Verhalen die het daglicht kunnen verdragen, door Sabine Meulenbeld

Diagnose overbeharing

“De huisarts zegt dat ik last heb van overbeharing.” Mijn vriendin Yara had net haar eerste uitstrijkje laten maken. Ze is dan 19 jaar en ik ook. Onze wereld is een wild studentenleven met her en der een collegebank.

Ze zei het met een serieus en schuldbewust gezicht. Terugdenkend vond ik dat nog het meest schokkend. Ik kan me herinneren dat ik dacht: ‘He?! Overbeharing ten opzichte van wie of wat? Wat is dan het gemiddelde? En hoe zit dat dan met mij?’ Deze ‘diagnose’ bevestigde waar Yara al langere tijd bang voor was: ik ben niet normaal. Want als je OVER-behaard bent, zit je in een spectrum waar apen ook zitten. Een on-vrouw. Vernederd en verraden door je eigen lichaam. Eigen schuld. Haar op onbehoorlijke plekken. Niets wat ik er tegenin bracht hielp daarna nog. En het zaad van twijfel ontkiemde ook gretig onder mijn eigen hersenpan.

 

Schaamte

Weer een schadelijke mythe die zich met de voeten op salontafel van ons collectief onderbewustzijn nestelt. Er zit weinig anders op: verstoppen, ontkennen, weg (laten) maken. En om geen enkele twijfel te laten bestaan over het feit dat je je moet schamen voor haar in en om je geslacht noemen we het ‘schaamhaar’. Lekker duidelijk, toch? Wat een kul. Waarom noemen we het geen vulvahaar? Etymoloog Peter-Alexander Kerkhof wist me te vertellen dat het jaartal 1726 de oudste vindplaats is in de Nederlandse taal, van het woord vulva. Dus me dunkt dat vanaf toen het woord vulvahaar al in schwung had kunnen komen. Wat let ons per direct een inhaalslag in te luiden?

 

Driehoek

In het boek van Inti Chavez ‘RESPECT’, waarin jongens juiste seksuele informatie kunnen vinden over meiden (en zichzelf), wordt dit probleem ook gesignaleerd. Meiden groeien op met het plaatje van de standaard driehoek. Bikinibroekjes van meiden en vrouwen bedekken namelijk altijd de gouden driehoek. Door dit normatieve beeld impliceren we dat bij normale vrouwen het haar zich gewoon aan de regels houdt. Er is als je jong bent namelijk niemand die je vertelt dat het normaal is dat genitaal haar bij de meeste mensen vrolijk uitwaaiert naar alle windstreken; benen, liezen, anus. Je wordt hoogstens geïnformeerd dat je schaamhaar krijgt. De bikinidriehoek vertelt de rest.

En zo blijft de mythe in stand: echte vrouwen hebben van nature een ‘bikinilijn’. Bij alle overige vrouwen spreken we van overbeharing. Misschien moeten sommige vrouwelijke topsporters zich daarom wel onderwerpen aan achterhaalde, oncomfortabele en seksistische kledingvoorschriften? Zodat we er, tijdens hun haast bovenmenselijke topprestatie, zeker van kunnen zijn dat het échte vrouwen zijn. Ik heb me zo lang afgevraagd wat dat woord betekende: bikinilijn. Blijkt dat dat het woord is dat de leugen van de gouden driehoek samenvat. Handig ezelsbruggetje.

 

Onschuld

De aanbevelenswaardige podcast “Over haar” van Carolien Borgers, bespreekt dit probleem. Aflevering 5 – “Hem over haar” – vond ik lastig om naar te luisteren. De afkeer voor haar zou iets te maken kunnen hebben met een hang naar een maagdelijke poes. Want een onthaarde poes ademt onschuld. Is dat wat we nodig hebben? Pre-puberale meisjes voor wie je als man geen afwijzing hoeft te vrezen? Is een al te wilsbekwame poes in bed te intimiderend? Liever een betamelijke, kale kut als subtiel teken van onderwerping: ik onthaar me voor jou, niets te vrezen hier. Driehoeksnorm meets Hello Kitty, liefelijker wordt het niet.

 

Genitaal kapsel

Wat zouden artsen leren over beharing? En wat zouden ze leren in hoe ze daar over kunnen communiceren? Wie helpt ons af van schaamte voor haar op gebruikelijke plekken? De huisarts van Yara niet in elk geval. Gemiste kans. Want bij seksuele soevereiniteit past een eigenzinnig genitaal kapsel. Uiteindelijk gaat het dus toch weer over seksuele autonomie.

