Verhalen die het daglicht kunnen verdragen, door Sabine Meulenbeld

“Ik voel alles” vertelt een zwoele vrouwenstem me, terwijl ik met mijn voeten omhoog op de bank zit. Het is een actrice in een tv-commercial voor condooms. Het gaat om een product met de naam ‘Nude’. Naakt, dat klinkt lekker toch? Het impliceert een soort onbelemmerd huid op huidcontact. Ook andere vrouwen geven de kijker licht fluisterend een korte debrief van hun sexy-time: ‘alsof we het zonder deden’ en ‘het gevoel was zo intens!’.

 

Ombudsmenswaardige misleiding

Zonder de ervaring voor de ontvangende partij te willen minimaliseren; dit is er weer één voor het handboek ‘schadelijke mythes en suboptimale seks: hoe houden we het in stand?’ Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: in de vaginawand ‘daar waar het condoom tegenaan wrijft in geval van penetratie’ zitten weinig zenuwen. Het is een geboortekanaal, dus dat is maar goed ook. Dat betekent dat het al dan niet dragen van een condoom in die zin dus niet zo veel uitmaakt.

Jongeren kijken naar deze reclame en denken dat voor vrouwen seks lekkerder wordt naarmate het condoom meer ‘nude’ is. Dat is dus niet het geval. Ik zou zelfs zeggen dat het ombudsmenswaardige misleiding is. Ook het gebruik van condooms met ribbels maken geen bal uit voor een intensere ervaring. Wat wél een beproefd recept is voor lekkere seks is opwinding! Opwinding zorgt voor ontspanning, vaginale lubricatie en zin in de ander. Opwinding is een voorwaarde voor een erecte clitoris en fijne seks. ‘Nude’ condooms zijn geen factor in die opwinding, tenzij je een condoom-fetisj hebt.

 

Eén pot nat

Al surfend op de site van Durex wordt het al snel duidelijk dat het de makers niet (echt helemaal niet) te doen is om opwinding. Toch vreemd voor een merk dat seksuele interactie promoot. Bij een ander product staat de tekst: ‘Wij vinden dat iedere seksuele ervaring verbeterd kan worden met een beetje glijmiddel.’ Nee motherfuckers, weet je wat elke seksuele ervaring prettiger maakt? Opwinding! Maak je eigen natuurlijke glijmiddel. Gratis, duurzaam, biologisch en vegan (die laatste weet ik niet zeker).

Kennelijk maakt het hen niet uit of de droogheid komt door een gebrek aan opwinding of een onderliggend fysiologisch probleem. Even verderop staat: ‘Het maakt de seks veel prettiger, vooral als je last hebt van droogheid.’ Voor anussen klopt de uitspraak wel. Die worden immers niet vanzelf ‘nat’. En al helemaal niet als je man bent. Maar later in de tekst wordt al snel duidelijk dat homo’s even niet meedoen in dit verhaal.

Er is nog een andere reclame die mee dingt voor het handboek van de suboptimale seks door droogheid in vagina’s tegen te gaan: ‘Sensilube’. Op de tv lijkt de commercial vooral gericht op vrouwen in de overgang. Op hun site echter kijkt een 17-jarig model me van achter een dor takje aan met een blik van vertwijfeling en verstandhouding. Verwarrend. De foto wordt vergezeld met de tekst: ‘MEER DAN 50% VAN DE VROUWEN heeft minimaal eens per maand last van vaginale droogheid, ongeacht hun levensfase.’ Eerlijk is eerlijk; als je in wilt spelen emoties als schaamte of radeloosheid, dan is dit plaatje werkelijk in de roos. Het eerste gedeelte van de zin in hoofdletters om de droogheid (en dus het gebruik van het product) te normaliseren met een peer-educatie achtige uitnodiging: ‘VOEG JE TOT ONS, JIJ HOORT ER BIJ’. Ik kan geschiktere situaties bedenken waar de kom-maar-hier beweging je meer tot je recht laat komen.

 

Te snel

Is het wel echt zo erg allemaal? Ik vraag het aan seksuoloog NVVS Ylanga van der Geld. Zij noemt de claims van de 2-in-1-oplossing (verzorging én glijmiddel) ‘overmoedig’. Ze zegt: ‘glijmiddel wordt in deze context ingezet als shortcut. Gebruik heeft vaak tot gevolg dat fysiologische opwinding niet (voldoende) wordt afgewacht, waardoor vrouwen te snel vrijen met penetratie, terwijl hun lichaam er nog niet klaar voor is. Dat leidt tot meer kans op het toch krijgen van pijn én minder seksueel plezier (want niet maximaal opgewonden).’

 

Zakkenvullers

Onder het kopje ‘oorzaken voor vaginale droogheid’ wordt met geen woord gerept over ‘gebrek aan opwinding’. WAT?! Dit is geen toeval toch? Ik begin steeds meer te zien hoe gebrek aan opwinding de marketingstrategie is voor deze producten. Een belangrijk percentage van de winst zal hier immers van af hangen. Ik denk terug aan een marketing bobo van Barclays die ik in een vorig leven Engelse les gaf in Madrid. Hij zei: ‘Sabine, behoefte bestaat niet. Behoefte creëer je.’ Ik was in absolute shock bij die woorden en het gaf me ter stond inzicht in de plek van integriteit binnen ons economische systeem.

Durex weet dit principe in één zin samen te vatten. Zij adviseren letterlijk op hun site om glijmiddel in te zetten als ‘je lichaam gewoon even net wat langer nodig heeft dan je hoofd om opgewonden te raken.’ Seksuele bloedarmoede promoten om je zakken me te vullen. Je moet het maar durven.

Met dank aan de SWN community.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

.

Aanhoudende kortsluiting

Het is alsof mijn brein elke keer een moment van micro-kortsluiting moet verwerken. Terwijl ik mijn dagelijkse stappen probeer te halen, luister ik naar de podcast van Brene Brown, waarbij zij in geanimeerd gesprek is met een vrouwelijke zanger. Hun stemmen klinken licht en wendbaar. Deze zanger refereert een aantal keren aan haar vrouw. ‘Toen mijn vrouw en ik daar, en daar op reis waren, ervoeren we zus en zo’. Dat soort werk.

