Probleem: in Nederland groeien we op met heteroseksuele monogamie als de norm. Vader, moeder, kinderen, samen in één huis. We worden aan alle kanten gebombardeerd met monogaam-gecentreerde beelden, van sprookjes tot religieuze opvattingen, van films tot tijdschriften. Steeds weer andere versies van hetzelfde verhaal: een geslaagde relatie bestaat uit twee (witte, ook dat nog) mensen die ergens tussen hun 20ste en 30ste levensjaar bij elkaar komen en voor altijd samen blijven. Bij vreemdgaan is de relatie direct stuk. Naar een ander kíjken kan al reden zijn om ruzie te maken met je partner.

Als je niet weet dat er alternatieven zijn, dan kan je daar ook niet voor kiezen. En zo loopt generatie na generatie in hetzelfde spoor. Daarom is representatie zo belangrijk. Daarom hebben mensen van alle seksen, kleuren, geaardheden, levensvormen ruimte nodig om hun eigen stem te laten horen. Alleen met een enorm breed aanbod aan keuzes, weet je dat er keuzes te maken zijn. Zo krijg je de ruimte om te kiezen waar JIJ gelukkig van wordt.

Als jij gelukkig wordt van monogamie, dan is dat prima. Als jouw partner dat ook wordt, gefeliciteerd. Maar stel de vraag. Ga er niet blindelings vanuit dat iedereen op de ‘relationship escalator’ stapt, de relatie-roltrap van daten naar samenwonen en trouwen, naar kindjes, naar met dezelfde afritsbroeken het familiegraf in. Er zijn zoveel meer opties. Er is seriële monogamie, wat ontzettend veel voorkomt: kijk maar naar de hoeveelheid echtscheidingen. Er zijn ‘alternatieve’ vormen van monogamie: lange afstandsrelaties, a-seksuele relaties, knipperlichtrelaties. Er zijn talloze vormen van non-monogamie. Ook is het een legitieme keuze om je niet te willen binden aan een ander.

Want je vraagt nogal wat van elkaar, in een monogaam leven. Je vraagt dat de ander er altijd voor je is, van begin tot eind, in voor- en tegenspoed. Dat de ander met je meegroeit in alle keuzes die je nog gaat maken in je leven, waarvan je zelf niet eens weet wat die zijn. (Misschien ontwikkel je wel een passie voor tango en wil je partner alleen maar zeevissen.)  Het is knetterhard werken om elkaar niet te verliezen onderweg. Bovendien is het onmogelijk om altijd honderd procent te vertegenwoordigen wat de ander in het leven verwacht: je zult altijd allebei een zeker percentage aan wensen moeten inleveren. Het bestaan kan goed zijn, maar wel tegen een zekere prijs.

Als het lukt, heb je in een monogaam bestaan de tijd om je relatie te blijven verdiepen, om een geschiedenis op te bouwen en steeds meer van elkaar te zien. Het mooiste is als je de blinde vlekken van je partner gaat zien en daarin een spiegel kan zijn; en zij dat bij jou ook kunnen.

Maar als het niet lukt, dan heb je misschien een deel van jezelf weggestopt, gemist, verloren, verspeeld, alleen omdat er geen ruimte was binnen het monogame stramien. Dat is jammer, want er komt geen herkansing.

Als Marten óf Oopjen – je weet wel, die gigantische portretten door Rembrandt die we voor 160 miljoen euro samen met de Franse staat hebben gekocht, ze hangen nu in het Rijksmuseum – beschadigd raakt, dan wordt de zogenaamde stellenclausule van kracht. Dat betekent dat het geheel van het kunstwerk (dus de beide portretten samen) minder waard wordt als er één portret een krasje krijgt. Logisch ook, want ze horen echt bij elkaar.

 

In je eigen huis moet je dit fenomeen ook kennen: van dat prachtige servies dat je van oma kreeg (of op de rommelmarkt kocht) is een oortje van één koffiekopje afgebroken, waardoor het geheel nu minder waard is geworden. Ook al was het niet duur, de sentimentele waarde is veranderd. Je kunt er nooit meer naar kijken zonder te weten dat er iets mist.

 

Soms lig ik wakker als mijn nesting partner (vader van mijn kinderen, huisgenoot, mede-hypotheek-drager) laat weg is. Op de donkerste momenten stel ik me voor hoe de politie aanbelt om te vragen wat voor auto hij rijdt. Want het zal je maar gebeuren. Iemand uit jouw directe cirkel, jouw gezin, jouw veilige haven in deze woelige wereld, overkomt iets naars. Hoeft niet direct dood te zijn: manlief in kwestie brak een keer een paar botten op een feestje en kwam onverwacht met gips thuis, dat was al eng genoeg.

