Wat je in de slaapkamer doet is privé, toch? Nee, niet als je een beetje bekend bent en het lef hebt om erover te praten. Hulde daarom voor presentatrice Geraldine Kemper, die recent in De Telegraaf vertelde dat ze met haar nieuwe vriend BDSM-dingen doet. Ze blijkt het lekker te vinden om af en toe gezweept te worden en experimenteert met bondage. Zowel het experimenteren als hun mond erover open trekken: dat zouden meer mensen moeten doen!

Er zit een onverklaarbare kloof tussen de mensen die blijkbaar gefascineerd zijn door BDSM-zaken en de mensen die openlijk over BDSM in hun eigen leven praten. Aan de ene kant zaten de bioscopen maandenlang vol voor de drie Fifty Shades films, die in totaal wereldwijd meer dan 1 miljard dollar opbrachten. De mensen die de films niet hebben gezien, of de boeken niet hebben gelezen (geef ze eens ongelijk, het is stopverf in geschreven vorm, niet door te komen) kennen de posters of hebben iets gehoord over de ‘tampon-scène’.

Ondertussen zijn er mensen onder ons, ook in jouw sociale cirkels, die niets durven te zeggen over hun (volstrekt legale) seksuele praktijken omdat ze bang zijn om hun vrienden, baan of kinderen kwijt te raken. Ook in Nederland, ook nu nog. We zijn lang niet zo tolerant als we denken.

En nu hoeft niet alles op straat te liggen. Het interesseert mij ook geen ene klap wat buren wel of niet met elkaar doen. Maar het zou toch wel verdomd lekker zijn als dat andersoom ook zou gelden en ik me niet hoef te schamen over wat ik graag wil. En vooral: als opgroeiende pubers snappen dat ze niet raar, vies, lelijk of kapot zijn omdat ze toevallig fantaseren over spanking, pony play of shibari. Zoek die termen maar even op, goed voor je ontwikkeling.

In hoeverre moeten wij – de sadisten en masochisten, de riggers en ropebunnies – vechten voor openheid? Dat is een vraag die me ook op polyamoreus gebied bezighoud. Moeten we de discussie openbreken, op de barricades voor meervoudige huwelijken en drie-ouderschappen? Hebben we een haast maatschappelijke plicht om te laten zien dat je een prima leven kunt hebben met koophuis, leuke baan en vrolijke kinderen, óók als je in het weekend met wederzijde instemming lens geslagen wilt worden door een andere verantwoordelijke volwassene? Of wordt het dan gelijk apies kijken zoals vroeger bij ‘Seks voor de Buch’ of het volstrekt vrouw-onvriendelijke Amerikaanse ‘Sexcetera’?

Of is het allemaal paarlen voor de zwijnen, verspilde moeite? Verkneukelen we ons in kleine kring over de verwikkelingen van onze relaties, het intense spel dat we meemaakten met zwepen of touwen en halen onze neus op voor de Muggles die niet verder komen dan maandelijkse missionarishouding?  Dan zijn we weer geen haar beter dan de haters.

Het is maar de vraag of zo iemand als ik verschil kan maken in de publieke opinie over polyamorie of kink-awareness. Daarom is het dubbel fijn als iemand die tóch al in de spotlight staat, zich positief uitlaat. Actrice Dakota Johnson, die Ana Steele speelde in de Fifty Shades trilogie, sprak haar waardering uit voor de moed en eerlijkheid van mensen die uitkomen voor hun BDSM-voorkeuren, onder het motto: orgasme is gods gave aan de mensheid. En daar sluit ik me compleet bij aan, met de eerlijke mededeling dat mijn beste orgasmes alleen plaatsvinden als ik bij een sterke vent over de knie lig.

Wat is eigenlijk het tegenovergestelde van imposter-syndrome? Poseur-syndroom? Want als je bang bent dat je minder waard bent dan de mensen denken, dat je er ‘stiekem niet bij hoort’ dan moet het tegenovergestelde daarvan toch een opgeblazen gewichtigdoener zijn, alles in het werk stelt om de aandacht op zich te vestigen, ook als er niets bijzonder aan die persoon is behalve het enorme ego. We zien die types helaas teveel in de landelijke politiek, verder lees ik er vrij weinig over. Over angst en stress ben ik echter zo doodgegooid met informatie dat ik er inmiddels zelf een boek over kan schrijven. Dat zegt toch iets over hoe we in de samenleving met elkaar omgaan.