De eerste keer dat ze haar vrouw noemt komt zij voor mijn hersenen een soort van uit de kast merk ik. Ohhh, ze is getrouwd met een vrouw. Ok, top, en door. Je zou denken dat mijn brein daarna de woorden combinatie “mijn vrouw en ik” beter zou kunnen verwerken. Het heeft immers nu voorinformatie en een helder kader. En het klopt ook wel dat ik er aan begin te wennen. De korstsluiting echter, hoe mild ook inmiddels, blijft me achtervolgen tot aan het einde van het gesprek. Of ik dat nou wil of niet. “Mijn vrouw”, valt me op zoals het me niet op zou vallen als de zanger een mannenstem had gehad en een man was geweest.

Ik schaam me een beetje voor wat er zich in mijn hoofd af speelt. Maar het maakt niet uit. Want niemand komt dit ooit te weten tenzij ik er een column aan wijd. Schaapachtig wandel ik verder.

 

Conditie opbouwen

En halverwege mijn stappen valt het kwartje. Wat gek eigenlijk dat we wel lichamelijke conditie willen opbouwen in plaats van te netflixen op de bank, of dat we spreken van arbeidsconditie opbouwen na uitval of ziekte, maar dat we niet spreken van het opbouwen van genderconditie. Conditie opbouwen is goed voor ons. We weten best dat we door alle hetero-normativiteit een inhaalslag te maken hebben, maar stappen zetten om in te halen, ho maar. Gemiste kans denk ik.

Vanaf de geboorte worden we geïndoctrineerd met beelden waarbij vrouwen vooral feminien zijn en mannen vooral masculien. We zien mannen die op afwachtende vrouwen jagen om ze later, als die vrouwen geluk hebben -en tot hun grote verrassing-, op één knie ten huwelijk te vragen. Door langdurige blootstelling aan dit narratief, zijn onze hersenen een beetje lui of misschien zelfs een beetje ziek geworden; geïnfecteerd met het genderbias virus. En het zit o-ver-al. Een virus dat ons dwingt, of we nou willen of niet, stereotiepe rolmodellen in onszelf te herhalen en op anderen te projecteren. Logisch dus dat we weerstand op moeten bouwen om gezond te worden en te blijven.

 

Zoals God het ooit bedoeld heeft

Daarom wil ik pleiten voor een radicaal programma om normaal te leren denken. Zeg maar gerust; zoals God het ooit bedoeld heeft. Een soort leefstijlinterventie 2.0, toegankelijk voor alle mensen die van hun hokjes af willen.  Want wat RSI voor je handen is, is genderbias voor je brein. Ik wil kleine oefeningetjes voor tussendoor, of wat langere sessies vol audio of video met non-CIS en non-hetero taal en beeld. Zodat we langzaam ons brein kunnen doen ontgiften en ontdoen van normen die ons en anderen gevangen houden. Een genderbias vrije zone die zich langzaam uit kan breiden naar ons collectief onderbewustzijn. Hoe mooi zou dat zijn? Wie traint er met me mee?

Ben je benieuwd naar een training die genderbias uit de breinen van je medewerkers sloopt? Kijk dan eens op EqualLab.nl en ontsnap met je team uit het genderbias labyrint.

 

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

.

In Amerika is het gangbaar slachtoffers van seksueel geweld of relationeel geweld “survivors” te noemen. Overlevers. Althans, degenen die dat ook daadwerkelijk overleven natuurlijk. Want elke acht dagen wordt in Nederland een vrouw vermoord (Atria), doorgaans door een man, en meestal een man waar zij een relatie mee heeft of had. Femicide noemen we dat met een chique woord; vrouwenmoord.

Mijn teamleider vroeg eens aan me of het niet tijd werd dat we onze cliënten ook ‘overlevers’ gaan noemen. Daar moest ik even over nadenken. Want als er één ding is dat slachtoffers in een schrijnende situaties niet willen, dan is het wel slachtoffer zijn. Daar zijn duizend redenen voor. Ze kunnen het niet geloven dat hen dit over komt, schamen zich, zijn bang of murw, loyaal aan de gevoelens, wensen en verwachtingen van anderen, willen anderen er voor behoeden te zien wat zij door moeten maken of denken dat het normaal is en dat het geweld er gewoon bij hoort.

Ik heb vaak gehoord van deze mensen, als ik ze wees op hoe shit hun situatie is, dat ze niet in de slachtofferrol wilden zitten. Voor die groep, die slachtofferschap niet weet te ontwarren van slachtofferrol, is het van levens-, gezondheids- en welzijnsbelang, dat zij kunnen erkennen dat zij wel degelijk slachtoffer zijn. Hoe meer kennis je hebt over je eigen slachtofferschapsdynamieken -elastieken die je terug naar de shit trekken waar je je juist uit wilt ontworstelen- hoe minder groot de kans op terugval en groter de kans dat je het overleeft. Je kunt die stap dus niet overslaan.

Maar als je je slachtofferschap dan eindelijk tegen wil en dank omarmt hebt en de status van overlever bereikt hebt gebeurd er iets bijzonders. Het woordje slachtoffer blijft namelijk als kauwgom onder je schoen aan je identiteit kleven. Jij gaat verder met je leven, sticht een gezin, rondt je studie af, schrijft zelfs boeken over overleven en beïnvloedt de politiek.  Maar je omgeving ziet je liever als het kwetsbare vogeltje. Zoals schrijver en atleet Sameena van der Meijden het zo treffend op LinkedIn verwoordde: ‘Ik vind het prima om een bepaalde boodschap uit te dragen, maar niet als ik in één zin genoemd word als: ‘Sameena loverboyslachtoffer’. Alsof het je achternaam is.’