 

Het zegt iets over jouw relatie als het geheel minder waard wordt (tijdelijk of permanent) als er met iemand ánders in die relatie iets gebeurt. Of dat nou een kind is, een partner of een goede vriend. Een relatie is minder waard, of simpelweg verdwenen, als de andere partner(s) er niet meer is. Een gezin voelt gebroken en kapot als een gezinslid vroegtijdig verdwijnt, sterft of als er een scheiding aan te pas komt. Het geheel dat in jouw beleving bij elkaar hoorde, is niet meer. Er is alleen geen verzekering ter wereld die het gemis goed kan maken met een uitkering in centen.

 

Gisteravond scrolde ik door social media (terwijl ik al had moeten slapen) en stuitte per ongeluk op een foto van een ex-poly-partner, vrolijk met zijn nieuwe liefde. Het deed me ontzettend pijn. Juist omdat de stellenclausule niet van toepassing is hier. Hij heeft nergens last van, is mij allang vergeten. Het geheel is niet minder waard geworden of geschonden, integendeel: het is net alsof de relatie tussen hem en mij nooit heeft bestaan. Ik heb er last van, maar ik ben de enige.

 

Marten en Oopjen reizen in 2022 naar het Louvre, waar ze dan vijf jaar te zien zijn. Rijksmuseum en Louvre hebben afgesproken dat de portretten altijd bij elkaar blijven en niet los van elkaar getoond worden. Maar dat betekent niet dat als er eentje stuk gaat, de ander ook kapotgaat. Er zal maar een kunstwerk van de laadklep afkletteren. Er gebeuren gekkere dingen in de wereld.

 

CAT gaat de komende vier weken op vakantie, dus zullen we in deze weken de zomerserie van vorig jaar herhalen.

Ik zit in de zoveelste Zoom-vergadering van deze week. We krijgen de resultaten te zien van een enquête. De miep die de presentatie aan elkaar lult, zegt dat 69% van de ondervraagden stressklachten heeft. En hoe zegt ze dat? ‘Dit lijkt me een mooi ontwikkelpunt.’ Wat is hier mooi aan? Bijna driekwart van deze organisatie begint te hyperventileren als ze aan hun werk denken. Deze arme mensen brengen het merendeel van hun wakkere leven door in benauwdheid en maag-draaiende angst. Dat is niet mooi, dat is een enorme rode vlag, een vuurpijl in het duister, een streep door de luchtkastelen waar het overige personeel op drijft.

Waarom moet alles toch zo positief zijn tegenwoordig? Ja, ja, we zitten op de top van het individualisme, zelfontplooiing is maar alles. Het zogenaamde Antropoceen, het tijdperk van de mens. Dit land heeft nog steeds geld zat, ook na een ruim jaar corona-crisis. De huizenprijzen stijgen de pan uit, alles is maakbaar. Zolang je geen ingewikkelde wensen hebt (zoals een vaste baan op niveau of een betaalbare woning) kan je alles bereiken. En de mensen die dat niet doen, móeten dus wel sukkelig bezig zijn.

Ik zeg: boe-hoe. Kappen daarmee. Hebben we dan niks geleerd van de piepende remmen toen de hele globale samenleving ineens stilstond, vorig jaar? Eerst was er die algemene paniek en hele verklaarbare angst voor de dood en toen…die rust! Die stilte! Meer wandelen in de natuur, meer verbinden met het gezin en als je eens geen zin had in een vergadering dan ‘viel ineens de wifi thuis uit’.

Ik vond het helemaal niet erg dat de sociale agenda ineens leegliep. En nu heb ik ook geleerd wat mijn tijd waard is: ik ga nooit meer naar de kring-zit-verjaardagen van verre aangetrouwde familieleden die ik de rest van het jaar óók niet wil spreken. Ik heb echt wel iets beters te doen. Al is het uit het raam staren naar de suïcidale ekster die bij onze katten uit de buurt probeert te blijven.

Die feestzomer waarin we even alles moesten inhalen, de grote Summer of Love 2021, zag ik dan ook al niet zitten. Nu Nederland ineens een schaamrode kleur krijgt toegewezen, komt mijn vakantie in gevaar en daar baal ik wel van. Ik had juist zo’n zin om eens naar andere natuur te gaan kijken, de soort wilde natuur waarin je écht doodgaat als je de weg kwijtraakt, de soort die we hier niet hebben met onze vee-roosters, klompenpaden en wegwijzertjes die streng waarschuwen dat dit hele land alleen toegankelijk is tussen zonsopgang en zonsondergang.

Even wég zijn, de hort op, onvindbaar in de bossen, telefoon uit, niks geen wifi. Het zit er niet in. En we hebben het echt zelf gedaan. Wij, de mensheid, hebben onszelf het leven onmogelijk gemaakt. Blijken we toch dommer dan de dieren, wie had dat gedacht, een paar jaar geleden? Dát is nou een mooi ontwikkelpunt.