In meer dan 80% van mijn omgeving kan ik niet 100% mezelf zijn. Dat is niet erg. Niet iedereen hoeft te weten hoe ik mijn leven precies inricht. Laten we wel zijn, van de meeste andere mensen interesseert het me ook geen ene klap wat ze precies achter hun voordeur of in hun vrije tijd doen. Zolang ze maar gelukkig zijn en niet teveel evangeliseren over hun sport, religie of hobby.

Ondertussen is het wel fijn om bij een aantal mensen, die krappe 20% van mijn sociale cirkel, wél precies te kunnen zeggen wat ik wil zonder dat ik vooraf mijn zinnen moet scannen om te zien of er iets tussen zit wat niet geaccepteerd is. Dat zijn de mensen die me al langer kennen, en bovendien alleen de mensen die net als ik wat norm-afwijkende voorkeuren hebben in de slaapkamer. Als ik geen grappen met je maak over anale seks, dan kennen we elkaar duidelijk niet goed genoeg. Probeer het niet persoonlijk op te vatten.

De mensen waarbij ik me meer thuis voel, vallen er zelf ook een beetje uit: kunstenaars, schrijvers, dichters, metal-musici, polyamoristen, licht anarchistisch volk. Ik mis mijn 20 procent, mijn dorp van gelijkgestemden. Nog even volhouden, wordt er gezegd, en ik geloof daar weinig meer van. Ons leven is permanent veranderd. Hoe anders weten we nog niet. Ik ga in ieder geval weer mensen knuffelen, als ze dat ook willen.

De semi-verplichte sociale uitjes mis ik overigens helemaal niet. Daar had ik altijd het gevoel dat ik er niet tussen hoorde, dat ik zweefde. Want ik kijk geen televisie, lees alleen de zaterdagkrant, ken geen enkele reclame en luister naar muziek uit de jaren 80 van de vorige eeuw. Als je dan weer met de beste bedoelingen op bezoek gaat voor de verjaardag van een aangetrouwde tante, ligt imposter-syndrome snel op de loer. Ben ik nou gek, of zijn jullie het, met je aandelen en geklets over de nieuwste auto? Dan poseer ik wel als elitaire boekenlezer die het bed deelt met meerdere mannen. Ga leven, voor zover dat kan!

Een persoon bestaat pas echt als je diegene vast kunt houden. De tactiele behoefte van het zoogdier dat bekend staat als Homo Sapiens wordt behoorlijk onderschat, althans in onze maatschappij en al helemáál in de huidige omstandigheden. Huidhonger is het moderne buzzword, wat een soort eufemistische term is geworden voor eenzaamheid. Het hoeft niet eens naakte huid te zijn: knuffelen en aaien verlaagt stress en maakt blije hormoontjes aan, met alle positieve gevolgen van dien. Ik voel me verbonden als ik mijn vrienden een knuffel kan geven en, per direct gevolg, voel me momenteel nogal zwevend omdat ik bijna niemand kan aanraken.

Het was altijd al lastig om gelijkgestemden te vinden, het sociaal verkeer te navigeren en te weten wanneer je iemand wel of niet kon aanraken, wat precies gepast was in welke situatie. En toen namen de digitale middelen hand over hand toe en werd het ineens makkelijker. Maar niet heus. Want online met iemand praten is zo plat als een overreden regenworm. Het enige waanzinnig grote voordeel aan iemand via de digitale weg ontmoeten, is dat je veel sneller door de koetjes en kalfjes prietpraat heen bent en daadwerkelijk iemand aan de lijn hebt met dezelfde interesses.

Probeer in het dagelijks leven maar iemand te vinden die jouw passies deelt. Stel je houdt van broodbakken, documentaires kijken, wandelvakanties en je bent een van die weinige personen die echt geniet van de typisch Hollandse kringverjaardagen met een glaasje jenever erbij. Dus je doet een cursus broodbakken, daar zat niemand tussen. Dan ga je op een wandelvakantie voor singles en het is weer pet. Tenslotte kom je iemand tegen die een paleodieet volgt, in zijn eentje wil mountainbiken maar toevallig wel goed matcht qua seks en daar blijf je dan aan hangen. Maar je kunt ook het internet opgaan en de kans dat je dan iemand treft wiens hobbies méér overlappen met de jouwe, is een stuk groter. Maar tot je die persoon in het echt ziet, weet je nog niks. Misschien heeft ‘ie een dom lachje waar je niet tegen kan. Of zweetvoeten.

We doen zó ons best om er wat van te maken: Teams, Zoom, Whatsapp, Snapchat, Insta live, Facetime, Skype, deze week werd ik uitgenodigd voor Airmeet, kent iemand Chatroulette nog? Zoiets, maar dan professioneel. Het is allemaal maar slechte vervanging van samen in de kroeg zitten.