Misschien gaan we jongens ooit nog leren dat vrouwen niet bedreigend zijn als seksueel wezen met een eigen krachtige stem. Mannen die vrouwen de mond snoeren zijn vaak onzekere mannen. Wie leert hun dat onzeker zijn mag en dat een ander dat niet voor je hoeft op te lossen? En misschien gaan we meiden nog eens leren dat het geen teken van vrouwelijkheid is als je je voegt naar de maatstaf van andermans korset. Wat mij betreft zijn loslatende haren, die storen tijdens een befsessie, het enige valide argument dat een geschoren vulva rechtvaardigt.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

 

(Foto door Viktoria Slowikowska via Pexels )

 

Gestold verlangen

Terwijl het gesprek met de huidige persoon in mijn spreekkamer nog volop bezig is, voel ik het horloge aan mijn pols trillen. Het is Linda, die erg vroeg is en me appt dat ze voor de deur staat. We gaan al een hele tijd met elkaar op. Vandaag is er geen receptie en in verband met onveilige gevoelens wil ik Linda graag snel toegang verlenen tot het pand. Het duurt een minuut of twee voordat de gelegenheid zich voordoet om het gesprek even te onderbreken zodat ik om de deur open kan doen, zonder de huidige cliënt al te veel tekort te doen.

Tien minuten later zitten we tegenover elkaar. Ik kijk naar haar. Haar porseleinen gezicht van gestold verlangen, haar haar strak en stijl, haar ogen vermijdend, haar mond verbeten en haar toon kortaf. Ze zit rechtop, alsof een korset om haar middel haar ervan weerhoudt het comfort van de fauteuil te voelen. Ik heb haar weken niet gezien en had gehoopt om meer ontspanning in haar lijf te kunnen waarnemen. Fysiek is ze er, nu kijken of de rest van haar ook aan wil schuiven vandaag. Welke uitnodiging is daarvoor nodig? Linda heeft in elk geval een broertje dood aan hulpverleners die haar iets gunnen. En ik heb ergens tijdens corona besloten dat je maar een fractie effect hebt als je niet lichaamsgericht werkt. Zeker als het om trauma gaat. Hoe komt dat samen?

 

Irritatie

Benoemen: ik vraag of ze irritatie voelt. “De laatste tijd alleen maar.” Ze ontziet me, door niet te zeggen hoe naar ze het vindt om niet gelijk binnengelaten te worden. En misschien vindt ze ook dat ze het recht niet heeft dat naar te vinden. Ze vertelt in staccato over alles wat slecht gaat. Het is veel. Het leven verraadt haar. Ik beaam. Ze raakt me in hoe moeilijk ze het heeft. Ze doet afstandelijk en kortaf. Maar ik ken haar lang genoeg om te weten dat dat vooral betekent dat ze vastzit in zichzelf. Het feit dat we bijna afscheid moeten nemen draagt bij aan haar gevoel van onmacht. Maar irritatie houdt je beter op de been dan onmacht. Ik probeer een aantal dingen die in het verleden hebben geholpen, maar niets slaat aan. Op welk deurtje ik ook klop, alles blijft gesloten. Haar onderbewustzijn laat me nu op mijn beurt wachten.

 

Haar ritueel

“Zal ik een beetje aan je haar zitten?”
“Aan mijn haar zitten?” zegt Linda, voor het eerst op een andere toon.
Ik herinner me hoe ik jaren geleden op wandel-groepsreis was in de bergen van Nepal. Daar vlocht ik tijdens een avondstop in de woonkamer van een of ander hutje het haar van een vrouw die buiten de groep viel. Vrouwen die aan haren zitten van vrouwen; het schept verbinding. Het is intiem en ongedwongen. ‘Female bonding’, zei mijn reisgenoot destijds.
“Ja, even een beetje met je haar frutselen.” Ik krijg toestemming op voorwaarde dat ik haar haar niet in de war breng. Ik knik en ga achter haar staan.