 

 

 

 

Consent is als een kopje hete thee. Als iemand ligt te slapen, giet je geen hete thee in hun mond. Als iemand bewusteloos is, willen ze geen thee. Als iemand hardop zegt: ‘ja lekker! Thee!’ dan hebben ze consent gegeven. Je kunt heel lang praten over consent en dat is ook zeker allang gedaan, maar hier komt het op neer. Er is een geniaal filmpje op YouTube te vinden over hoe hete thee als consent is. Zo gaat het met seks ook. Als iemand bewusteloos is of ligt te slapen, en niet kan zeggen: ‘ja lekker!’ dan is het antwoord dus nee, geen seks!

Even terug: wat betekent het woord consent? Het is Engels en betekent eenvoudigweg toestemming. Toen ik seksueel actief werd (vlak nadat de dinosauriërs ons verlaten hadden) werd er met geen woord over gerept, in geen enkele taal. Goede jongens deden geen dingen die je niet wilde, was de boodschap. En als er iets gebeurde waar je niet van gediend was, dan moest je als meisje maar van je afbijten. Ik ben meer dan eens van een feestje weggegaan, omdat ik in een hoek werd gedreven, achtervolgd werd door een dronkenlap of omdat ik bang was dat iemand GHB of andere troep in mijn biertje had gedaan. Dat ‘goede’ jongens ook goedbedoelde inschattingsfouten konden maken, tja, daar kwam ik gaandeweg achter. We hadden geen woorden om er over te praten, behalve dan de vrijpartij direct afkappen en weggaan, trillend op de fiets naar huis.

Het idee dat je toestemming moet geven voordat er iets met je lichaam gebeurt, want meestal gaat het over plastische en niet over geestelijke interactie, komt uit de ziekenzorg. Maar het idee dat iederéén iets te zeggen heeft over zijn/haar/hun lichaam is echt vrij nieuw. Eeuwen en eeuwenlang gold beschikkingsrecht alleen voor mensen (lees: mannen) die een bepaalde maatschappelijke status hadden en daarmee ook mochten beslissen voor alles onder hen. Zwakkere soorten zoals gehandicapten, vrouwen, onvrije mensen, bedienden en kinderen hadden weinig te zeggen over wat er met hun leven gebeurde.

En dat we in Nederland inmiddels de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hebben geaccepteerd, betekent niet dat die altijd wordt nageleefd en bovendien golden en gelden voor een groot deel van de wereld hele andere regels. Voorbeeldje: tussen 1935 en 1967 werden in Amerika meer dan twintigduizend hersenoperaties aan de prefrontale cortex uitgevoerd (lobotomie) waarbij het doel vooral was om de patiënt terug achter het aanrecht of terug in de fabriek te krijgen. Het persoonlijk geluk was een bijzaak en veel mensen zijn geopereerd zonder dat ze wisten wat er ging gebeuren, of, als ze het wel wisten, wat de mogelijke gevolgen zouden zijn. Recenter voorbeeld: in 2001 bleek dat sommige Westerse universiteiten het testen van nieuwe kankermedicijnen op mensen laten doen, in India, als het onderzoek nog te experimenteel gevonden werd om op Westerse (lees: witte) mensen te gaan testen. De Indiaase proefkonijnen kregen een onleesbaar boekwerk toegestoken met de mogelijke gevolgen en bijwerkingen en moesten op basis daarvan ‘toestemming’ geven. Is dat échte toestemming op basis van juiste informatie, ofwel informed consent?

De maatschappelijke maatstaf is, in sommige landen, inmiddels naar de overliggende kant van het spectrum uitgezwaaid. Sinds 2018 is in Zweden alle seks zonder expliciete toestemming verkrachting. In Nederland is ook zo’n wet in de maak, al had minister Grapperhaus wel een klein duwtje nodig in de vorm van breedgedragen petities en uitbundige protesten om het laffe ‘seks tegen de wil’ op te schrijven als wat het is, namelijk verkrachting.

Sinds 1956 zijn vrouwen eindelijk handelingsbekwaam in ons land: we mogen zelf een hypotheek afsluiten, zelf beslissen of we willen trouwen, waar we willen werken en of we kinderen willen krijgen. Informed consent wordt de laatste twintig jaar steeds normaler, zowel in de medische wereld als rondom seks. Maar we mogen niet laks worden. In Polen heeft het conservatieve patriarchaat net het recht op abortus afgeschaft. In veel Amerikaanse staten is abortus nog steeds verboden. In honderden landen ter wereld ligt de huwbare leeftijd van meisjes rond de veertien, en is daarvoor alleen toestemming van een mannelijk familielid nodig. We moeten alert blijven en hard blijven roepen: wij beslissen zelf over ons eigen lichaam. Met of zonder thee.