Maar niet getreurd, er is een lichtpuntje. Het is namelijk een geweldig gevoel om iemand online te leren kennen en daarna in het echt te zien, vast te houden, mee te proosten, een knuffel te geven en daarná elkaar weer online te zien. Wat een verschil! Ineens is die persoon, en jij voor de ander ook, driedimensionaal geworden. Als je chat, hoor je de stem van de ander in je hoofd. Als je aan die persoon denkt, ruik je (bijvoorbeeld) weer zijn baard.

Je bent een echt mens geworden dat ruimte inneemt in de wereld. De ander weet hoe je stem klinkt zonder digitale vervorming, hoe je schouders bewegen als je lacht, hoe je door je haar strijkt als er geen oortjes in de weg zitten omdat je niet aan het videobellen bent. Alleen als je het doet, snap je hoe magisch het is: je hebt van een plat plakplaatje een werkelijk contact gemaakt, alleen maar door er moeite in te steken. Spendeer je tijd online goed. Ga er (digitaal) op uit, leer iemand kennen die jouw passies deelt, ook zonder erotische bijbedoelingen, en bouw een vriendschap.

Lieve mensen, dit is mijn twee-en-veertigste column voor Vlam en, voor de mede-nerds onder jullie, daarmee bevat zij uiteraard alle antwoorden op alle levensvragen, relationele perikelen, het universum en verder alles. Laten we snel beginnen.

Doe wat je leuk vind. Als je niet weet wat dat is, ga dat uitzoeken. Het helpt om van alles uit te proberen. Mijn rijtje probeersels door de jaren heen: zeilen, breien, schilderen, golfsurfen, niet meer bang zijn in een hoge waterglijbaan (helaas), fitness, stucen, suppen, subben, vrijwilligen op een biologische boerderij, bloggen, bakken, wielrennen, borduren, zingen, musea bezoeken, tuinieren, parachutespringen (niet van de grond gekomen), larpen, vrijwilligen op een kinderboerderij, grottentochten, koken, politiek, amateur-archeologie, jongleren, rolschaatsen, roeien, mottorrijden, wecken, drummen, luchtballon varen (op laatste moment vanaf gezien), wandelen, achteruit in parkeren, fotograferen.

Stel je voor dat je weer in de zandbak zit, in een kuil die je voor jezelf hebt gegraven. Je rolt allemaal gekleurde ballen weg. Eéntje blijft steeds terugrollen de kuil in. Dát is je passie, daar moet je mee aan de slag. Ik kom altijd weer uit bij lezen en schrijven. Niet dat ik vies ben van een beetje watersport (de dagelijkse soort, dank u), maar thee en een boek zijn mijn natuurlijke omgeving. De oplettende lezer zal opmerken dat ik braaf pogingen doe mijn levenslange hoogtevrees te overwinnen, ook als ik daar steeds jammerlijk in faal. Ik voel liever woorden onder me schuiven dan stenen.

Het ultieme antwoord op relaties is natuurlijk om er niet aan te beginnen. Al dat kleffe gedoe, dat gesop in bed, het gelazer van wie met wie, wanneer en hoe lang, onttrek je er gewoon aan. Dat geeft je des te meer tijd voor je passie, die je inmiddels hebt gevonden. Zonder je af van de wereld, verlaat je familie en ga aan het werk.

Het heeft alleen een klein nadeel: je wordt stapelgek. Mensen zijn groepsdieren en we hebben anderen nodig om elkaar te vertellen wie we zijn. Om samen verhalen te maken en die uit te spelen, oftewel: cultuur te vormen. En dan is er nog het kleine detail van seksuele driften en, los daarvan, voortplantingsdrang. Als je lijdt aan beide, wat veel van ons doen, dan ontkom je er niet aan om je af en toe onder de mensen te begeven. Als je mini-mensen maakt, zit je daar bovendien een kleine twintig jaar aan vast. Heeft ook voordelen, want daarmee heb je gelijk proefkonijnen voor je passie. Het is onbeleefd als ze weglopen, dus je kunt ze meenemen naar jouw favoriete bestemming, de laatste creaties uit de keuken voorschotelen of samen boetseren. (Sommige passies zijn ongeschikt voor kinderen, maar ik neem aan dat ik dát niet verder hoef uit te leggen. De ‘gezamenlijke hobby’ van mij en enkele van mijn vrienden, in onbedekte termen onze BDSM genoegens, spreken we alleen uit onder gelijkgestemden.)

