direct wat ik deed en we hebben samen smakelijk gelachen om het begrip personal space in verschillende culturen. En vervolgens hebben we de afstand nog wat verkleind, op zijn hotelkamer.

Onlang leerde ik iets moois: het verschil benoemen tussen expliciet en transparant. Ik ben een groot voorstander van nieuwe dingen leren – en dan nog het liefste onverwachts. Het is alsof je een klompje goud voor je voeten vindt, terwijl je onderweg was naar de supermarkt voor wc-papier en bananen. Ook van een woord dat ik niet ken, geniet ik de hele dag. Ik ben daarmee vast een vreselijke nerd, maar gelukkig is dat weer cool.

Expliciet zijn is de makkelijker optie. Je vertelt precies wat er gebeurt, of wat je wilt. Het gekke is dat je daarmee niet noodzakelijkerwijs vertelt wat er belangrijk is aan je verlangen. Bovendien leest het voor geen meter. Vaak wordt de boodschap nogal plat: ‘ik wil met die-en-die graag seksuele handeling X doen, kan je daarmee leven?’ Niet zelden is de empathie ver te zoeken, ook als je het helemaal niet zo hard bedoelde.

Als je gesprekken voert met je partner(s) over intimiteit en verlangens, is het belangrijk om transparant te zijn. Het is niet altijd noodzakelijk om ook expliciet te zijn, zeker als je daarmee je partner(s) onnodig pijn kan doen. Communicatief is dit een moerasgebied en alleen door je erin te wagen, kom je erachter waar de grenzen liggen. Waarschijnlijk zul je er een paar keer de fout mee ingaan. Niet erg: opstaan, jezelf afstoffen en door.

Ooit had ik een beginnende fling met een man van bijna twintig jaar ouder dan ik. In diezelfde periode ging ik bijna dagelijks op kroegentocht met studenten van mijn eigen leeftijd. In een onbezonnen moment flapte ik tegen de oudere man uit: ‘ik ben verliefd!’

‘o da’s een mooi begin!’ zei hij blij.

Waarna ik pareerde met: ‘o ja, haha, niet op jou hoor.’

Duidelijk voorbeeld van expliciet en uitermate onhandig. Hij reageerde nogal ijzig. De student waar ik verliefd op was, moest trouwens niets hebben van het feit dat ik met meerdere mensen dingen deed en nam snel afstand. Allemaal niet om trots op te zijn, wel veel van geleerd.

Transparantie ziet eruit als:

-ik heb behoefte aan een bepaalde (seksuele) handeling, hoever wil je hierin met me meegaan.

-Het weekend is voor mijn gevoel echt geslaagd als we (puntje puntje puntje) hebben gedaan.

-Ik ga nu naar mijn andere partner, wat ik daar precies doe is niet relevant, wel dat je weet dat ik van jou houd en het fijn vind je volgende week weer te zien.

Eerlijk zijn dus, zonder te kwetsen en zonder jezelf te verloochenen.

Maar! Dat betekent soms óók dat sappige details delen niet kan, dat kleine ergernissen groeien omdat je niet tegen partner Y stoom kan afblazen over het gesnurk van Partner Z, dat jij de enige schakel bent tussen mensen die elkaar niet mogen of dat je een bepaalde mate van intimiteit altijd bij jezelf houdt omdat je niet je hele hand weg wilt geven. Als je, zoals ik, vreselijke behoefte voelt om honderd procent van jezelf te laten zien aan een partner, kan het lastig zijn om niet te expliciet uit de hoek te komen. Als ik teveel reserve inbouw, doe ik mezelf tekort. Dat blijft lastig. Het helpt wel om te kunnen zeggen: ik ga nu even expliciet zijn, want ik heb dat nodig. Vat het vooral niet persoonlijk op.

 

Een vrouwenstem zeurt uit de radio: ‘ik wil geen one-night stand. En ook geen friends with benefits. Ik wil gewoon een vaste relatie.’ Een lagere mannenstem gaat eroverheen, in een toon die ons hoop moet geven: ‘Gewóón een vaste relatie. Probeer eens e-matching, online daten voor hogeropgeleiden.’