Auteur en spreker Tessel ten Zweege kwam onlangs van de koude kermis thuis toen haar medewerking aan een tv-programma toch een sensatie gerichte benadering bleek te hebben, ondanks herhaaldelijke toezeggingen van het tegenovergestelde. Want ja, het woord ‘dagboekfragmenten’ past beter in het zielige slachtoffer frame dan ‘boekcitaten’. Dat is nog eens een effectieve manier om iemand te ontdoen van haar leiderschap. Ten Zweege hekelde de werkwijze van de redactie op LinkedIn. Omdat je het slachtoffer wel in een frame kunt stoppen, maar een leider daar niet per sé een boodschap aan heeft. Dapper, inspirerend, weer wat geleerd.

De focus op het slachtofferschap in plaats van het leiderschap van deze mensen, appelleert vooral aan de empathiegevoelens van een groep toehoorders die zich niet met het slachtofferschap zal identificeren. Dat is ongewenst om een aantal redenen. Wéér is het een buitenstaander die de regels bepaalt van jouw verhaal. Dat houdt overlevers niet alleen klein, maar creëert ook een vorm van herhaald slachtofferschap. Mijn mantra ‘waar macht is, is misbruik’ blijkt ook nu weer van toepassing helaas. Daarnaast, hoe jammer dat de rijkdom die deze mensen de maatschappij te bieden hebben, vanuit het zielige slachtoffer narratief onvoldoende geoogst en begrepen wordt. Tot slot bewijs je een doelgroep die zich wel herkent in het verhaal geen dienst, door hen een krachtig perspectief te onthouden; 1) het verhaal van hoe je autonomie over je leven kunt terugwinnen en 2) hoe succesvol en verrassend het daarna verder kan gaan. En trouwens, daar kan iedereen zich aan optrekken. Ik wel in elk geval.

 

Reactie Sameena van der Meijden:

‘Ik vind het jammer dat media wel een verhaal willen, maar dat zij het zo naar het slachtofferperspectief willen trekken. Ik denk dat we als maatschappij graag een arm om iemand heen willen slaan die we ‘zielig’ vinden, maar dat het veel krachtiger zou zijn te luisteren naar hóe iemand daar met eigen veerkracht uitkomt. Dat verhaal is veel mooier om te vertellen.’

Lees haar boek: Sameena; mijn ultrarun uit de gedwongen prostitutie

 

Reactie Tessel ten Zweege:

‘Ik heb niet eens het idee dat de maatschappij een arm om me heen wil slaan eigenlijk, heb echt alleen het gevoel dat ze het verhaal willen consumeren als een thriller ofzo. [En dat onzorgvuldig met grenzen van slachtoffers omgaan er misschien zelfs wel een beetje bij hoort].  Gewoon kwetsbare mensen uitkiezen, want die durven toch hun grenzen niet aan te geven’. Tessel verwijst in haar reactie naar ‘trauma porn’.

Lees haar boek: Dat zou jij nooit toelaten.

Traumaporn is gericht op likes, clicks en het uitbaten van leed.  De beoogde doelgroep is een groep die zelf geen ervaring heeft met dit leed en zich hierdoor beter gaat voelen. Het verhaal van het trauma en de consumptie daarvan staat centraal, niet de ervaring van het slachtoffer of een positieve maatschappelijke leercurve. Bij traumaporno zijn het praktiseren van etnische principes, zoals het in acht nemen van zorgvuldigheid in grenzen van de partij die het leed onderging, van secundair belang.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

 

Photo by Mateus Campos Felipe

 

Johan Derksen stopte een kaars (een flinke kaars voegde hij er lachend aan toe) in het lichaam van een bewusteloze vrouw. “Zulke dingen gebeuren”, zegt Derksen die van een jeugdzonde spreekt in de recente uitzending van Vandaag Inside. “Technisch gezien zal een officier van justitie het uit kunnen leggen als verkrachting.’ zegt hij. Nou Johan, ik heb nieuws voor je: Jij zou het zélf ook uit kunnen leggen als verkrachting. En niet alleen ‘technisch gezien’. We hebben het hier niet over een vormfout.

Verkrachtingen ‘gebeuren’ niet. Het gaat hier niet over regen die ineens uit de lucht valt. Een verkrachting is geen toeval. Verkrachting is bewust gedrag, een daad, door een persoon, tegen een ander persoon waar je macht over hebt. En je hoeft geen officier van Justitie te zijn om dat te zien.

 

Niet jouw schuld

Allereerst wil ik mijn medeleven uitspreken aan de vrouw die het betreft. Als zij dit nieuws mee krijgt, zal zij deze vernedering opnieuw moeten beleven en ondergaan. Zo werkt trauma. Zij is daarmee opnieuw overgeleverd aan de grillen van Derksen. Dat verdient zij niet. Ook andere mensen zullen zich herkennen in deze beschrijving van gender gerelateerd geweld. Voor al die mensen: het was niet jullie schuld, het spijt me dat dit jullie overkomen is.

 

Kwajongensstreek

Johan romantiseert en normaliseert de verkrachting door zijn gedrag binnen het kader van jeugdzonde te plaatsen. “Niet zo netjes” noemt hij het zelf. Dat is wel een heel bagatelliseerde manier om een verkrachting te duiden. Een kwajongensstreek.

 Slachtoffers van dat soort kwajongensstreken krijg ik, soms tientallen jaren later, in mijn praktijk. Als je waardigheid zo bruut is aangetast, duurt het vaak lang om de ervaring een plek te geven op zo’n manier dat het niet op alle leefgebieden van invloed blijft. Het laat diepe sporen na in het brein, het lichaam en de ziel.

Verwerking van seksueel geweld is niet 123 op te lossen en is vaak te complex om alleen te doen. Verwarring over de ervaring en seksualiteit in het algemeen, pijn, spanning, depressie, laag zelfbeeld, etc. Ironisch genoeg spreekt Derksen over een ‘levenslange beschadiging’ voor daders als hun daden naar buiten komen. Hij gaat daarmee voorbij aan de levenslange beschadiging die slachtoffers oplopen. Ook als het slachtofferschap nooit het daglicht ziet.