Het antwoord op het universum is ook een makkelijke: alles komt goed. Wel zonder de mensheid, uiteindelijk. Dus doe een beetje rustig met de aarde, verbruik minder plastic, rijd elektrisch, leef alsof het 1750 is en maak je eigen kleding van biologisch linnen – in het grote plaatje maakt het allemaal niet uit. Want we gaan er toch wel aan. Geniet er dus van, lieve mensen. En heb lief. Ook, nee júist al de liefde doodeng is. De momenten van puur genot zijn het waard om je eigen angst te overwinnen.

Erbij is niet zo moeilijk, eráf wel. Meer plastic in het afval, meer boeken in de bibliotheken, meer kilo’s rondom de taille: allemaal geen enkel probleem. Verzamelen is een levenswijze, een valide hobby voor alle lagen van de bevolking, van die onmogelijke speeltjes uit Kindereieren tot goudklompen aan toe. Mondiaal gezien groeit de bevolking alleen maar, het aantal auto’s stijgt, de uitgaven voor de ontdekking van de ruimte kunnen niet op. Maar zie maar eens iets kwijt te raken.

Ja natuurlijk, Mari Kondo en programma’s over obsessief opruimerige mensen die hoarders bijstaan zijn mateloos populair, maar leidt het ook echt tot iets? In de eerste maanden van de coronatijd stonden er rijen voor alle afvalstations in Nederland, omdat niemand iets beters kon verzinnen dan het schuurtje uit te mesten. Het zou mij niets verbazen als de wereldwijde pandemie meer gedaan heeft om onze huizen op te ruimen dan alle minimalistische goeroes uit het hele voorgaande decennium. Dat de Action dicht was, heeft vast ook geholpen om niet direct alle vensterbanken weer vol te leggen met nutteloze en milieuvervuilende rommel.

Ik drijf af van mijn oorspronkelijke doel, komt ‘ie: het onderzoeken van relatievormen, met name de open (heteroseksuele) relatie. Toch is het relevant, want ook daar geldt dat erbij makkelijker is dan eruit. Het is niet zo gek moeilijk, zolang je je eigen wensen kent, om te zoeken naar iemand extra, een partner, een speelmaatje, een friend with benefits, een groen blaadje om de grijze lusteloosheid van het dagelijks bestaan op te fleuren. Of, als je echt serieuze polyamorie nastreeft, om dat dapper en trots te vermelden op je Tinder en aansluiting te zoeken bij gelijkgestemden, bijvoorbeeld bij de landelijke stichting die zich bezighoudt met dat onderwerp. Ze zijn er, heus, je bent niet de enige.

Alleen, hoe kom je weer van iemand af? De meest sociale cirkels zijn kleiner dan je denkt, met meer dwarsverbanden dan direct duidelijk is. Momenteel worden er geen feesten georganiseerd: geen vervelende gespreken of onverwachte ontmoetingen met die ene minnaar waarmee het contact tóch niet zo lekker afgelopen is als je had gewild. Dat scheelt.

Een relatie beeïndigen is niet altijd even makkelijk als ‘ik wil van je af’ en dan de deur uitlopen. Misschien wil je de persoon niet helemaal kwijt uit je leven, maar zoek je een andere vorm die beter werkt. Wil je liever om de week afspreken in plaats van ieder weekend. Wil je wel je partner zien maar niet diens andere partner, die je niet kunt luchten.

Terzijde: het blijft me verbazen hoe één persoon meerdere partners kan hebben die onderling totaal niet met elkaar oveweg kunnen. Blijkbaar is het mogelijk om stekkers te vinden die op verschillende aspecten van je persoonlijkheid passen. En die stekkers passen dan absoluut niet op elkaar. Dit gebeurt met non-seksuele vrienden trouwens ook. Een goede vriendin van jouw beste vriend vindt jou wellicht een complete heks. En andersom evenzeer. Ik heb nooit niet begrepen hoe dat werkt.

Drie beproefde methodes: eerlijk vertellen dat je een einde wilt aan de relatie, of dat je de persoon in kwestie nooit meer wilt zien. Daarmee krijg je het snelste wat je wilt, maar je riskeert ook de grootste ruzies. Andere optie: je laat nooit meer iets van je horen, of doet alsof je te druk bent (ook wel: ghosten). Dit is een methode om razensnel de stalkers (die contact zoeken niet zullen opgeven) van de normalere mensen te onderscheiden, maar levert je een slechte reputatie op. De laatste optie is de weg van de compromis: je legt uit hoe je de werkelijkheid graag zou willen (‘wel jou, niet jouw vriendinnetje’) en hoopt dat de andere partij bereid is je tegemoet te komen. Laatste redmiddel, ik heb het gebruikt maar raad het niet aan: verhuizen.

