Berichten

Soms doet het gewoon pijn. Er zijn momenten dat het hebben en onderhouden van een open relatie zeer doet, op allerlei vlakken. Het doet pijn om mijn thuis te verlaten en naar mijn andere partner te reizen. Om met mijn andere partner méér plezier te hebben dan met mijn ‘nesting partner’. Het doet pijn om weer thuis te komen en mijn andere partner vreselijk te missen.

Waarom is de tijd met de andere partner leuker dan mijn dagelijks leven? Logisch: het is een date, een momentopname in onze levens. We zijn de beste versies van onszelf voor vierentwintig uur, voor de ander. We spiegelen ons aan elkaar en vertellen (elkaar en vooral onszelf) zo het verhaal dat we aantrekkelijk en succesvol zijn, geliefd en sexy.

Zo wil iederéén zich wel voelen! Wij vinden dat bij elkaar, voor even. Een kort oplichtende vuurpijl boven een reis door de tijd waar we betrekkelijk weinig grip op hebben: zowel op de reis als op de tijd zelf.

Yuval Noah Harari, geschiedenis professor, filosoof en auteur van bekende boeken als ‘Sapiens’ en ‘Homo Deus’, heeft in meerdere boeken geschreven over het fenomeen lijden. Hij poneert dat de beste manier om te leren over je eigen leven en het hele universum, is om lijden te observeren en te herleiden (let op ei/ij) tot de bron. Terug naar het kleine leven: als ik pijn heb, zegt dat iets over mijn kwetsbaarheden.

De bron van mentale pijn is een moeilijk bloot te leggen en wordt omgeven door valkuilen en vooroordelen, culturele conditionering en niet te vergeten: je eigen blinde vlek. En die is groter dan je denkt.

Het heeft wat maanden gekost, maar ik ben er deels uit: ik wil dat de mensen waar ik van houd, en die van mij houden, dichtbij zijn. Niet alleen in gedachten, maar vleeschlijk. Het liefste wil ik allemaal in dezelfde buurt wonen, bij elkaar binnenlopen, een werkelijk dorp van gelijkgestemden. Puur praktisch gezien kan dat al niet – en bovendien wil niemand het. Maar ík wil het omdat het mij een veilig gevoel geeft om samen te zijn in een gemeenschap die de boze buitenwereld buitensluit. En dat gevoel van veiligheid heb ik knetterhard nodig –  omdat ik het heb gemist door de ‘banale ellende van het opgroeien’ (Freud).

Dus ik snap ze wel, de sister wives die met man en veel kinderen allemaal samen wonen. Ik snap zelfs de idee achter sektes en kliekerige geloofsgemeenschappen, al ben ik te sceptisch om achter een charismatische/narcistische leider aan te kunnen lopen.

Mijn oplossing is introspectie. Als ik zo’n pijn heb door de relaties in mijn leven, dan heb ik te weinig voor mezelf gezorgd. Dan moet ik eerder naar bed, gezonder eten, mijn dagen zorgvuldiger plannen en externe prikkels reduceren. Want ik zeg het zelf ook, maar houd me er te weinig aan: eerst voor jezelf zorgen. Het is een valkuil, vooral voor vrouwen, om maar voor iedereen klaar te staan.  Vandaag even niet.

Toen ik zo’n zes jaar geleden voor het eerst iets hoorde over polyamorie als levenswijze was mijn reactie een sceptisch ‘polywattus?’

 

Een bevriend stel was helemaal vol van hun plannen om een huis te huren samen met twee andere ‘polyponies’ en als vierkoppig huishouden verder te gaan. Ze zagen overal voordelen: minder woonlasten, minder eten weggooien, gelijkere taakverdeling en altijd wel iemand die zin had in sex. Ik vond het maar een eng idee en ageerde er flink tegen. Door mijn ervaring in woongroepen wist ik hoeveel er mis kan gaan tussen mensen die samenwonen. Toen het plan in kwestie stukliep omdat één van de betrokken mannen een klaploper bleek die alles bij elkaar loog, kon ik alleen maar mijn schouders ophalen.

 

Toch stond ik zelf slechts enkele jaren later ook met een concreet plan in handen om de man die inmiddels mijn Vriend was, te betrekken bij mijn bestaande huwelijk. Wekenlang hebben we (Echtgenoot, Vriend en ik) Funda afgestroopt op zoek naar een huis dat voor iedereen aan alle eisen voldeed: op fietsafstand van station, school, bioscoop, kroeg en winkels; een grote schuur om in te klussen en feesten, een grote tuin, auto binnen parkeren, voor drie volwassenen en twee kinderen een eigen ruime kamer, betaalbaar en bij voorkeur niet in de Bible belt zodat we ook nog naakt in de tuin konden liggen.

 

Zoveel voordelen: altijd iemand thuis om op de kinderen te passen, de eindeloze taxidiensten van school, hobby, speelpartijtjes te verdelen over papa, mama en ‘oom’ met alledrie eigen vervoersmiddelen. Samen muziek maken bij de open haard. Schommels in de tuin (voor de kinderen) en love-swings aan de balken in de grote schuur (voor de volwassenen). Drukke verjaardagspartijen waarbij we verlichte lantaars over de binnenplaats zouden spannen. Ik zag mezelf al met een schort om een enorme pan dampende pasta op de houten tafel neerzetten– oh wacht, dat is een Bertolli reclame.

 

Tot ik me realiseerde dat ik als énige van de drie volwassenen echt enthousiast was en de anderen feitelijk meetrok. Uit pure vreugde over het ideaalplaatje. Bij een kleine beslissing (wat eten we vanavond?) werkt dat. Meer het is een minder goede basis voor het verstrengelen van de levens van vijf mensen, waarvan twee minderjarig die zouden opgroeien in een ongewone vorm waar ze zelf niet voor gekozen hadden – maar wel zouden moeten verdedigen tegenover de buitenwereld. Ik liet het los en de droom zakte binnen enkele dagen ineen. Een ideaalplaatje is niet de werkelijkheid.

 

De pijnlijkste taak viel aan mij, en terecht. Nadat ik eerst wekenlang aan Vriend had getrokken om zijn leven in onze richting te verplaatsen, moest ik hem nu vertellen dat we zónder hem verder gingen kijken naar een nieuw huis. Achteraf gezien droeg het wel/niet samenwonen debacle bij aan de definitieve breuk tussen mijzelf en Vriend, het jaar daarop. Het bevestigde dat onze prioriteiten niet genoeg overlapten om onze levens blijvend te willen delen. Maar de vraag waar ik nog steeds mee zit: is dat erg? Heeft een relatie minder waarde omdat ze tijdelijk bleek?