 

Consent Filmpje:

Copyright © 2015 RockStarDinosaurPiratePrincess and Blue Seat Studios. Images are Copyright ©2015 Blue Seat Studios. https://www.youtube.com/watch?v=pZwvrxVavnQ

Even handen tellen: wie hier is ook opgegroeid met een equivalent van het beroemde Engelstalige spreekwoord “if you can’t say something nice, don’t say anything at all” ? Niet wijzen, niet staren, geen kritiek leveren, geen paarden in de bek kijken, al die dingen meer. Het resultaat van zo’n opvoeding is natuurlijk dat je een innerlijke stem ontwikkelt die je woorden filtert voordat ze uit je mond komen. Wat niet erg is, want is het echt nodig om een ander mens te beledigen? Wat win je daar zelf mee?

Even terzijde, voor het uiten van kritiek hoef je trouwens niet eens je mond open te doen. Er zit vaak meer venijn in een blik of een klein wegwuif-gebaar met je hand, dan je in woorden kunt gieten. Het voordeel daarvan is dat het vrijwel onmogelijk wordt voor de andere partij om je erop te pakken, of om verhaal te halen bij een autoriteit: denk maar aan de tiffies tussen pubermeisjes, die vaak om niets anders dan een verkeerd gevallen blik gaan. Probeer dan maar eens wijs te worden uit de verwijten van de gekwetste partij, die vaak klinken als ‘ja maar zij keek me raar aan!’ of ‘zij willen me er niet bij hebben’. Geen doen, niet aan beginnen. Even voor de ouders en leerkrachten onder ons: dit begint vroeger dan je denkt. Jaren geleden, mijn dochters waren niet ouder dan vier en twee, had de oudste een complete meltdown op de achterbank. Reden? ‘Zij keek uit mijn raam!’

Recent heb ik een betere vorm gevonden, een intern stroomschema om te bepalen of we iets zeggen tegen de ander, of dat we het laten. Voortaan open ik alleen mijn mond om commentaar te leveren (en dit is ook de manier waarop ik het aan mijn kinderen leer) als mijn woorden (1) de ander kunnen helpen om iets te fixen aan hun uiterlijk en (2) dat fixen binnen luttele minuten gebeurd is. Dus NIET: hé wat ben je dik! Het is niet alsof de persoon in kwestie naar beneden zal kijken en dan in verbazing uitroept: ‘verdomd, je hebt gelijk! ik vond het al zo raar dat mijn kleren niet meer pasten!’ Geloof mij maar, dikke mensen leven de hele dag met het ongemak, de schaamte, de sociale uitsluiting en de vooroordelen die onverbiddelijk komen kijken bij een maatje meer. Ik kan het weten. Ik weet ook dat de meeste mensen die te zwaar zijn, die jas hard nodig hebben, omdat ze een pijn daaronder proberen te maskeren en hanteren. Zij dragen hun pijn aan de buitenkant, waar genoeg andere mensen die van binnen meedragen. Onzichtbaar, maar dezelfde pijn. Niet oordelen dus.

Het enige dat we zeggen is: er zit iets tussen je tanden, en staat een pluk haar omhoog, weet je dat je broekspijp door de modder sleurt? We leveren geen commentaar op aspecten die niet fixbaar zijn in minder dan drie minuten. Pro-tip: dit is ook de manier om positief commentaar aan te pakken. Iemand naroepen dat ze een lekkere kont heeft is misschien aanlokkelijk, maar kan écht niet meer. Maar ‘wat een tof jurkje!’ kan wél en heeft bovendien de prettige bijkomstigheid dat het niet uitmaakt wie het compliment maakt. Ik bedoel: als vrouw kan je dat tegen een andere vrouw zeggen, zonder seksuele avances te maken, als man kan je dat tegen een vrouw zeggen (mits je er niet kwijlt) eveneens zonder ongewenste intimiteiten te suggereren. Je geeft namelijk commentaar op iets waar de ander aandacht aan heeft besteed: de jurk, de schoenen, de manier waarop het haar zit, de keuze voor kleur make-up. De drager kiest ervoor om de wereld tegemoet te treden op een bepaalde manier, om het harnas aan te trekken waar hij/zij/x behoefte aan heeft om de dag door te komen. En dan mag je best zeggen: ‘wat heb je je vizier mooi opgepoetst. Ik zie mezelf erin.’ Want dat is de clue natuurlijk: wat je zegt, ben je zelf.