Ik laat haar haar als gitzwart goud door mijn vingers glijden en vertel een klein lief verhaaltje over een meisje met een moeder met toverhanden. Er ontdooit iets onder mijn handen. Ik streel haar hoofdhuid, maak een vlecht, en terwijl ik ook weer ontvlecht vertelt Linda haar leven. Over haar nieuwe liefde, over hoe hij haar controleert, maar hoe hij ook geeft, niet als al die anderen vóór hem, en hoe onveilig dat voelt, over de angst dat sommige dingen nooit meer goed gaan komen. Ik blijf haar liefdevol aanraken en ontvlechten, en vraag af en toe of het nog steeds oké is, en of ook de manier waarop ik het doe oké is.
“Heel gek,” zegt Linda, “normaal houd ik hier niet van.”

 

Bestaansrecht

En naarmate de vlecht vaker ontvlochten wordt vallen de tranen. Eerst onopvallend, maar dan als een stroompje. Ik stel me voor – want we hebben al die tijd geen enkel oogcontact – hoe ze strepen strekken en inweken op haar porseleinen huid. Na een half uur zachte aanrakingen en vertellen, is het goed en ronden we het haarritueel af. “Misschien ga jij mij ook missen”, zegt ze half vragend als we weer tegenover elkaar zitten.
“Dat weet ik wel zeker”, zeg ik. Er verandert iets in de ruimte als ze me nu voor het eerst vandaag aankijkt en zegt “Ik geloof je wel.”
Mooi dat de overtuiging dat zij bestaat als wezen met waarde dat gemis te weeg kan brengen, grond vat. Wie gemist wordt, heeft bestaansrecht.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

Een 13-jarige maakte een paar weken geleden een einde aan haar leven omdat seksueel expliciete beelden van haar digitaal waren verspreid. Zonder toestemming noch instemming. Het idee dat haar dierbaren deze beelden zagen maakte dat zij geen andere uitweg zag dan springen. Op Twitter (waar ook goede mensen leven) lees ik de eerste reacties. Iemand zegt “Jeetje, de grootste nachtmerrie van elke ouder.” En van binnen buigt alles in mij het hoofd. Verschrikkelijk om een kind te verliezen, verschrikkelijk om op deze manier een kind te verliezen.

 

Keihard aanpakken

Ik vraag me ook af hoe het met degenen is die de beelden gelekt en verspreid hebben. Hadden ze dit voorzien? Wat was hun intentie? En vooral, wat maakt dat iemand anno 2021 zoiets doet? Waarom zeggen we niet: “De nachtmerrie van elke ouder is dat hun kind zulke ellende veroorzaakt tot de dood er soms zelfs op volgt”? Waarom is het ergste dat je als ouder kan overkomen niet dat je kind misbruik maakt van sexting? We kennen de gevolgen.

Shame-sexting is niet oké!

Iemand anders zegt: “Kunnen we die verspreiders niet eens keihard aanpakken?” Weer ben ik het eens. Ongenadig op hun sodemieter moeten ze krijgen! Sexting is oké en shame-sexting is dat niet. Maar daarmee gaan we voorbij aan de eigenlijke oplossing. Want wat maakt nou dat je je überhaupt het recht toe-eigent om een ander digitaal te verkrachten? Wie gaat onze jongeren juiste informatie geven over seksuele rechten die veel, en veel, en veel verder reiken dan een verhaal over anticonceptie? Informatie die meer zegt dan een waarschuwende vinger kan voorkomen.

 

Dweilen met de kraan open

Op LinkedIn deelde ik onlangs een afbeelding van een dwarsdoorsnede van een clitoris. Sinds vorig jaar voor het eerst in onze biologieboeken …, van één uitgever – de dwarsdoorsnede van de penis was er al jaren. Basale, anatomische kennis over het vrouwenlichaam versterkt seksuele autonomie. Maar de meeste mensen zijn zich nog niet bewust van het feit dat seksuele autonomie seksueel geweld tegengaat. Hoe leggen we die brug? Hoe krijgen we de juiste informatie over wie er de baas is over je seksualiteit bij de mensen die ertoe doen? De mensen die nu kinderen hebben of begeleiden én de mensen die nu zelf jong zijn en ooit hún kinderen gaan opvoeden.

Afhankelijk van het niveau maak je niet eens gebruik van een biologieboek en heb je dus geen vanzelfsprekende toegang tot juiste kennis. Huren we eens per jaar een gastles in? Ik hoop het niet! Wanneer raken we doordrongen van het feit dat een duurzame oplossing voor seksueel geweld begint bij integraal beleid gericht op positieve kanten van seks? Hoelang blijven we nog denken dat die banaan met dat condoom het meest briljante idee ooit is? Als ik boos klink komt dat omdat ik dat ook ben. Ik kan me erover opwinden dat de kennis er is, maar we er kennelijk liever voor kiezen nog steeds met de kraan open te dweilen.