 

Mogen we dan helemaal geen grappen meer maken?

Het bestaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag moet altijd geduid worden binnen het kader van een cultuur die seksueel geweld gedoogt, normaliseert en zelfs aanwakkert. Dát geeft seksueel geweld duurzaam bestaansrecht. Vroeger, nu en in de toekomst als we blijven lachen om grappen die geen grappen zijn.

De tafelheren vormen die cultuur van aanwakkering. René van der Gijp vond dat de vrouw geluk had gehad, omdat er ook een honkbalknuppel in de hoek had kunnen staan. Als je denkt dat iemand geluk heeft dat zij met een kleiner voorwerp dan een honkbalknuppel verkracht wordt, ben je heel ver van je menselijkheid verwijderd. Bijzonder teleurgesteld ben ik in Steven Brunswijk. In hem komt het op om het toch al visueel sterke beeld kracht bij te zetten door te vragen hoe groot die kaars was. Weer gelach. De cultuur beschermt de daders van vroeger en nu en vormt de breinen van de toekomstige generatie. Ook die van onze dochters trouwens. Dan weten ze maar vast wat hen te wachten staat als hen dit overkomt; luchtig geobjectiveerd worden tijdens een talkshow.

Paradoxaal genoeg zegt Johan later dat hij het ‘heel kwalijk’ vindt als ‘meisjes’ slachtoffer zijn van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Maar dat gaat kennelijk alleen over vrouwen die geen slachtoffer zijn van zíjn seksuele geweld. Doe iets voor de wereld met het podium dat je krijgt: reflecteer.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

 

Geen alledaagse combi: tutu, tatoeages, stoere baard en een heel schattige baby op een uit de kluiten gewassen arm. Dit zijn de ingrediënten waarmee Evert Muis onze harten binnenwandelt rond de jaarwisseling.

Bij het zien van de foto gaat er gelijk van alles door me heen. Wie is deze man? Waarom draagt hij een ballet-outfitje? Misschien wel vooral: waarom staat het hem zo goed? Ik besloot het hem zelf te vragen.

En tussen de ziekenhuisbezoeken door staat hij me, met dezelfde innemende glimlach als op de foto, allervriendelijkst te woord.

 

 

Wie is mijn held?

Ik vraag hoe ik hem zou mogen aankondigen -het idee is dan nog om het beeldmateriaal van het interview wellicht eens te publiceren- en zijn antwoord krijgt me gelijk in tranen. Evert zelf ook trouwens. “Een zieke papa. Met een lieve tweeling van een jaar oud. Iemand die alles op de rit had, nu terminaal ziek is, en gaat vechten voor elke seconde om iets moois achter te laten.” Evert en zijn vrouw kregen vorige zomer het hartverscheurende nieuws te horen dat de kanker uitgezaaid is, overal in zijn lichaam.

Een paar minuten na dit verpletterende nieuws komt Evert een vrouw tegen in de parkeergarage. Knalroze trui, rode lippenstift, schreeuwend tegen de digitale stem die uit de parkeerpaal komt. Ze verkeert duidelijk in emotionele nood en omdat haar portefeuille ook nog eens gestolen is escaleert de situatie. Evert oordeelt geen seconde, maakt korte metten met het probleem en geeft haar geld zodat ze kan vertrekken. Die avond staat er een bericht on-line waarin zij naar hem op zoek is: “Wie is mijn held?” Ze komen met elkaar in contact waarop de vrouw als wederdienst zorgt dat Evert de prachtige foto met zijn dochter kan maken. Dat is nog eens een effectieve pay-it-forward!

 

De boodschap

De foto die Evert liet maken is bedoeld voor zijn dochter, zodat zij bij elke levensfase kracht kan halen uit het beeld. De boodschap die voor hem vooral belangrijk is om haar mee te geven is “hoe je alle muren kunt laten vallen over hoe iemand er uit moet zien, zich dient te gedragen of op te stellen. Dat symboliseert deze foto. Als bebaarde man van 130 kilo is dit de foto die ik met die intentie alleen voor mijn dochter maakte. Maar hij maakte zo veel los bij andere mensen!” Inderdaad, zijn bericht explodeerde en werd miljoenen keren bekeken.

Evert heeft een jeugd gehad waarin hij zelf niet vanzelfsprekend op iemand kon bouwen. Voor zijn kinderen en de mensen om hem heen wil hij een betere wereld creëren. Een wereld waarin niet geoordeeld wordt. Een wereld waarin gendergelijkheid de norm is. “Mensen moeten doen waar zij zich comfortabel bij voelen, en mensen moeten stoppen met oordelen. Dat is lelijk. Iedereen moet zich kunnen uiten, gedragen en doen zoals dat bij hen past, zonder dat anderen daar kritiek op hebben. Daar gaat het mis. Geef elkaar de ruimte.”

 

Pay-it-forward

Doordat de dankbare vrouw uit de parkeergarage de moeite nam de foto te regelen, ervoer Evert onmiddellijk aan den lijve hoeveel positieve impact je kunt maken met simpele, kleine dingen. Dat bracht hem op een idee. Want meer terminaal zieke mensen willen die laatste herinnering voor hun geliefden maken en nalaten. Maar door ziek zijn slinkt je besteedbare inkomen kennelijk enorm. Om het geluk dat hij zelf ervoer ook voor anderen mogelijk te maken, richtte Evert tussen de kankerbehandelingen en knuffelsessies door, Stichting Tutu op. “De foto met mijn dochter is het boegbeeld van het hele schip”. De trots in zijn stem raakt me. Evert heeft met zijn succesvolle DJ-act een trackrecord om mensen massa’s in heel Europa in beweging te krijgen. Letterlijk. Ik heb er geen twijfel over dat hij dat kunstje met Stichting Tutu gewoon weer gaat flikken. Ik steun hem graag in zijn missie om het voor mensen mogelijk te maken die laatste, positieve herinnering te creëren. Jij ook? Je kunt hier doneren: Dit staat vast; iedereen heeft een Evert in het leven nodig om iets liefs te doen.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

Waarom faken vrouwen altijd hun orgasme?