 

Ik bel hem vroeg, want weet dat hij al om vijf uur opstaat om te gaan werken.
“Leg eens uit wat er gisteren in whatsapp gebeurde, want ik snap het niet?”
“Ehm ja. Ik ehhm, kan dus niet meer.”
“Dus onze date van vrijdag … gaat niet door?”
“Ehm. Nee. Maar afgelopen vrijdag was wel een puike borrel.”

Afgelopen vrijdag was zijn eerste afspraakje met een ‘ethische hackster’ en blijkbaar is de vonk overgeslagen. Leuk voor hem! Prima! Maar het directe gevolg van die date was dat hij compleet stilviel. Een week lang hoorde ik niks, waar we eerder vrolijke berichten over dagelijkse beslommeringen uitwisselden. Dus ik had per app gevraagd naar onze aanstaande date. Nee, dat kon niet meer.

Hoe is het mogelijk dat een volwassen man vergeet om een date af te zeggen, zelfs als hij de liefde van zijn leven heeft ontmoet? Dit is een man die werkt in de logistiek, die de hele dag ingewikkelde afspraken inplant voor meerdere mensen tegelijk, voor materiaal dat op een bepaald moment ergens moet zijn omdat anders de klus niet geklaard kan worden. Ik heb geen enkele indicatie gehad, tot nog toe, dat Raketjesman moeite zou hebben met het maken van afspraken. Bij onze eerste én tweede date stond hij exact op de afgesproken tijd op me te wachten, met kleine attenties zoals een ijsje. In alle online én live communicatie is hij prompt en stipt. De wijze waarop ik hier wordt afgeserveerd zonder dat hij de moeite neemt om contact te leggen, is een slag in mijn gezicht.

“Als ik er níet naar vraag, had je dan onze afspraak afgezegd?”
“Ehm. Ik ben niet zo goed in die dingen.”
“Dus dan had ik vrijdag voor jouw deur gestaan, volgens afspraak, omdat we al een maand geleden een date maakten samen lekker biertjes te drinken en te seksen. Een date waar jij, tot zes dagen geleden, heel enthousiast over was. En dan?”
“Ja ehm. Dan kan je niet binnenkomen, want, ehm. We willen met elkaar door.”
Waarom heb je me niet gebeld?”
“Ehm, dat was me ontschoten.”

Soms ontmoet je iemand en wil je ‘daarmee door’. Glück auf! Alleen … zou hij zelf weten wat hij bedoelt het ‘door’? Door naar wat? Naar de relationship escalator van samenwonen, trouwen, kindjes krijgen, kampeervakanties in Zuid-Frankrijk en kort op elkaar sterven omringd door een schare kleinkinderen? Door naar een weekend-lat-relatie? Als je niet in staat bent om een afspraak op tijd af te zeggen – ben je dan wel in staat om andere verwachtingen uit te spreken?

Verwachtingen zijn landmijnen. Dat weet ik. En dat zouden terugkerende lezers van deze column ook moeten weten. Precies daarom werk ik zo hard om geen onuitgesproken verwachtingen te laten liggen. Ik maak duidelijk hoeveel tijd ik heb, hoeveel aandacht en hoeveel plek in mijn hartje, en ik check en dubbel check of de ander daar oké mee is. Dat was hij – of meende hij dat ook niet?

Als je niet met mij wilt zijn, is dat prima. Ik ben niet jaloers op een andere vrouw, ik ben boos over hoe hij mij behandelt als wegwerpspeeltje. Wees een vent. Bel even. Zeg: “dankjewel, was gezellig, nu wil ik iets anders.” Dan heb ik de kans om je geluk te wensen en blij voor je te zijn, in plaats van me gebruikt te voelen. Voordat ik bedenk dat deze communicatiefout geheel op zijn schouders ligt en niets zegt over mijn waarde.

Als ik nou iets níet gemist heb het afgelopen jaar, is het gezanik over partners. Die ein-de-lo-ze avonden met flessen wijn waarboven vriendinnen klagen dat hun mannen de was niet doen, de baby verkeerd om in de slaapzak ritsen, pas ver na de spits thuiskomen of de hele zondag voor de tv hangen om voetbal te kijken.

De primaire oorzaak van onvrede in relaties komt neer op partnerkeuze. Je hebt namelijk iets te kiezen, ook als je daar zelf niet van overtuigd bent. De ander kan ook altijd een keuze maken, waar je in de meeste gevallen geen, of slechts op onduidelijke wijze, invloed op hebt. Maar je moet uitkijken met verwachtingen, of erger nog, met ergens op hopen. Niet voor niks zat de hoop onderin de doos van Pandora: het ergste van alle kwaden ter wereld.