Niks ten nadele van die datingsite, die ik nog nooit bezocht heb, al zijn de reviews wat wisselend. Het punt is: hoe interessant dat we in relatief korte tijd hier gekomen zijn! Blijkbaar is terminologie zoals one-night stand of friends with benefits zo ingeburgerd dat zelfs luisteraars van de klassieke-muziek zender Radio 4 geen uitleg behoeven. En blijkbaar is dit een volstrekt acceptabel reclamespotje voor negen uur in de ochtend, als achtergrond bij (thuis)werken en in winkels. Fascinerend!

Weet iemand nog hoeveel schande er gesproken werd van de website Second Love, toen die in 2008 live ging? De website zou aanzetten tot vreemdgaan en bedrog, zou huwelijken opbreken en leiden tot vechtscheidingen, totdat eenzame kindertjes huilend op straat zouden staan. Het is in de praktijk nogal meegevallen. Het aantal echtscheidingen per jaar is sinds 1995 stabiel gebleven: in de statistieken zie je vooral invloed van economische factoren zoals crisis (zie cijfers van CBS). Bij financiële onzekerheid blijven mensen langer bij elkaar, in hoogconjuctuur kiezen mensen makkelijker hun eigen weg.

En de mensen die willen vreemdgaan, doen dat toch wel. Misschien dat een website ze daarbij helpt, maar een kroeg helpt ook. Wellicht dat de huidige lockdown onverwacht veel doet voor het in stand houden van huwelijken: een beetje rondsnuffelen in kroegen op zoek naar spannende avontuurtjes is er niet meer bij.

Open relaties, free love, one-night stands, friends with benefits: het waren ooit termen voor losbandige studenten of rare hippies. Maar inmiddels zijn de woorden ingeburgerd. Er is dus wel iets veranderd in de afgelopen jaren. Door het internet? Netflix, milennials, social media? Ik weet het niet.

Conservatieven kunnen zeggen dat het gezin als hoeksteen van de samenleving in gevaar komt (verexcuseer mijn homerisch gebulder op de achtergrond), progessieven zullen aandragen dat er nu veel meer discussie is over welke keuzes je mag en kunt maken in je leven. Kies uw eigen kamp, zou ik zeggen.

Wat ik zou willen weten: hoeveel mensen krijgen nog rode oortjes van plaatsvervangende schaamte bij zo’n reclamespot? En hoeveel mensen denken ‘hoezo geen friends with benefits?’

Ik denk vooral: gewoon een vaste relatie bestaat helaas niet. Er is niets gewoons aan een vaste relatie. Het is knetterhard werken, iedere dag weer. En dan is af en toe een one-night stand best een fijne uitlaapklep. Mits de ander het daar ook mee eens is, natuurlijk.

Op het online platform Fetlife schreef een kennis een paar jaar geleden een ontzettend goed stuk. De titel was dezelfde als boven deze column, ik heb hem zonder enige gêne gestolen. Het betoog ging over hoe foto’s op social media, en daar valt Fetlife ook onder, al snel de indruk wekt dat iemands leven bestaat uit zonovergoten vakanties, hete dates met knappe mensen en goedgelukte selfies. De dagelijkse ongemakken waar iedereen mee te maken krijgt, laten we elkaar niet zien. Zo worden we allemaal onzeker over of ons eigen leven wel leuk genóeg is. Het is een valkuil waar inmiddels ontzettend veel over gepubliceerd is, naarmate de social media een steeds grotere rol spelen in ons leven en zéker nu we allemaal veel meer binnen zitten.

Ik ben nèt oud genoeg om me dia-avonden bij de buren met vakantiefoto’s te herinneren. Zo’n avond was gezellig en ontspannen, met ellenlange verhalen, eindeloze dia’s en doodsaaie hapjes zoals stukjes leverworst met een schijfje augurk. Wij kinderen hielden het na een half uurtje meestal voor gezien en verdwenen richting speelgoed. Als er eens wat afgunst langskwam, omdat de buren een duurdere vakantie konden betalen dan wij, bleef dat tamelijk onder de oppervlakte. Een identiteitscrisis leverde het in ieder geval niet op.