 

 

 

 

Luxe probleem: hoe richt je een glazen buffetkast in? Achter de dichte schuifdeuren van de onderkast is het makkelijk, daar liggen alle spelletjes kriskras opgestapeld in hun dozen. Niemand die het ziet. De bovenkast verdient meer aandacht, omdat het een toonbeeld is van wat wij belangrijk vinden. Bovendien moeten we er de hele dag naar kijken, dus beetje esthetisch verantwoord is wel fijn. (Normaal zou ik ook rekening houden met wat de visite vindt, maar die is er nauwelijks meer.)

Op de plek waar mijn grootmoeder de familiebijbel neer zou zetten, komen de complete werken van Paul Verhaeghe te staan. Om de huidige maatschappij (en jouw plaats er in!) te kunnen begrijpen, kan je namelijk beter de stukken van Verhaeghe lezen dan het bij elkaar geraapte heilige boek van een steeds kleiner wordend deel van de bevolking.

Recent heb ik drie van zijn boeken achter elkaar uitgelezen: Identiteit (2012), Autoriteit (2015) en Intimiteit (2018). Pagina na pagina schept hij inzicht in weer het volgende vraagstuk en dan is het ook nog lekker geschreven. Hij zoomt uit op het hele maatschappelijke plaatje en behandelt zo’n beetje alle vragen die je kunt verzinnen: waar komt de toename van diagnoses als depressie, burn-out en persoonlijksheidsstoornissen vandaan? Waarom staan er zoveel files? Wat is er met het klimaat aan de hand? Waarom staan politici te brallen op social media en is er steeds minder inhoudelijk debat? Hoe gaan de komende twintig jaar eruit zien?

Persoonlijk vond ik het een enorme troost om uit de mond van deze doctor in de klinische psychologie te horen dat identiteit een culturele constructie is. Het idee van de maakbaarheid is (deels) aperte onzin: het is bijna onmogelijk om in je eentje de culturele parameters zodanig te veranderen, dat je hele leven verandert. Als je voor een dubbeltje geboren bent, is het écht lastig om een kwartje te worden.

Wat als gek bekeken wordt, verandert ook voortdurend. Dus als je nu een etiket hebt omdat je te druk bent, of te extrovert, of te depressief: vijfhonderd jaar, honderd jaar of in sommige gevallen tien jaar geleden zou je heel anders gediagnosticeerd zijn. En over tien jaar kan het wéér enorm verschillen. Laat je dus niet vast verven in een hoekje.

Dan iets anders, citaat: ‘emoties zijn reacties op situaties, bovendien meestal op situaties waarbij iemand anders centraal staat.’ Zo. Denk daar even over na. Waar ben ik nu al een jaar over aan het schrijven in deze columns? Juist: emoties, specifiek in relaties tot anderen. Verhaeghe zegt dat de relatie tot onszelf en tot de ander gekenmerkt wordt door een voortdurende beweging van tegenstrijdige krachten: aantrekken en afstoten. Wie kinderen heeft, snapt dit direct. Wie zichzelf kent ook. Een goed evenwicht tussen individu en identificatie met de ander is van levensbelang.

Dat betekent: zorg voor jezelf, zorg voor de ander, zorg voor de maatschappij. Het is een cirkel (cue filmmuziek van The Lion King) en we zijn allemaal verantwoordelijk.

Alhoewel de visite niet meer in huis komt, ik spreek nog wel mensen, online of op afstand. De inzichten van Verhaeghe kan ik in persona ook beter etaleren dan achter glas. Dat opruimen van de buffetkast kan morgen wel, nu eerst zijn essay lezen over de coronacrisis: ‘Houd afstand, raak me aan.’ Het is de lijfspreuk van deze tijd.

In onze allernieuwste Vlam, staat een prachtig interview met Jeremy Heshof door Cat.

Geef je te weinig van jezelf in relaties, of investeer je juist teveel? Hoe ga je om met het verdriet van anderen? Voelt jouw partner zich veilig bij jou? Hoe is de verhouding tot je ouders en je kinderen?

Voor alle mensen die een open relatie willen, al hebben of er net huilend uit zijn gevlucht: er is een nieuw boek verschenen dat gaat helpen om je leven beter te maken. In 2020 verscheen Polysecure, Attachment, Trauma and Consensual Nonmonogamy, door Jessica Fern. De schrijfster is een psychotherapeut gespecialiseerd in traumaverwerking en relaties. In dit boek brengt ze twee velden bij elkaar: hoe hechting en trauma invloed hebben op jouw unieke persoon, en hoe dat doorwerkt bij consensuele non-monogame relaties.