Ik heb mensen (lees: vrouwen) horen zeggen: ‘ach het maakt niet zoveel uit, als hij maar lief is.’ Dus het kan je niets schelen dat hij nauwelijks leest, terwijl jij lid bent van twee leesclubs en graag discussieert over de actualiteit? Waar trek je dan de grens: het is oké dat hij liever tv kijkt, maar accepteer je ook spelfouten in appjes? Of stel je bent aan het trainen om een marathon te lopen en hebt het hele lockdown-jaar gebruikt om fitter dan ooit te worden. Wil je dan een partner die op de bank ligt en chips eet?

Je moet ook weten wat je zelf wilt, en wie je zelf bent, om te weten waar je naar op zoek bent. Wie je zelf bent, verandert. Je bent op je twintigste niet dezelfde als op je tiende, en op je vijftigste niet meer dezelfde als op je twintigste – alle verheerlijking van de jeugd in loze kreten zoals ‘veertig jaren jong! wie houdt deze oudere jongere bij?’ ten spijt. Neem de tijd, bezin je een weekend op wie je (nu!) bent en waar je in jouw leven het meeste behoefte aan hebt. Kom, we nemen aan dat het gelukt is. Je hebt contact met iemand en het klikt!

Spreek verwachtingen uit, vanaf het begin. Daarvoor moet je bij jezelf nagaan wat je verwachtingen zijn. Ja, dat móet, dit is geen vrijblijvend advies. Je moet weten wat jouw patronen zijn en je moet dus tijd investeren om te achterhalen waar die patronen vandaan komen. Zijn jouw ouders al vijftig jaar gelukkig bij elkaar, of zijn ze op je derde jaar woedend en briesend met tussenkomst van advocaten en een jeugdrechter gescheiden? Je wordt gevormd door de systemen waarin je opgroeid, die vormen de bouwstenen voor de patronen die je later zelf gaat herhalen.

Dan die vermaledijde hoop. Hopen doe je op de wc. Een goede hoop is privé: leg je er bij voorbaat bij neer dat ze niet vervuld wordt. (Ik hoop nog steeds dat ik ooit een huis op een rotsig eiland ver in de Atlantische oceaan kan kopen en daar de rest van mijn leven naar de einder kan staren, schapen kan houden en boeken kan lezen. Maar tenzij ik daar zelf iets aan ga doen, is de kans die iemand anders die hoop spontaan vervuld vrij klein.)

Als je niet kunt leven zonder iets dat je als ‘hoop’ beschouwt, dan is het géén hoop maar een vurige wens of een verwachting. Wensen en verwachtingen kunnen landmijnen in je relatie worden. ‘Ja maar jij zóu toch altijd de kliko buiten zetten / op tijd thuis zijn / de helft van alle rekeningen betalen?!’ Voordat je zoiets wanhopig uitroept, heb je ergens een afslag gemist in de communicatie.

Nu we het toch hebben over kliko’s buiten zetten … Ik klaag ook over mijn partner, soms, en ging er altijd vanuit dat hij dat ook deed, over mij, tegen zíjn vrienden. Blijkbaar (ik vroeg het laatst) valt dat reuze mee. Dus nu heb ik weer een reden om met een vriendin een fles wijn open te trekken – en te vertellen hoe trots ik op mijn partner(s) ben.

Het was niet zo’n moeilijke vraag, zou je zeggen. Ik wil graag een recept voor precies dat éne geneesmiddel, van die ene fabrikant, met die ene merknaam. Waarom zo precies? Omdat ik nare bijverschijnselen krijg van alle goedkopere soorten die Big Pharma promoot bij apotheken, alleen maar omdat ze daarover meer commissie verdienen, daarom. Simpel toch?

Maar nee hoor, bij thuiskomt blijk ik een anticonceptiering van ‘Abbott’ te hebben, in plaats van de door mij gewenste Nuvaring. Om even technisch te blijven: deze ring heeft 2,7 mg ethinylestradiol en de Nuvaring bevat 1,5 mg ethinylestradiol: dat verschil van 1,2 mg betekent precies het verschil tussen de sweet spot en een maand lang migraine. Het is namelijk al erg genoeg. Wie wens je deze bijverschijnselen toe: gevoelige borsten, vasthouden van vocht (lees: gewichtstoename), verminderd zin in sex, hoofdpijn, overgeven, wisselende stemmingen (lees: woede-aanvallen), bloedingen en in het ergste geval, kanker.

Verminderd zin in seks?! Is dát hoe die hormonale anticonceptie werkt? Slikken of spuiten die hap, desnoods een pleistertje met hormonen en je wilt geen vent meer aanraken – heerlijk, nooit meer kans op zwangerschap! Ja, dahaag, doe me dan maar een morning-after pil, dan kan ik tenminste nog genieten van vrijen zonder condoom. Gode-zij-dank is die inmiddels bij de drogist vrij te koop, want de gêne van mijn minderjarig zelf die aan een zestigplusser-huisarts uit moest leggen dat het even misging met de buurjongen, en het morele oordeel dat uit de huisarts spoog voordat hij een receptje wilde schrijven, zal ik niet glad vergeten.