Waarom niet? Ik denk omdat we ook de dagelijkse shit van iedereen zagen. Hoe de buurman in zijn afzichtelijke slippers de kliko aan de straat zetten. Hoe de buurvrouw ook wel eens tegen haar kroost tekeer ging. We zagen elkaar als volledige mensen, in 3D technicolor, in plaats van alleen afspiegelingen op een plat scherm.

Dus laten we even eerlijk zijn tegen elkaar. Mijn leven leest inmiddels meer als een depression reel. Mijn werk gaat niet lekker, mijn tweede relatie is verdampt, mijn eerste relatie is verdomd hard werken en ondertussen kom ik erachter dat het schrijverschap een eenzame bedoening is. Sinds de maatregelen tegen de pandemie weer strakker worden, merk ik pas hoeveel van mijn neerslachtigheid te maken heeft met de staat van de wereld. En dan volg ik de buitenwereld nog nauwelijks. Ik lach om het romantische beeld van de schrijver die eenzaam op de zolderkamer worstelt met de Muze…alleen in mijn geval klopt dat beeld aardig: ik ben een huismus en houd het wereldnieuws niet bij. Schrijven doe ik inderdaad op mijn zolderkamer, waar ook alle boeken in het huis staan. Het is maar goed dat de vloer van beton is, anders zouden de kasten al snel een verdieping lager liggen.

Hoe gaat het dan met al die goedbedoelende zielen die zes keer per dag hun smartphone erbij pakken om de laatste berichtgeving (ik aarzel om het ‘nieuws’ te noemen, voor dat etiket hanteer ik journalistieke standaarden) op Nu, Metro of Facebook te lezen? De opletters, de volgers, de brave burgers die angstig meekijken met elke persconferentie en de steeds veranderende maatregelen naar hun dagelijks leven proberen te vertalen? Hoeveel stress en paniek krijgen die mensen mee?

Voor iedereen die last heeft van coronastress: wees een beetje lief voor jezelf. Het grootste voordeel is dat je je nu niet meer onzeker hoeft te voelen omdat celebs foto’s posten van vliegreizen, shopping trips of incrowd parties met andere bekende mensen: als het goed is, zijn die foto’s er niet meer omdat iedereen afstand houdt. Influencers zijn, zeker in corona-tijd (maar ook daarbuiten) niet een vitale beroepsgroep waar je je tijd aan hoeft te besteden. Er is op dit moment geen incrowd waar je bij kunt horen, geen modetrends die je perse moet volgen, geen stranden waar je echt gezien moet worden – wat een opluchting!

Je weet best wat je zélf wilt en zo niet: dit is een mooie tijd om daarachter te komen. Zet die smartphone even uit. Schrijf een kaartje naar iemand die je mist. Ben je gelijk in de buitenlucht, om langs de brievenbus te gaan. De highlight van je dag kan ook zijn hoe de zonnestralen op de bladeren schijnen.

 

Wie samenwoont, gaat elkaar domme vragen stellen:

-Hangen je sleutels aan de haak? Ja, daar hangen ze iedere dag.

-Zullen we een nieuw pakje boter in de vloot doen? Dat zou ik allang gedaan hebben, als je niet toevallig in de keuken stond om de vraag te beantwoorden.

-Wil jij deze krant nog lezen? Die al twee weken onderin de lectuurbak ligt en de katten hebben erop gelegen en het bovenste katern kapotgekrabt en als je het ECHT had willen lezen dan heb je kans genoeg gehad, nu gaat het in de kliko.

Let er maar eens op, het zal je nog tegenvallen wat voor idiotie je uitkraamt tegen je partner(s). Gelukkig hoort je partner het allang niet meer, of hebben jullie een zorgvuldig uitgekristalliseerd ritueel waarbij de een ‘hum-hum’ zegt en de ander ‘jaja’ en je ondertussen samen als in een dans door de keuken beweegt tijdens het eten koken zónder elkaar aan een vleesmes te rijgen.