Ook als je identificeert als monogaam, is dit een goed boek om te bestuderen! Fern ontleedt namelijk feilloos hoe het makkelijk kan zijn om je te ‘verstoppen’ in een monogame relatie, te schuilen achter de partner die sterker lijkt dan jij. Als je een relatie hebt met meerdere mensen, dan veranderen alle verhoudingen en worden de breuklijnen veel duidelijker zichtbaar (zie ook mijn column Non-monogamie )

Jessica Fern gebruikt de term Polysecure (poly-veilig) om aan te duiden dat je een veilige hechting hebt met jezelf en met de geliefden in je leven. Ze laat zien hoe jouw visie en gevoel over jezelf van directe invloed is op hoe je andere benadert. In het eerste deel van het boek ontleedt ze hoe hechting werkt en dat is ook voor monogame mensen, of voor mensen met kinderen, ontzettend belangrijk om te begrijpen. Als je weet waar je uitkomt, weet je immers ook beter waar je naartoe gaat en vooral: welke pijn je niet door wilt geven aan de volgende generatie. In het tweede deel geeft ze uitgebreide voorbeelden voor het verankeren van veilige hechting in de relaties met jezelf en al je partners.

We hebben allemaal te maken met drijfveren waar we ons niet van bewust zijn. Hoe we opgroeien, hoe ouders en leraren tegen ons praten, welk zelfbeeld je daarmee opbouwt: je neemt het je héle leven met je mee. Je spreidt, als een goedbedoelde olievlek, al die denkbeelden weer uit over jouw relaties. Met de technieken van Jessica Fern krijg je grip op deze processen.

De uitgever Thorntree Press is een kleine tien jaar geleden speciaal opgericht om de polyamorie-bijbel More than Two te kunnen verspreiden en bied boeken aan op het gebied van consensuele non-monogamie, polyamorie, open relaties, consent, seks, jaloezie en alle manieren om liefde te uiten die nèt even buiten de gebaande paden vallen. Onder andere Eve Rickert, Franklin Veaux, Kevin Patterson en Tikva Wolf publiceren er. Deze boeken zijn niet in het Nederlands vertaald, maar zijn wel bij de betere Nederlandse boekhandel te krijgen. Zelfs als je Engels niet zo goed is, is de kwaliteit van deze publicaties zo hoog dat het echt de moeite waard is.

Het lezen van More than Two heeft mijn zelfbeeld, mijn inlevingsvermogen in anderen en mijn vermogen om duurzame relaties aan te gaan ten goede gekanteld. Door Polysecure kreeg ik meer inzicht in veilige hechting en hoe mijn tienertrauma’s daaraan gerammeld hebben. Dat inzicht gaat me helpen om mijn problemen niet onnadenkend door te geven aan mijn partners of mijn kinderen. De eerste stap naar verbetering is immers leren zíen waar de problemen zitten. Daarna kan je iets ondernemen om jouw leven, en dat van je geliefden, beter te maken. Wie wil dat nou niet, gelukkig leven in liefde?

 

Mijn favoriete gebakje is een enorme roze macaron gevuld met rozen-pistache-crème en verse frambozen. Het gebakje heet Moulin Rouge maar na het eten daarvan is het volstrekt onmogelijk om je benen nog in de lucht te gooien. De patissier, als essentiële winkel, is open. Toch kom ik er bijna nooit meer want door combinatie van lockdown en winterweer kom ik nauwelijks buiten. Het is makkelijker en leuker om zelf te bakken. Kunnen de kinderen gelijk tweehonderd gram bloem en honderdvijfenzeventig gram suiker bij elkaar optellen en tegen de juf vertellen dat ze de rekenles af hebben voor die dag.

Nu Valentijnsdag eraan komt, worden we weer aan alle kanten bekogeld met gepersonaliseerde dozen bonbons, afhaal-sterrenmenu’s (voor twee, altijd weer de stelletjes-norm) en de seksuele toepassingen van slagroom. Misschien ga ik toch even door de sneeuw worstelen voor de hartvormige chocolaatjes van mijn patissier.

Kleine tip: kliederen met slagroom is funest voor je lakens. Dus als je dat zo nodig wilt doen, doe het in de badkamer en gebruik soja slagroom, die wordt niet ranzig op een bezwete huid. Ik weet dat, want heb ooit een semi-wetenschappelijk experiment gedaan met diverse soorten slagroom en diverse mensen. Voordat je je een plakkerige orgie voorstelt: de slagroom ging op de onderarm, puur om te testen welke soort zijn vorm en smaak behield. Soja-slagroom dus, het merk maakt niet uit. Ik houd ontzettend van slagroom op mijn warme chocolademelk maar kan de seksuele connectie niet maken, vooral omdat ik steeds de stem van De Bie-typetje ‘Frank’ in mijn achterhoofd hoor: ‘ik wil mijn vriendin insmeren met slagroom. Maar ik heb geen vriendin. Daar ben ik voor behandeld.’