Die bijverschijnselen dus. Bijna iedere vrouw heeft er last van. Alleen, bijna iedere vrouw heeft ook last van de ongesteldheid, van eventuele zwangerschap, van overgang, kortom: van het stoffelijk omhulsel waar ze het mee moet doen, hun hele leven lang. Maar we moeten niet zeuren, want er zijn middelen genoeg die we kunnen nemen om alle hormonen te temmen. O ja, maar ondertussen moeten we ook nog gezond koken met lokale ingrediënten én lief lachen én onze kwakkelende ouders in de gaten houden én knutselen met de kinderen én door het glazen plafond heenbreken.

Mannen zeuren toch ook niet? Nee, want die hangen er een condoom omheen, of, als ze echt dapper zijn, laten de zaadleiders doorbranden. Waar blijft die mannenpil? Die komt er niet. Nooit. Want er zijn namelijk bijverschijnselen: verlaging van testosteron, verlies van spiermassa, misschien zelfs wel (aargh!) gevoelig borstweefsel en andere tekenen van “vrouwelijkheid”! En er is geen man die daar vrijwillig aan wil. Hebben ze gelijk? Ja natuurlijk. Maar waarom moeten wij dan wél?

Ondertussen heb ik van de grofweg 28 dagen die een maancyclus telt, er zo’n 12 waarin ik lekker in mijn vel zit. De overige 16 dagen ben ik óf overstuur van de pijn en de emotionele disbalans die bij de cyclus ‘hoort’, óf ik bloed als een pas geslacht rund. Het enige lichtpuntje is dat ik, met zo’n handig flexibel cupje, nooit meer zit te kutten met tampons, wat ook nog eens een bak geld scheelt. Want al die marketing voor tampons met vleugels en maandverband met plakstrips waarmee je als onbezorgd zonnnekind door de wereld kunt dansen: complete bullshit. Dáárom wilde ik dus weer aan de anticonceptie: om de ongesteldheid te verkorten. Weer terug naar de apotheek dus.

 

Na een jaar covid-19 uitleg en lockdowns snapt zo langzamerhand iedereen wel hoe besmetting werkt. Bij de mensen die er een open relatie op na houden, waren virussen al veel langer een gespreksonderwerp. Wij hebben namelijk relaties én seks met meerdere partners. De angst voor HIV zit er diep in en de andere soa’s zijn ook geen pretje. Open gesprekken over veilig vrijen, een fikse voorraad condooms en latex handschoenen, regelmatig testen én een goede partnerkeuze zijn volstrekt noodzakelijk, willen we niet ziek worden.

Communicatie is zoals altijd de crux. Zodra iemand iets niet durft te zeggen, loopt iedereen meer risico. Zoals die keer dat ik een condoom kwijtmaakte. Na de vrijpartij was het niet meer te vinden. Niet in bed, niet om de piemel waar het oorspronkelijk zat…pas na een ontspannen douche kwam het condoom ineens weer tevoorschijn. Oeps, het hield zich schuil naast mijn baarmoedermond. Dat was dus het allereerste onderwerp tijdens het ontbijt, want iedereen moest daarvan op de hoogte worden gebracht.

Zo’n geintje betekent namelijk dat ikzelf, mijn vaste partner, de vriendin daarvan en de vriendin dáárvan weer acht weken lang veilig (met betere condooms) moeten vrijen en zich wederom laten testen op de gangbare soa’s. Want de piemel die het condoom kwijtraakte, kan een soa geïntroduceerd hebben in wat een gesloten systeem van sexpartners was.

Als meerdere mensen intieme handelingen uitvoeren zonder bescherming dan heet dat ‘fluid bonded’. De meeste gezinnen zijn onderling sowieso ‘fluid bonded’, want je kust elkaar, je veegt een keer iets van de wang van je kind met een vingertje spuug, iedereen eet yoghurt van dezelfde lepels. Dat is wel iets om over na te denken als je én kinderen hebt én af en toe met een nieuw persoon het bed deelt. Schaamte over je seksuele leven staat de veiligheid van meerdere mensen in de weg, dus hoe sneller je daarover leert praten, hoe beter.

Je hóeft natuurlijk niet je lichaamsvocht uit te wisselen met een seksuele partner, maar bedenk dan wel dat zoenen ook al valt onder ‘fluid bonded’. En dat bij orale seks een condoom alleen niet genoeg is: een virus kan ook op de huid rondwaren rond de schaamstreek. Een latex handschoen openknippen en als barriére gebruiken is een prima manier om van elkaars tongen te genieten zonder risico op ziektes te lopen.  En daarbij komt die goede partnerkeuze om de hoek kijken: als je intiem bent met iemand die al die bescherming maar overdreven vindt, of er niet goed over kan praten, dan zijn de potentieel gebakken peren de seks waarschijnlijk niet waard.