In de jaren dat ik alleen woonde, miste ik het vanzelfsprekende gesprek met een ander. Soms deed ik drie keer boodschappen op een dag, in drie winkels, om maar met drie verschillende kassamedewerkers een gesprekje aan te kunnen knopen. Het heerlijkste was nog dat op de dagen dat ik géén enkele behoefte had aan interactie, dat ook niet hoefde. De hele dag stil zijn, wandelen met alleen het ruisen van de zee in mijn oren. Simpel avondeten van sla met een gebakken ei, met de kat op schoot, samen snorrend naar buiten kijken.

Nu, met drie huisgenoten waarvan twee minderjarig en afhankelijk van dát ik opsta om pap te maken, is dat een stuk lastiger. Het valt me vooral tegen hoeveel ruis er is. Hoeveel stomme dingen die nergens over gaan, maar wel tijd en energie kosten om uit te spreken en vooral te verwerken. Je moet alleen wel blijven luisteren…tussen alle ruis zitten de kleine lichtvonkjes, de magische luchtbellen die het leven ineens licht en prachtig maken.

Het kind dat thuiskomt en tussen alle geratel over schoolpleinvendetta’s en traktatienijd door verzucht dat ze zo blij is met ‘de knuffelmama’. De blik die mijn partner en ik wisselen als we allebei precies hetzelfde denken en weten dat het niet sociaal geaccepteerd is om die ene opmerking hardop te maken.

De truc is je eigen leven te vervlechten met dat van anderen, zonder het gevoel te hebben dat je verdrinkt in andermens’ hobby’s, werk, drijfveren. Luisteren, nadenken, dan pas praten. Dat is de pest van al die tegelwijsheden, al die clichés over het leven: ze zijn allemaal waar. Je kunt je ook afvragen waarom je samen wilt zijn. Of waarom niet. Misschien zijn er wel goede redenen voor. Of misschien ben je bang om jezelf te laten zien. Als een ander jou zó intiem en zó vaak meemaakt, krijgen ze ook meer redenen om weg te gaan. Of misschien is die angst uniek voor mij…maar dat denk ik niet.

 

Hoe weet je nou wat welk relatietype het beste bij je past? Het begint wederom bij zelfkennis. Durf de denkbeelden waar je mee opgegroeit bent te bevragen. Schrijf op: welke relatievoorbeelden heb ik in mijn leven gezien? Wat vond ik daarvan? Welke sprak me het meeste aan en waarom? Hoe wil ik me tot een ander verhouden, in een ideale wereld? Neem de tijd om de antwoorden te vinden, neem gerust een paar weken. Leer je eigen vooroordelen zien. Als er ergens iets niet klopt tussen het beeld wat je voorgeschoteld hebt gekregen en jouw diepste wensen, dan ga je dat nu voelen. Durf dat te onderzoeken, het scheelt op de lange termijn een hoop gelazer.

Het slechtste wat je kunt doen is beginnen met een lijstje dat over de ánder gaat. Helaas is dat nou precies wat ons in alle mainstream monograam-gecentreerde media wordt voorgeschoteld. Jonge meisjes wordt aangeleerd dat ze zich op een bepaalde manier dienen te gedragen en dat ze een eisenlijstje moeten hebben van waar hun prins aan moet voldoen. Het wensenlijstje is meestal heel voorspelbaar: langer, sterker, knapper, beter verdienend dan zijzelf. Jongens wordt aangeleerd dat een mooie vrouw automatisch een doelwit is, ongeacht wat er onder de hersenpan zit.

Een lang en knap iemand kan een ongeluk krijgen en een stuk minder aantrekkelijk worden. Een rijke partner kan failliet gaan. Alle mensen veranderen sowieso als ze ouder worden. Meestal niet heel wezenlijk, maar genoeg om uit elkaar te groeien. Dus wat vind je dan echt belangrijk? Dat de ander luistert als je spreekt, zonder jouw verhaal te onderbreken? Dat je de vrijheid hebt om te zijn wie je wilt zijn? Dat jullie op seksueel, intellectueel, financieël of cultureel vlak de meeste raakvlakken hebben? Be careful what you wish for – you may get it.