 

Hart

Mijn hart gaat uit naar de naasten van deze meid. Mijn hart gaat uit naar alle meiden en jongens die zich eenzaam of wanhopig voelen in een soortgelijke situatie. En ik maak me zorgen om hen, maar ook om de (potentiële) plegers. Ik weet uit ervaring dat de profielen van beide groepen doorgaans weinig van elkaar verschillen. En voor iedereen die zich afvraagt wat je kunt zeggen als je ooit in aanraking komt met een jongere (of volwassene) in deze situatie:

  • Het is niet jouw schuld
  • De pleger is degene die fout zit
  • Dit had nooit mogen gebeuren
  • Jij hebt dit niet verdiend
  • Je bent niet alleen

 

Digitaal friemelen

In de eerste geprinte editie van Vlam staat een artikel over sexting en shame-sexting en dat iedereen het “recht op sexten” heeft. Wil je hier meer info over schaf dan editie 0 van Vlam aan, dat kan zowel door een digitale versie tante schaffen als ook de geprinte versie. Hier kun je beide verkrijgen.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

 

“Ik zit met iets, ik denk dat jij het antwoord hebt, mag ik je morgen wat vragen?” Dit bericht stuurde Natasja mij. Ik ken haar eigenlijk niet goed. Ze zat eens in een workshop die ik gaf om mensen te leren hoe ze om kunnen gaan met paniek en stress. Een chocoladekoekje voor de ziel, noem ik het. Ik schrijf haar terug dat ik gelijk vroeg in de ochtend tijd voor haar kan maken. Geen seconde later dan 9.00 uur belt ze me. Haar eerste woorden zijn een verontschuldiging over dat ze misschien had moeten wachten tot 3 over 9. Ze klinkt een beetje bibberig, gehaast. “Nee hoor,” zeg ik, “je belt precies op tijd.” Ik nodig haar uit met een voorzichtig voorzetje. “Je hebt een vraag of je zit ergens mee, wat kan ik voor je doen?”

“Ja,” zegt ze, “vooral dat laatste.”

“Je kunt zeker wel raden dat ik seksueel misbruikt ben als kind?” Het is niet echt een vraag, want ze zegt er gelijk achteraan: “Ja, dat weet je wel.” En ergens heeft ze ook gelijk. Met mijn jarenlange spreekkamerervaring hoor ik ook dingen die niet met woorden worden uitgesproken.

“Ik weet niet waar ik moet beginnen. Het is heel persoonlijk. En nu ben ik bij een stuk aanbeland waar mijn vaste hulpverlener me niet goed mee kan helpen en ik denk dat jij het antwoord hebt.” Ik merk dat haar verwachting, in combinatie met de achtergrond van haar vraag, me op scherp stelt. Gelijk is er twijfel, faalangst, kan ik dit wel?

 

Lichamelijke reactie

Het lukt haar uiteindelijk woorden te vinden. Het gaat om haar lichamelijke reactie als Natasja terugdenkt aan herinneringen van misbruik. Het zijn haar eerste herinneringen, ze was nog heel erg jong. “Ik wil niet opgewonden worden, maar het gebeurt wel. Ik begrijp het niet, ik raak ervan in de war en ik wil het niet.” Haar zinnen rollen zigzaggend uit haar mond.  Ooit zag ze een filmpje bij Psytrec als onderdeel van de behandeling. Een man die een Rubik’s Cube in een oogwenk oploste had een erectie. Een genitale respons van opwinding om te presteren, niet noodzakelijkerwijs van geilheid. En weer op enigszins verontschuldigende toon zegt ze: “Ik weet wel dat je tijdens een verkrachting nat kunt worden ter bescherming. Maar dat is nu voorbij, ik ben nu niet meer in gevaar! Begrijp je me?”

En ik hoor de opluchting als ik begin te vertellen dat ik haar verhaal herken.