Het risico op zwangerschap gaan we het even niet over hebben – dat speelt bij monogame mensen ook. Het grote verschil met monogamie is dat een poly-cluster vrijwel altijd uit meer dan twee mensen bestaat. Het komt voor dat er bij veilig-vrijen-gesprekken acht mensen aan de virtuele tafel zitten, van wie er maar drie onderling sex hebben, maar de rest wel intiem samenwoont. Het is risico management voor gevorderden.

‘Als je meerdere relaties hebt, dan heb je zeker lekker veel seks’, is de meest gehoorde veronderstelling. Nope, helaas. Maar ik kan wel in een elevator pitch van veertig seconden uitleggen hoe het met mijn seksuele gezondheid staat.

 

“Jij gaat mijn ouders nooit ontmoeten.” Zijn antwoord klinkt wat hard, maar hij heeft een punt. We gaan een vriendschap opbouwen waar af en toe spetterende seks bij komt kijken als dikke vette bonus … waarom zouden we daar de oudere generatie mee lastig vallen? De zogenaamde relationship escalator geldt voor ons niet. We gaan niet samenwonen, geen noemenswaardige vakanties plannen, geen kinderen krijgen en niet over veertig jaar hand in hand in het bejaardentehuis zitten. Wat wij hebben, gaat over nú.

Er zijn mensen in de poly-gemeenschap die vinden dat we onze levensstijl moeten benadrukken, op de barricade klimmen, vechten voor gelijke rechten zoals ouderschap voor meerdere mensen, hypotheekverstrekking aan viertallen. Niet dat ik dat geen goed idee vind, maar ik betwijfel of het gevecht aan mij besteed is. De Amerikaanse schrijver Dan Savage en ook podcaster Cunning Minx dragen uit dat familieleden moeten accepteren dat zij polyamoreus zijn – op straffe van überhaupt geen contact meer onderhouden.

Zover wil ik simpelweg niet gaan. Ik wil mijn eigen ouders gewoon blijven zien, ook als zij het er moeilijk mee hebben dat ik met andere mensen vrij dan mijn eigen echtgenoot. Er zijn genoeg ándere dingen om over te praten dan mijn seksleven, alsjeblieft zeg. Bovendien ben ik er helemaal niet van overtuigd – na bijna vijf jaar open relatie – dat ‘polyamoreus’ op mij van toepassing is. Ik houd het voorlopig op friends with benefits.

Voor vriendschappen zijn de ingebakken culturele normen minder vast omlijnd. Je kunt een vriend hebben waar je altijd mee naar de film gaat, eentje die je nog kent van de peuterschool en eentje die je op een feestje ontmoette. Sommige vrienden vertel je over relatieproblemen, met sommigen praat je alleen over werk. Je vrienden verwachten niet dat je over de andere vrienden vertelt, dat je details geeft over hoe iedere vriendschap precies in elkaar steekt of uitlegt waaróm het een vriendschap is. Het is vrijheid, zelf een vriendschap inrichten. Er is ruimte om mooie dingen te doen die totaal onverwacht zijn.

Met die insteek stond hij op me te wachten, bij onze eerste date. Ik had van tevoren gezegd dat ik ergens ‘een ijsje wilde eten, of even koffie halen’ om hem te leren kennen, vóórdat ik mee zou gaan naar zijn huis. Dat doe ik altijd voordat ik bij iemand achter de voordeur of in de auto stap: ontmoeten op een openbare plek. Safety first. Binnen twee minuten geeft mijn gut feeling wel een seintje: blijven of rennen. Nu had ik deze man al uitgebreid online gesproken, zowel via chat als via beeldbellen (en zaten de logeerspullen al in mijn rugzak…)

Het regende een beetje toen ik aankwam bij zijn station. Ik zag hem van verre en we zwaaiden naar elkaar. Eenmaal bij hem aangekomen, na een lekkere omhelzing, stak hij een hand in zijn jaszak en zei: ‘alles is dicht vandaag, dus ik heb ze zelf maar meegenomen’ en hield me een raketje voor, zorgvuldig verpakt en nog steeds stijf bevroren. Kijk mensen, zó doe je dat. Met humor, met attentie voor detail, met goed luisteren, zo haal je mij binnen. We wandelden samen naar zijn huis, meer dan genoeg tijd voor mijn gut feeling om spinnend op te krullen, om mijn arm door de zijne te steken en te genieten van het pluizige gevoel van zijn jas tegen mijn wang. Het werd een heerlijke nacht. Ik kijk erg uit naar de volgende nú, samen met hem.