Probeer om jezelf met compassie te benaderen, als je wensen verschuiven door de jaren heen. Het is goed mogelijk dat je opgroeit met een bepaald beeld en denkt dat je daarheen moet – huisje boompje beestje. Als je daar eenmaal bent, ontdek je bijvoorbeeld dat je veel meer wilt reizen dan je partner. Ineens ontstaat er een wens voor een lat-relatie. Dan ben je blij als je hebt nagedacht over je partnerkeuze en met je wederhelft al open gesprekken kan hebben.

Tenslotte: vergis je niet, slechts luttele percentages van hoe we aan de partner(s) komen, bestaan uit bewuste en rationele keuzes. Het hele begrip ratio is nogal overdreven: alle gedachtenpatronen komen voort uit een kluwen van hormonaal gestuurde hersenactiviteit waar de wetenschap nog niet een tiende van heeft ontcijferd. Zodra je iemand ziet, reageert je hele lichaam, je neuronen, je hormonen. Voordat je bewust kunt nadenken, heeft je lichaam al besloten of je met deze persoon iets meer zou willen dan koffie drinken. (Zoals in reactie op sommige mannen mijn eierstokken op en neer beginnen te springen en JAAA KINDJES! roepen, terwijl ik rationeel écht niet zit te wachten op een tweede ronde gebroken nachten en poepluiers.)

Van alle kanten krijg je meditatie aangeraden als methode om naar de constante gedachtenstroom te luisteren en eruit te filteren wat voor jou écht belangrijk is. Wandelen werkt ook, of fietsen of anderszins bewegen. Schrijven is voor mij een middel om mijn emoties en gedachten op orde te krijgen: de onderwerpen waar ik steeds weer over schrijf, zijn blijkbaar belangrijk. Je zult me nooit iets zien opschrijven over… de hoefverzorging van internationale racepaarden. Interesseert me geen donder. Maar welke keuzes hebben me gebracht waar ik nu ben: dát is belangrijk. Kennis van het verleden geeft richting aan de toekomst. En weten welke keuzes er zijn, geeft richting aan je verlangens.

Steek je vinger eens op: wie heeft er al meerdere relaties achter elkaar gehad? Even tellen, ja dat dacht ik al, de meerderheid in de zaal. Seriële monogamie is de norm in onze maatschappij. Bijna niemand is nog bij de jeugdliefde van de middelbare school. Scheidingen zijn geen uitzondering en geen schande meer. Het gezin is niet de hoeksteen van de samenleving.

Toch hebben veel mensen die seriële monogamie bedrijven, een negatieve mening over meer-liefde. Het zou bindingsangst zijn, of fear of missing out. In sommige gevallen is dat wellicht waar. Maar van meerdere volwassenen kunnen houden en daarmee liefdesrelaties kunnen onderhouden, is ook een valide keuze geworden. De seriële monogamisten die liever niet van verkering naar verkering zouden hoppen en zich steeds tussendoor zo alleen voelen, hebben wellicht iets aan de mogelijkheid van ‘solo poly’.

Mensen die identificeren als ‘solo poly’ beschouwen zichzelf als eenheid en voelen niet een sterke behoefte om deel te zijn van een stelletje, of een groep – onderwijl willen ze wel graag meerdere, diepe, langdurige, liefdevolle relaties. Samenwonen met één andere partner, trouwen of financiën delen staan niet hoog op de prioriteitenlijst.

Er is een groot verschil tussen mensen die single zijn en op zoek naar een vaste partner om samen de ‘relationship escalator’ mee te bestijgen – en mensen die bewust ervoor kiezen om niet mee te doen aan dat geijkte stappenplan. Solo poly-mensen kunnen net zo goed diepe liefde en verbondenheid ervaren, kinderen krijgen en met anderen op vakantie gaan. Dat ze ervoor kiezen om primair met ‘me, myself and I’ door het leven te gaan betekent nog niet dat ze gedoemd zijn tot kleine tafels in de hoek van wegrestaurants, waar niet opvalt dat je alleen eet. Maar de kern blijft één.