“Waarom faken vrouwen altijd hun orgasme?” Twintig jaar was hij misschien toen hij dit thema in de groep gooide. Het was mijn eerste jaar psychologie aan de UU en de eerste bijeenkomst van ons groepje. We hadden net college gehad waarin een filmpje van Ellen Laan getoond werd die illustreerde hoe je een apparaatje in brengt om vrouwelijke opwinding te meten. Intrigerend. Ik vatte de vraag, als niet-fakende vrouw, nogal persoonlijk op. Ik zei: “vrouwen faken helemaal niet!”. We zaten beide fout.

Ik ben nog opgegroeid met het idee dat voor vrouwen het orgasme minder belangrijk is dan voor mannen. Daar herkende ik me wel in. Als ik vree met een jongen, tijdens het begin van mijn seksuele carrière, kwam het ook niet echt in me op om klaar te komen. Het was geen prioriteit. Nou ja, als ik masturbeerde wel. Ja, dan wel. Maar met een jongen hoefde het kennelijk niet per se. Ik leed er niet onder. Toch kan ik me nog precies het moment herinneren dat Paul (ik was 16, hij 21), terwijl hij boven mij zijn ding aan het doen was, halverwege stopte. En terwijl hij in me zat vroeg hij: “vind jij het eigenlijk wel lekker?”

 

Wat is lekker eigenlijk?

Even was ik van mijn apropos. Ineens viel het me op dat hij een verhoogde ademhaling had en een beetje zweette. Ik daarentegen lag er enorm bevallig -dat zeker-, maar opvallend kalm bij. Ik hield me bezig met de vraag hoe ik mijn heupen moest bewegen -op zoek naar optimalisatie techniekjes; toen al een nerd-. Maar ik vond het wel leuk en gezellig saampjes, en we hadden toch seks?! Dus ik zei: “ja tuurlijk!”, waarop Paul onaangedaan zijn weg vervolgde … en afmaakte. Het zette me wel aan het denken. Wat is lekker eigenlijk? Een orgasme fakete ik weliswaar nooit. Maar bewees ik mijn lichaam een dienst met hoe het ging?

Later, heel veel later, begeleidde ik meiden op het gebied van seksuele grensoverschrijding in al haar lelijke facetten. Het viel me op dat professionals de meiden pas bij ons project aan meldden als het kwaad geschied was. Het viel me ook op dat deze professionals vooral wilden dat wij ze verder hielpen en zelf dachten niet meer zo veel voor ze te kunnen beteken. Vreemd. Het leek me dat dat anders moest.

 

Seksualiteitsprotocol

Ik schreef een brief aan Movisie met het plan om binnen elke school een seksualiteitsprotocol in te bedden. Niet één dat pas van de schappen komt als er een crisis is. Nee! Gewoon, over de hele linie goede info gericht op plezier. Met een module om professionals, die toch al een vertrouwensband hadden met pupillen, concrete handvaten te geven voor ondersteuning van individuele leerlingen waar zorgen over zijn. Het antwoord terug was dusdanig definitief en demotiverend dat het twee maand duurde voor ik mijn missie voort zette. Zat ik fout met mijn visie? Wie dan te vragen? Ellen Laan. De vrouw uit het filmpje van het college van toen. Zou ik? Ik durfde.

 

Hoe zullen we hem noemen?

Ze schreef gelijk enthousiast terug en vroeg me op de koffie in het Amsterdam UMC. De vrouw uit het filmpje gaf me privé college! Ze vertelde over de clitoris en dat de vagina een geboortekanaal is met weinig zenuwen. Penetratie is dus de minst geschikte manier voor vrouwelijk genot, maar het betere natte vinger- en tong werk werkt des te beter. Logisch!

***Note to my young self: niet lijden onder seks is niet het zelfde als genieten van seks***

Na een uur waren we nog niet uitgepraat en we maakten een nieuwe afspraak. Die tweede afspraak verliep hetzelfde. En tijdens de derde date zei ze: “weet je Sabine, ik word hoogleraar en denk er over een stichting op te richten. Maar meestal als collega’s dat doen, is dat geen lang leven beschoren. Wat denk jij?” Ik keek haar aan en zei met een soort grom in mijn stem: “Ellen, je moet dat doen!”

En wat ze toen zei veranderde mijn leven. Ze zei: “Mmmm, hoe zullen we hem dan noemen?” Hoorde ik dat goed? We? We? Ja, ze bedoelde mij met we! Onvoorstelbaar! Een paar maand later hadden we met Jeannette de Geus en Hans Korver inderdaad een stichting opgericht met de naam Stichting Seksueel Welzijn Nederland. De bijgaande foto is het moment dat we tekenden bij de notaris en is me heel dierbaar.

 

 

Doorgeven in liefde

Een erg goed bestuurder ben ik niet. In mijn enthousiasme vergeet ik soms alle vraagtekens. Erg onhandig. Maar ik ben er trots op om die eerste jaren, zij aan zij, te hebben mogen werken aan zo’n betekenisvolle beweging en zo’n grote vrouw. Wat heb ik onwaarschijnlijk veel geleerd. Wat een geluk. Daarvoor ben ik diepst dankbaar.