Aardbeien uit iemands navel eten of sushi op billen leggen vind ik evenmin hygiënisch, maar de verbinding tussen eten en seks is duizenden jaren oud dus voel je volledig gerechtigd om er creatief mee te zijn. Er zijn boeken over volgeschreven, vooral over de gelijksoortige manier waarop lekker eten en goede aanrakingen dezelfde blije stofjes in je hersenen aanmaken. Oesters, vijgen, asperges, artisjokken schijnen allemaal een positief effect te hebben op je seksleven. Waarschijnlijk komt dat vooral omdat ze, met een beetje fantastie, een lichte visuele overeenkomst hebben met de geslachtsdelen. Of omdat we al honderden jaren tegen elkaar herhalen dát dit eten lustopwekkend is. Alles is cultureel bepaald, ook seksuele prikkeling. In sommige landen wordt neushoornpoeder voorgeschreven als natuurlijke Viagra, wat nadelig heeft uitgepakt voor het aantal neushoorns dat nog vrij en intact rondloopt.

De handeling van samen eten en daarvan genieten, dat is waar het om gaat. De tijd en vooral de onverdeelde aandacht voor elkaar opbrengen is belangrijker dan wat er precies op je bord ligt. Natuurlijk is het met bijzonder eten gemakkelijker om het moment ook bijzonder te maken, maar met een beetje toewijding kan zelfs een bordje hutspot een romantische ervaring worden. Leg je telefoon weg, kijk elkaar in de ogen, haal een gezamenlijke herinnering op en deel het eten met elkaar. Niets is minder romantisch dan iemand die de laatste hap van iets lekkers snel in zijn mond steekt. Als de avond ontspannen verloopt en er een gevoel van saamhorigheid ontstaat, is het weer makkelijker om die ontspanning mee te nemen het bed in. Daarvoor hoeft het geen Valentijnsdag te zijn.

 

Tijdens de ochtendwandeling zag ik twee zwanen samen zwemmen (snel uitspreken!). Zwanen behoren tot de zeldzame groep dieren die daadwerkelijk monogaam zijn. Er zijn andere vogels die ook graag bij elkaar blijven: hoe groter de vogel, hoe groter de kans dat ze aan vaste paarvorming doen. Roofvogels, albatrossen, kraaien kunnen monogaam zijn. Vinkjes en mussen wisselen vaak per nest van partner. Wat de vogels wel voor hebben op ons tweevoetige zoogdieren, is dat de vaders en de moeders vaak samen voor het kroost zorgen, van uitbroeden tot wormen uitbraken tot vliegles. Daar kunnen we nog een voorbeeld aan nemen (behalve dat uitbraken dan), in onze maatschappij waar nog steeds het leeuwendeel van kinderverzorging door moeders wordt gedaan.

Maar ik wil het over monogamie hebben, of vooral over de precaire staat daarvan. Onder zoogdieren is monogamie niet een natuurlijke staat van zijn, wat kerk en staat daar ook van mogen zeggen. Slechts 5% van de zoogdieren is voor het leven samen met dezelfde partner, blijkt uit onderzoek van Zoe Donaldson van de University of Colorado.

Mensen horen bij die 5% van monogame zoogdieren, maar we zijn er niet erg goed in.  Vanavond heb je toch niets te doen door die avondklok, dus schrijf even mee: van de eerste twintig vrienden en familieleden die in je opkomen, hoeveel daarvan is nog samen met hun allereerste partner? Als ik zo’n lijstje maakt, kom ik op maximaal vier van de twintig mensen. Nogal wiedes, zeggen jullie dan, want Cat kent natuurlijk alleen maar hippies in polyamoreuze communes. Nou nee. In mijn lijstje zaten vooral brave familieleden, van wie er niet één samen is met hun eerste liefde.

Wat wel interessant is, is dat dieren schijnbaar vooral monogaam worden als de aanwezigheid van de vader noodzakelijk is voor het overleven van het nageslacht. Dus als de papa de moeder moet verdedigen of moet helpen om het kroost genoeg eten te brengen, zodat het groot en sterk kan worden om zelf weer voort te planten. Als het voortbestaan van de soort in het gevaar is, komen de vaders in het geweer.