Voordat het woord ‘polyamorie’ viel in mijn leven, nu zo’n zes jaar geleden, was ik behoorlijk goed geworden in seriële monogamie. Soms was er, net zoals in blackjack, toevallig een teleurstellende reeks. Zoals achtereenvolgend: de collega die niets van mij wilde weten, de stalker die ik alleen kwijtraakte door een nieuw telefoonnummer te nemen en de ietwat oudere heer die terugverhuisde naar Amerika. Na dat desastreuze jaar heb ik een celibataire sabbatical genomen.

Solo poly was niet het antwoord geweest voor een dergelijke rampzalige periode. Inmiddels woon ik samen met een nesting partner, met wie ik nageslacht gemaakt heb. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit nog naar seriële monogamie zou gaan, daarvoor weet ik teveel over de alternatieven. Solo poly kan ik me wel voorstellen. Lekker rust in mijn eigen huis, eigen baas over alle beslissingen (wat eten we vanavond, staat de kliko al buiten, hoeveel mag een vakantie kosten) maar ondertussen wel verbonden met mensen die ik liefheb, die me nabij staan en met wie ik beurtelings tijd kan doorbrengen. En daarna op de bank met een goed boek. Niemand die me onderbreekt.

Een relatie tussen twee geliefden bestaat feitelijk uit vier richtingen van emotioneel verkeer: hoe ik met mezelf omga (1) en hoe jij met jouzelf omgaat (2), hoe ik jou benader (3) en hoe jij mij benadert (4). Alle interacties in een relatie zijn gekleurd door deze vier bronnen van emotie. Als iemand zegt dat ‘de relatie niet goed gaat’ dan is er iets mis in deze stromen van communicatie. Want de relatie an sich bestaat niet. Het is niet zo dat je samenwoont met je partner en dat de relatie ondertussen als pluizig huisdier door de kamer loopt.

Op het moment dat je een extra persoon toevoegt aan je liefdesleven, komen er vijf richtingen van emotioneel verkeer bij: personen A, B en C verhouden zich allemaal tot zichzelf en onderling tot elkaar. Teken het maar uit. Eén persoon extra komt dus neer op meer dan een verdubbeling van de emotionele stromen. Daarom moet er in een stabiele, consensuele, non-monogame relatie meer gepráát worden dan gesext. Daarom kan het zijn dat mensen heen en weer gaan tussen wel of niet monogaam: niet iedereen kan de (emotionele) ruimte opbrengen om zoveel communicatie te onderhouden. Alles is constant in beweging.

Even terug: consensuele non-monogamie, waar heeft Cat het nu weer over. Non-monogamie = alle andere vormen dan monogamie. Niet moeilijk uit te leggen.

Consensueel = iedereen stemt in met de gemaakte afspraken. Heel belangrijk: als je niet op de hoogte bent van een afspraak, kan je er niet mee instemmen. Als jouw partner met een ander wil vrijen, maar niet met je overlegt, dan is het wél non-monogamie, maar niet consensueel. Dan is het vreemdgaan. Transparantie is dus van het hoogste belang. Als jouw partner zonder condoom wil vrijen, als jouw partner op zaterdag wil uitslapen, als de andere vriend van jouw partner jóu er niet bij wil hebben op zíjn verjaardag, als wat dan ook – je moet het weten. Nog meer om over te praten!

Er zijn talloze vormen van consensuele non-monogamie. Mono-Poly: één partner wil wel andere relaties en één partner is monogaam. Polyamorie: langdurige liefdesrelaties met meerdere partners tegelijkertijd. Don’t ask don’t tell: doe wat je wilt buiten de deur, vertel me niks (dit gaat meestal niet lang goed). One penis policy: voorbehouden aan heterostellen, als er wel vrouwen bij mogen komen voor hete vrouwenseks of trio’s, maar er geen andere man mee mag doen (gaat meestal ook niet lang goed). Swingen: sex met andere mensen, meestal heterostellen onderling, zonder emotionele band. Wife-swapping: vrouwen ruilen voor een nachtje van partner, nadruk op plezier van de man (erg seventies, niet aan te raden).