Het is mooi dat Natasja zelf al een goed voorbeeld heeft van hoe een genitale respons en het leveren van een geestelijke of lichamelijke prestatie niet zomaar twee verschillende dingen zijn. Het is waar dat een genitale respons je kan beschermen in gevaarlijke situaties, met als doel beschadiging te beperken en dus overlevingskansen te verhogen. De hersenen maakt het niet uit of iets levensbedreigend is, of dat het gekoppeld is aan een positieve opwinding. “Ja,” zegt Natasja, “net als bij het hard lopen. Dan ben ik ook vochtiger.” Je hersenen maken ook weinig verschil of iets in het hier en nu, of in het verleden plaatsvindt. Het hulpeloze kind blijft altijd ergens in ons. Door de situatie te herbeleven, of zelfs te herinneren, slaan je hersenen en je lijf aan, en helpen je met alles wat ze in zich hebben door de herinnering heen. Alle hens aan dek. Maar het voelt nu als verraad en het voedt de verwarring. Schuld en schaamte kloppen op de deur.

 

Overleving

Daarnaast heb ik de ervaring dat relatief veel van mijn cliënten een seksuele voorkeur ontwikkelen waarbij macht of pijn een rol speelt. Dit kan emotioneel belastend zijn en eenzaamheid in de hand werken. “Breek me de bek niet open”, zegt Natasja, en daar houdt ze het bij.

Die overleving is eerder een teken van gezondheid, dan dat er iets niet deugt. En het is belangrijk om dingen te plaatsen, op cognitief, lijfelijk en spiritueel niveau, om weer heel te worden als mens. Ik merk hoe Natasja langzaam zakt in haar spanning. Maar het kwartje valt definitief als ik haar uitleg dat de genitale respons haar niet definieert. Het is niet wat er in haar ziel huist. Zij ís niet haar lichamelijke reacties. Zij ís niet haar seksuele voorkeuren. Ze is een mooi mens in transitie, zoals we dat allemaal altijd zijn, als we onszelf dat toe staan. ‘Beter worden’, dat zouden we eigenlijk niet alleen moeten willen na trauma of ziekte. We zijn overlevers, en we zijn nog zo veel meer dan dat. Niets om je voor te schamen.

Ik realiseer me dat mijn reactie van faalangst daar ook alles mee te maken heeft. Het is die combinatie van verwachting, belang, verantwoordelijkheid en betekenis. Ik bén niet mijn angst, maar zo voelt het wel even. “Daar kan ik mee verder”, zegt Natasja. “Die reactie, daar ga ik niet over. Mijn lichaam gaat daarover. En die reactie staat niet gelijk aan genot. Mijn hersenen zijn nog niet waar mijn ziel is.”

En terwijl ze dit zegt, denk ik: “Zo had ik het moeten zeggen. Zo kan ik het vanaf vandaag zeggen.”

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

 

Als het onderwerp orgasme ter sprake komt, begint Saskia iets sneller en zachter te praten. “Nou, zal ik je eens wat vertellen: tot mijn 28ste was ik nog nooit klaargekomen. Ik wist dat een percentage vrouwen niet klaarkomt. En omdat ik al bijna 30 was, en nooit een orgasme had beleefd, dacht ik: ik ben die vrouw, ik kan niet klaarkomen. Maar toen mijn relatie met Johan op de klippen liep, ontdekte ik een nieuw concept: zelfbevrediging. Niet dat ik voor die tijd nooit met mezelf had gevreeën, ik vond er gewoon niks aan. Maar nu voelde ik ineens de vrijheid om gids te zijn van mijn eigen speurtocht, in plaats van me te laten leiden door hem. Ik kwam erachter dat ik wel degelijk een orgasme kon hebben. Mijn seks is niet stuk.”

 

Saskia’s seks bevond zich jarenlang op een dwaalspoor. Dat ging niet vanzelf. Ze vertelt dat haar seks gestuurd werd door alle onrealistische en stereotype ‘seks’scènes op tv, in combinatie met gebrekkige seksuele vorming. Seks staat tussen haakjes, omdat seks meestal gereduceerd wordt tot penetratie. Terwijl seks natuurlijk meer is dan dat, of zelfs niet eens daarmee te maken hoeft te hebben. Deze week ben ik weer eens extra gaan letten op seksscènes. In de meeste scènes is de aanloop naar coïtus – penetratie dus – minder dan 15 seconden. En in alle gevallen ‘weet’ de kijker dat er penetratie plaatsvindt doordat de vrouw bijvoorbeeld haar hoofd in extase achter in haar nek legt, en met gesloten ogen hoorbaar inademt, als uiting van genot.