De gehele mensheid kan inmiddels niet meer voortbestaan zonder elkaar. Alsof het nog niet erg genoeg is dat we de kinderen thuis les moeten geven… als we nu ons eigen eten zouden moeten verbouwen, zou het hele gezin binnen een week dood zijn. Anderhalve week als we het over ons hart kunnen verkrijgen om de katten te roosteren. We zijn volstrekt afhankelijk van andere mensen die het eten verbouwen, vervoeren en verkopen. Kortom, beide ouders moeten er op dit moment hard aan trekken om het beste voor hun kinderen te realiseren.

Even afgezien van de praktische kant: van meer volwassen voorbeelden, groeien kinderen evenwichtiger op. It takes a village to raise a child, een bekende uitdrukking die inmiddels wetenschappelijk bewezen is. Ook alle monogame tweeverdieners leunen op een enorm netwerk om hun kinderen op te voeden: grootouders, school, BSO, oppas, sportkamp. Toch blijft een nucleus van vader-en-moeder het enige ‘normale’ beeld. Ouders die alleen zijn, of met meer dan twee, worden scheef aangekeken of krijgen impertinente vragen te horen, vaak vermomd als bezorgdheid.

Het wetenschappelijke bewijs is allang geleverd: monogamie is niet de enige natuurlijke leefwijze voor de mensheid. Als je ervoor wilt kiezen, is dat prima (doe ik momenteel ook). Maar houd op met de monogamie als normatieve standaard te hanteren voor een diersoort die niet aan de parameters voldoet. Liefde is belangrijk, niet hoe die eruit ziet.

 

Tegen verdriet helpt alleen zout water: huilen, zweten, de zee! Ooit las ik dat op de zijkant van een strandtent. Ik ben nog steeds jaloers dat ik het niet zelf heb bedacht. Zodra ik op de boulevard van Scheveningen sta, de zoute wind ruik en de hemelsbrede horizon zie, voel ik de trek van de zee. Ik wil erin springen en in de golven verdwijnen. Alsof de vijfeneenhalve liter zout water dat mijn bloed is, terug wil naar de oorsprong van ons bestaan.

Recent was ik vier dagen alleen aan zee, om te schrijven, te lezen en te wandelen.  Ik heb twee boeken uitgelezen, veel geschreven, ongestoord geslapen. Al blijk ik het uitslapen te zijn verleerd, na achteneenhalf uur word ik wakker, ook vóór de wekker. Iedere dag liep ik over het strand, in alle jaszakken zitten nu schelpen.

Wacht, denkt nu de oplettende lezer, er is een lockdown en alle restaurants zijn dicht. Dat klopt. Vier dagen alleen in een hotelkamer wonen en supermarkt-maaltijdsalades eten, is misschien niet jouw idee van vakantie. Ik vind het niet erg. Misschien omdat ik het wel gewend ben: als student heb ik veel gereisd. Ik bestudeerde schilderijen en reisde van stad naar stad om de musea te bezoeken. Meestal op een minimaal budget, dus dat betekende slapen in zestien-persoons-hostel-zalen en goedkoop afhaaleten nuttigen in een stadsplantsoentje. Soms moest ik het geld in mijn zak uittellen om te kiezen tussen eten of een kunstboek uit een museumwinkel.

Reizen in die tijd was eenzaam, net zoals mijn vier dagen aan zee. Tot op zekere hoogte is dat heerlijk. Alleen zijn met je gedachten geeft je de gelegenheid om een idee af te ronden in je hoofd, voordat je het met iemand anders bespreekt. Maar de dagelijkse vanzelfsprekendheid van contact wordt snel een gemis. Vertellen hoe je dag was, stoom afblazen over een idioot in het verkeer, een leuke grap doorvertellen, daarvoor heb je andere mensen nodig. De schoonheid in veel dagen zit hem juist in het onverwachte contact.

Het dagelijkse contact missen we momenteel in grote mate. Daar worden mensen raar van, want we zijn niet alleen werkmachines in een matrix: we zijn sociale dieren. Het speelse en spontane is van het dagelijkse leven afgeschaafd en dat duurt al te lang. Daarom staan er zoveel relaties onder druk, daarom zie ik om me heen dat mensen neerslachtiger worden. Ik merk het zelf ook: het leven wordt kleiner en benauwder. Maar de dagen worden al langer. Op 28 april van dit jaar gaat de zon onder op hetzelfde tijdstip als de ingang van de avondklok – die tegen die tijd hopelijk weer afgeschaft is.

Dieren hebben elkaar nodig, om samen te huilen, te zweten en in de zee te spelen. Ik ben een voorstander van eigen tijd, opladen en uitrusten. Maar komende week roep ik jullie op: maak een echte, levende, fysieke afspraak met iemand die je mist, desnoods buiten, desnoods op afstand. Op het strand is ruimte genoeg.