Een rampzalige vorm is unicorn hunting: heterostel zoekt een ‘hot bi babe’ (hete biseksuele vrouw) om met beide partners tegelijk een relatie en sex te hebben. Met de gevoelens van de tweede vrouw in dit verhaal wordt meestal weinig rekening gehouden. Het wemelt van de stellen die dit een keer willen, het aantal vrouwen die er oprecht van genieten is sterk in de minderheid.

Andere losse vormen heten ‘vakantieregels’ of ‘carnavalsregels’: een stel maakt het uit voor een vastgestelde periode, zodat ze mogen sexen met wie ze maar willen. Daarna zijn ze weer monogaam. Sterrenclausule is hier een dromerig voorbeeld van: ik ben momenteel monogaam met mijn wederhelft, tenzij Antonio Banderas op de stoep staat. Dan stuur ik mijn partner via de achterdeur het huis uit, onderwijl mijn meest sexy lingerie aantrekkend.

 

Probleem: in Nederland groeien we op met heteroseksuele monogamie als de norm. Vader, moeder, kinderen, samen in één huis. We worden aan alle kanten gebombardeerd met monogaam-gecentreerde beelden, van sprookjes tot religieuze opvattingen, van films tot tijdschriften. Steeds weer andere versies van hetzelfde verhaal: een geslaagde relatie bestaat uit twee (witte, ook dat nog) mensen die ergens tussen hun 20ste en 30ste levensjaar bij elkaar komen en voor altijd samen blijven. Bij vreemdgaan is de relatie direct stuk. Naar een ander kíjken kan al reden zijn om ruzie te maken met je partner.

Als je niet weet dat er alternatieven zijn, dan kan je daar ook niet voor kiezen. En zo loopt generatie na generatie in hetzelfde spoor. Daarom is representatie zo belangrijk. Daarom hebben mensen van alle seksen, kleuren, geaardheden, levensvormen ruimte nodig om hun eigen stem te laten horen. Alleen met een enorm breed aanbod aan keuzes, weet je dat er keuzes te maken zijn. Zo krijg je de ruimte om te kiezen waar JIJ gelukkig van wordt.

Als jij gelukkig wordt van monogamie, dan is dat prima. Als jouw partner dat ook wordt, gefeliciteerd. Maar stel de vraag. Ga er niet blindelings vanuit dat iedereen op de ‘relationship escalator’ stapt, de relatie-roltrap van daten naar samenwonen en trouwen, naar kindjes, naar met dezelfde afritsbroeken het familiegraf in. Er zijn zoveel meer opties. Er is seriële monogamie, wat ontzettend veel voorkomt: kijk maar naar de hoeveelheid echtscheidingen. Er zijn ‘alternatieve’ vormen van monogamie: lange afstandsrelaties, a-seksuele relaties, knipperlichtrelaties. Er zijn talloze vormen van non-monogamie. Ook is het een legitieme keuze om je niet te willen binden aan een ander.

Want je vraagt nogal wat van elkaar, in een monogaam leven. Je vraagt dat de ander er altijd voor je is, van begin tot eind, in voor- en tegenspoed. Dat de ander met je meegroeit in alle keuzes die je nog gaat maken in je leven, waarvan je zelf niet eens weet wat die zijn. (Misschien ontwikkel je wel een passie voor tango en wil je partner alleen maar zeevissen.)  Het is knetterhard werken om elkaar niet te verliezen onderweg. Bovendien is het onmogelijk om altijd honderd procent te vertegenwoordigen wat de ander in het leven verwacht: je zult altijd allebei een zeker percentage aan wensen moeten inleveren. Het bestaan kan goed zijn, maar wel tegen een zekere prijs.

Als het lukt, heb je in een monogaam bestaan de tijd om je relatie te blijven verdiepen, om een geschiedenis op te bouwen en steeds meer van elkaar te zien. Het mooiste is als je de blinde vlekken van je partner gaat zien en daarin een spiegel kan zijn; en zij dat bij jou ook kunnen.

Maar als het niet lukt, dan heb je misschien een deel van jezelf weggestopt, gemist, verloren, verspeeld, alleen omdat er geen ruimte was binnen het monogame stramien. Dat is jammer, want er komt geen herkansing.