Toen ik een paar dagen geleden zag wie belde, wist ik gelijk wat er aan de hand moest zijn. Ellen is overleden. Tot hier kon het leven haar brengen. En ook al kunnen we haar niet missen, haar lief niet, haar dochters niet, naasten, collega’s en de gemeenschap niet; we laten haar in liefde gaan. We hebben geen keus. Oneerlijk. We hadden nog zo veel van haar willen leren. Ik had nog zo veel van haar willen leren. Maar wat een vakkundig en rijk fundament laat zij na op het gebied van vrouwelijk seksueel plezier en gendergelijkheid. Daar kunnen we op bouwen. Zij bracht ons tot hier. Het is nu aan ons om het door te geven. Wat een eervolle klus. Dankjewel Ellen.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

Op 25 november is het Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen. Een belangrijk probleem om bij stil te staan, zonder meer. Maar draagt deze manier van stil staan bij aan een structurele oplossing? Er zijn twee dingen die ons het doel voorbij laten schieten bij deze vorm van benoemen. In deze column licht ik dat toe én kom ik met een alternatief waarbij jij uitgenodigd bent!

 

Agency

Degene met de meeste zeggenschap [agency] wordt in de formulering ‘Dag tegen Geweld tegen Vrouwen’ weggelaten (Katz, 2020). En elk kind begrijpt dat de kans minimaal is dat iemand de deur voor verandering open doet, wanneer je niet aan klopt bij de juiste persoon. Zonder plegers zouden we immers niet stil hoeven staan bij de slachtoffers. De agent is niet alleen degene met de meeste oplossingsmacht, maar ook degene met de meeste verantwoordelijkheid.

De belangrijkste vraag is: Wie bracht de schade toe? 95% van dit geweld wordt gepleegd door mannen. Niet enkel laag opgeleiden, Marokkanen, buurmannen van een paar straten verderop of travelvloggers in Amerika. Nee, het zijn van ‘man’ in deze maatschappij is de grootste gemeenschappelijke deler.

In de formulering zouden we dus een agent moeten toevoegen. Bijvoorbeeld

“Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen door Mannen.”

 

Energy grows where attention goes

Waar je aandacht aan schenkt, groeit. En je onderbewustzijn kan geen ontkenning vasthouden. Bedrijven formuleren hun doelstellingen in termen van positieve resultaten en winst. Niet waar ze tégen zijn, maar wat ze wél willen bereiken is hun leidraad. Daarna komt pas de risico inperking. Daarom is “nuchter leven” ook een betere voorspeller van een leven zonder alcohol dan “stoppen met drinken” (Alvast een tip voor de traditionele goede voornemens)

Om het effect te bereiken wat we nodig hebben voor de veiligheid van (met name) vrouwen, hebben we dus een positieve formulering nodig. Welke mannen willen we wél zien? Wel gedrag is wél helpend?

 

#VREEDZAMEMANNENDAG

Geen geweld plegen tegen vrouwen is normaal. Dus eigenlijk zou ‘Normale Mannen Dag” de meeste zuivere benaming zijn. Helaas zijn we daar kennelijk nog niet. Iets meer richting is wenselijk. Wat mij betreft dopen we de dag na Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen daarom: de Internationale Dag van de Vreedzame Man. In het kort Vreedzame Mannen Dag, 26 november.

 

Over vrouwenlijven

Vreedzame mannen zijn mannen die genderongelijkheid – die in onze samenleving helaas nog welig tiert – niet gebruiken om vrouwen te passeren, kleineren, misbruiken en “complimentjes” te maken. Maar die hun hand uitsteken om hen aan tafel in gelijkheid plaats te laten nemen. Ook als dat betekent dat zij zelf van die comfortabele zetel op of door moeten schuiven. Dat vraagt de bereidheid van leaning out in plaats van leaning down. En active bystander-ship in plaats van performative bystandership. Zeg nou eerlijk, wie wil die doorgesleten plek nog, die door generaties mannen voor jou over de lijven van vrouwen bevochten is?

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

 

(Photo by Taylor on Unsplash)

“Jij houdt je toch voornamelijk met seks bezig? Ik dacht nog aan je!” Een aanhef van deze strekking hoor ik vaker en ik weet inmiddels dat het daarna nog alle kanten op kan gaan. Tjeert, mijn seizoensbuurman op de camping, kijkt me met zijn knappe hoofd en open glimlach aan. Al vier zomers lang staat hij met zijn man op de vaste plaats naast onze tent en maken we af en toe een praatje.

 

De geijkte coming-out-verhaallijn

Hij vertelt hoe hij deze vakantie trek had in een lekkere roman die lekker weg leest. Één die het verhaal beschrijft van een romantische ontmoeting tussen twee mannen, maar dan zonder de geijkte coming-out verhaallijn als ondermijnende factor. Gewoon een mooi verhaal over de liefde. “Want”, zo zegt hij, “ik heb niet altijd zin om me wéér met een bochtje te moeten identificeren met het verhaal tussen man en vrouw. En ik wil ook niet steeds dat moeilijke gedoe van die ontworsteling.” Logisch lijkt me. Als doorgewinterde hetero zou ik ook geen zin hebben in een levenslange norm van homoseksualiteit in literatuur waar ik het dan maar mee moet doen. Continu omdenken lijkt me doodvermoeiend.

 

De boot gemist

“En, is het gelukt?” vraag ik. Tjeert blijkt ervoor naar een gespecialiseerde boekenhandel te zijn gegaan. Er zijn daar schappen gereserveerd voor alles wat buiten de norm valt. Rijen dik boeken over inter-sekse, transgender, queer, drag, etc. Maar een relatief ongecompliceerd liefdesverhaal van twee mannen ontbreekt geheel in de collectie. Hoe kan dat?

“We hebben de boot gemist zei ik tegen mijn man”, grapt Tjeert. “De wereld is verdergegaan, wij zijn al passé.” Ik merk gelijk hoe niet-grappig ik dit vind. Dat boeken van twee mannen die verliefd op elkaar worden, zonder die hetero-normatieve placemat een zeldzaamheid zijn, zegt mijns inziens vooral iets over hoe we als maatschappij de boot gemist hebben. Wij zijn een reis begonnen op een nieuwe, glimmende LHBTIQ+ boot, terwijl we een van de eerste schepen nog niet naar haar bestemming gebracht hebben.

De dag dat er homomannen zijn die en masse vragend hun wenkbrauwen op trekken als je het hebt over ‘de kast’, is die oorspronkelijke reis pas geslaagd. Datzelfde geldt uiteraard ook voor alle andere seksualiteiten die buiten de heteroboot vallen. Fijn toch als je er gewoon onvoorwaardelijk mag zijn, dus zonder dat je iets uit moet leggen (uitleg geven is een milde variant van veroveren). Ik heb ook nooit uit een kast hoeven komen. Weg er mee.

 

Privilege

De meeste lovestories zijn mij op mijn hetero-lijf geschreven. Ik heb nooit een microscopische zoektocht hoeven starten naar een leuk boek waarbij twee hetero’s eens geen plek hoeven te veroveren tussen de homo’s. Voor mij is een verhaallijn zonder ontsnappen uit een kast gelukkig schering en inslag. Heerlijk zo’n privilege.

Ik denk ook gelijk: hoe veel boeken zouden er op de homo-plank gestaan hebben, als niemand zich zou laten begrenzen door het beperkte zicht van de ander? Zou de bewuste boekenhandel dan überhaupt bestaan? Zou ik nog voldoende aan mijn literaire hetero-trekken komen? Zeker; er is genoeg ruimte voor iedereen, ook als de balans in het aanbod verschuift. “Leaning-out” (de beweging waarbij leden van de gevestigde orde plaats maken aan tafel voor leden van gemarginaliseerde of genegeerde groepen) is een eer.

Deze keer wil ik deze column dan ook afsluiten met een vraag: wie kent er een roman, die de liefde beschrijft tussen twee mannen, zonder dat iemand zich daarnaast ook nog moet ontworstelen aan een kast? Ik zou Tjeert de komende zomer graag verrassen, of liever al met de feestdagen! Als er tips binnen komen, zullen die hier op deze bladzijde te lezen zijn in de allerlaatste alinea …

 

Tips tot nu toe:

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

 

(Foto door Renate Vanaga)

Diagnose overbeharing

“De huisarts zegt dat ik last heb van overbeharing.” Mijn vriendin Yara had net haar eerste uitstrijkje laten maken. Ze is dan 19 jaar en ik ook. Onze wereld is een wild studentenleven met her en der een collegebank.

Ze zei het met een serieus en schuldbewust gezicht. Terugdenkend vond ik dat nog het meest schokkend. Ik kan me herinneren dat ik dacht: ‘He?! Overbeharing ten opzichte van wie of wat? Wat is dan het gemiddelde? En hoe zit dat dan met mij?’ Deze ‘diagnose’ bevestigde waar Yara al langere tijd bang voor was: ik ben niet normaal. Want als je OVER-behaard bent, zit je in een spectrum waar apen ook zitten. Een on-vrouw. Vernederd en verraden door je eigen lichaam. Eigen schuld. Haar op onbehoorlijke plekken. Niets wat ik er tegenin bracht hielp daarna nog. En het zaad van twijfel ontkiemde ook gretig onder mijn eigen hersenpan.

 

Schaamte

Weer een schadelijke mythe die zich met de voeten op salontafel van ons collectief onderbewustzijn nestelt. Er zit weinig anders op: verstoppen, ontkennen, weg (laten) maken. En om geen enkele twijfel te laten bestaan over het feit dat je je moet schamen voor haar in en om je geslacht noemen we het ‘schaamhaar’. Lekker duidelijk, toch? Wat een kul. Waarom noemen we het geen vulvahaar? Etymoloog Peter-Alexander Kerkhof wist me te vertellen dat het jaartal 1726 de oudste vindplaats is in de Nederlandse taal, van het woord vulva. Dus me dunkt dat vanaf toen het woord vulvahaar al in schwung had kunnen komen. Wat let ons per direct een inhaalslag in te luiden?

 

Driehoek

In het boek van Inti Chavez ‘RESPECT’, waarin jongens juiste seksuele informatie kunnen vinden over meiden (en zichzelf), wordt dit probleem ook gesignaleerd. Meiden groeien op met het plaatje van de standaard driehoek. Bikinibroekjes van meiden en vrouwen bedekken namelijk altijd de gouden driehoek. Door dit normatieve beeld impliceren we dat bij normale vrouwen het haar zich gewoon aan de regels houdt. Er is als je jong bent namelijk niemand die je vertelt dat het normaal is dat genitaal haar bij de meeste mensen vrolijk uitwaaiert naar alle windstreken; benen, liezen, anus. Je wordt hoogstens geïnformeerd dat je schaamhaar krijgt. De bikinidriehoek vertelt de rest.

En zo blijft de mythe in stand: echte vrouwen hebben van nature een ‘bikinilijn’. Bij alle overige vrouwen spreken we van overbeharing. Misschien moeten sommige vrouwelijke topsporters zich daarom wel onderwerpen aan achterhaalde, oncomfortabele en seksistische kledingvoorschriften? Zodat we er, tijdens hun haast bovenmenselijke topprestatie, zeker van kunnen zijn dat het échte vrouwen zijn. Ik heb me zo lang afgevraagd wat dat woord betekende: bikinilijn. Blijkt dat dat het woord is dat de leugen van de gouden driehoek samenvat. Handig ezelsbruggetje.

 

Onschuld

De aanbevelenswaardige podcast “Over haar” van Carolien Borgers, bespreekt dit probleem. Aflevering 5 – “Hem over haar” – vond ik lastig om naar te luisteren. De afkeer voor haar zou iets te maken kunnen hebben met een hang naar een maagdelijke poes. Want een onthaarde poes ademt onschuld. Is dat wat we nodig hebben? Pre-puberale meisjes voor wie je als man geen afwijzing hoeft te vrezen? Is een al te wilsbekwame poes in bed te intimiderend? Liever een betamelijke, kale kut als subtiel teken van onderwerping: ik onthaar me voor jou, niets te vrezen hier. Driehoeksnorm meets Hello Kitty, liefelijker wordt het niet.

 

Genitaal kapsel

Wat zouden artsen leren over beharing? En wat zouden ze leren in hoe ze daar over kunnen communiceren? Wie helpt ons af van schaamte voor haar op gebruikelijke plekken? De huisarts van Yara niet in elk geval. Gemiste kans. Want bij seksuele soevereiniteit past een eigenzinnig genitaal kapsel. Uiteindelijk gaat het dus toch weer over seksuele autonomie.

Misschien gaan we jongens ooit nog leren dat vrouwen niet bedreigend zijn als seksueel wezen met een eigen krachtige stem. Mannen die vrouwen de mond snoeren zijn vaak onzekere mannen. Wie leert hun dat onzeker zijn mag en dat een ander dat niet voor je hoeft op te lossen? En misschien gaan we meiden nog eens leren dat het geen teken van vrouwelijkheid is als je je voegt naar de maatstaf van andermans korset. Wat mij betreft zijn loslatende haren, die storen tijdens een befsessie, het enige valide argument dat een geschoren vulva rechtvaardigt.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

 

(Foto door Viktoria Slowikowska via Pexels )

 

Gestold verlangen

Terwijl het gesprek met de huidige persoon in mijn spreekkamer nog volop bezig is, voel ik het horloge aan mijn pols trillen. Het is Linda, die erg vroeg is en me appt dat ze voor de deur staat. We gaan al een hele tijd met elkaar op. Vandaag is er geen receptie en in verband met onveilige gevoelens wil ik Linda graag snel toegang verlenen tot het pand. Het duurt een minuut of twee voordat de gelegenheid zich voordoet om het gesprek even te onderbreken zodat ik om de deur open kan doen, zonder de huidige cliënt al te veel tekort te doen.

Tien minuten later zitten we tegenover elkaar. Ik kijk naar haar. Haar porseleinen gezicht van gestold verlangen, haar haar strak en stijl, haar ogen vermijdend, haar mond verbeten en haar toon kortaf. Ze zit rechtop, alsof een korset om haar middel haar ervan weerhoudt het comfort van de fauteuil te voelen. Ik heb haar weken niet gezien en had gehoopt om meer ontspanning in haar lijf te kunnen waarnemen. Fysiek is ze er, nu kijken of de rest van haar ook aan wil schuiven vandaag. Welke uitnodiging is daarvoor nodig? Linda heeft in elk geval een broertje dood aan hulpverleners die haar iets gunnen. En ik heb ergens tijdens corona besloten dat je maar een fractie effect hebt als je niet lichaamsgericht werkt. Zeker als het om trauma gaat. Hoe komt dat samen?

 

Irritatie

Benoemen: ik vraag of ze irritatie voelt. “De laatste tijd alleen maar.” Ze ontziet me, door niet te zeggen hoe naar ze het vindt om niet gelijk binnengelaten te worden. En misschien vindt ze ook dat ze het recht niet heeft dat naar te vinden. Ze vertelt in staccato over alles wat slecht gaat. Het is veel. Het leven verraadt haar. Ik beaam. Ze raakt me in hoe moeilijk ze het heeft. Ze doet afstandelijk en kortaf. Maar ik ken haar lang genoeg om te weten dat dat vooral betekent dat ze vastzit in zichzelf. Het feit dat we bijna afscheid moeten nemen draagt bij aan haar gevoel van onmacht. Maar irritatie houdt je beter op de been dan onmacht. Ik probeer een aantal dingen die in het verleden hebben geholpen, maar niets slaat aan. Op welk deurtje ik ook klop, alles blijft gesloten. Haar onderbewustzijn laat me nu op mijn beurt wachten.

 

Haar ritueel

“Zal ik een beetje aan je haar zitten?”
“Aan mijn haar zitten?” zegt Linda, voor het eerst op een andere toon.
Ik herinner me hoe ik jaren geleden op wandel-groepsreis was in de bergen van Nepal. Daar vlocht ik tijdens een avondstop in de woonkamer van een of ander hutje het haar van een vrouw die buiten de groep viel. Vrouwen die aan haren zitten van vrouwen; het schept verbinding. Het is intiem en ongedwongen. ‘Female bonding’, zei mijn reisgenoot destijds.
“Ja, even een beetje met je haar frutselen.” Ik krijg toestemming op voorwaarde dat ik haar haar niet in de war breng. Ik knik en ga achter haar staan.

Ik laat haar haar als gitzwart goud door mijn vingers glijden en vertel een klein lief verhaaltje over een meisje met een moeder met toverhanden. Er ontdooit iets onder mijn handen. Ik streel haar hoofdhuid, maak een vlecht, en terwijl ik ook weer ontvlecht vertelt Linda haar leven. Over haar nieuwe liefde, over hoe hij haar controleert, maar hoe hij ook geeft, niet als al die anderen vóór hem, en hoe onveilig dat voelt, over de angst dat sommige dingen nooit meer goed gaan komen. Ik blijf haar liefdevol aanraken en ontvlechten, en vraag af en toe of het nog steeds oké is, en of ook de manier waarop ik het doe oké is.
“Heel gek,” zegt Linda, “normaal houd ik hier niet van.”

 

Bestaansrecht

En naarmate de vlecht vaker ontvlochten wordt vallen de tranen. Eerst onopvallend, maar dan als een stroompje. Ik stel me voor – want we hebben al die tijd geen enkel oogcontact – hoe ze strepen strekken en inweken op haar porseleinen huid. Na een half uur zachte aanrakingen en vertellen, is het goed en ronden we het haarritueel af. “Misschien ga jij mij ook missen”, zegt ze half vragend als we weer tegenover elkaar zitten.
“Dat weet ik wel zeker”, zeg ik. Er verandert iets in de ruimte als ze me nu voor het eerst vandaag aankijkt en zegt “Ik geloof je wel.”
Mooi dat de overtuiging dat zij bestaat als wezen met waarde dat gemis te weeg kan brengen, grond vat. Wie gemist wordt, heeft bestaansrecht.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)