 

Het is niet gek dat je over jezelf gaat denken dat er iets mis is met je, als je a) 1x de boodschap krijgt dat sommige vrouwen niet klaarkomen, b) duizenden keren het penetratiescript in combinatie met vrouwelijk genot hebt gezien en c) nog nooit een orgasme hebt bereikt. Saskia overdreef daarom haar genot niet alleen voor haar bedpartner, maar ook voor zichzelf. Ze vond het normaal om zijn genot voorrang te geven. Het penetratiescript is mede zo hardnekkig doordat het makkelijk en veel toegang tot ons heeft via allerlei media. Ik pleit voor een disclaimer bij deze scènes: ‘Waarschuwing, deze scène berust op onrealistische aannames over het functioneren van het menselijk lichaam en stereotypen die schadelijk zijn voor plezierige seks.

 

Gelukkig ontdekte Saskia dat ze, tegen al haar denkbeelden in, niet zomaar klaar kan komen op basis van penetratie. Uiteindelijk vond ze haar vingers (of haar vingers haar), een vibrator, de waterstraal, en had ik al de vibrator genoemd? (Een disclaimer: ‘Vibrators blijven er vaker OP, dan dat ze er IN gaan’). En vooral ontdekte Saskia dat haar eigen tempo en voorwaarden het kompas zijn naar lustvolle seks die ook voor haar plezierig is. Het duurde daarna nog één relatie voordat ze aan zichzelf durfde te zitten tijdens het vrijen. Pas toen ze haar huidige partner ontmoette, waarmee ze inmiddels bijna 17 jaar samen is, kwam er een nieuw hoofdstuk in haar seksuele carrière. En nadat ze het laatste slokje thee naar binnen laat glijden zegt ze “Ik gun mijn dochters een steilere curve”.

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

“Ik houd van dat vlezige van een penis,” haar ogen worden spleetjes, “en dat gevoel van helemaal gevuld worden door hem.” Alsof er lava uit de spleetjes sijpelt, als volledige belichaming van haar woorden. Het valt me weer op hoe mooi ze is, terwijl we zo tegenover elkaar zitten. Om op te eten.

Henri, haar eerste, haar enige. Binnenkort zijn ze 50 jaar samen. Daarom gaan ze een lang gedroomde reis maken. Ik vraag haar hoe hij zou reageren als zij haar geheim zou vertellen. Ze valt stil en kijkt omhoog. “Eigenlijk is het heel vreemd dat ik het nooit heb verteld. Ik ben een heel open persoon. Ik moet het hem vertellen, ik wil niks achterhouden.” Meer dan trouw zijn aan haar openheid. Tussen de regels klinkt iets van plichtbesef door. Ik voel hoe mijn vraag bij haar iets losmaakt van morele verantwoording af moeten leggen. Maar moraal heeft nog nooit tot seksuele soevereiniteit geleid.

 

L-woord

Het is alweer een flink aantal maanden geleden, dat ik tijdens een gesprek over seksuele beleving aan haar vroeg: “Ben je eigenlijk niet gewoon lesbisch?” Ze verraste me toch door te zeggen dat ze dacht van wel. Of eigenlijk, ze denkt al jaren dat ze bi is. Maar nu het L-woord via haar trommelvlies haar hersenen bereikt, lijkt dat toch een optie die dichterbij voelt.

Margriet is gelukkig in haar relatie. Ze hebben alles overwonnen. Er is liefde. Ze hebben het oprecht heel goed. Ze hebben ook een leuke buurvrouw met een lang lijf. Nee, ze flirt niet met haar. Maar ze fantaseert wel van een tijd waarop hun beider mannen gestorven zijn, waarna ze wel eens “meer dan heel erg close konden worden. Ze zeggen toch weleens ‘die moet een goede beurt hebben?’. Nou, bij haar denk ik ‘die moet een goede beurt hebben van míj!’” Ik lig dubbel, weer die spleetjes. Ze houdt van borsten, het oneindig zachte, en terwijl ze het me vertelt drijft ze weg op een wolk van eindeloze mogelijkheden. Ze vindt een man het mooist om naar te kijken als hij zijn geslacht wegstopt naar achteren.

 

Contact

“Eigenlijk zou je het liefst een vrouw met af en toe een vlezige erectie willen”, probeer ik. En alsof er iets in elkaar valt, maakt ze nu heel intens oogcontact met me. “Het liefst wil ik een transgender.” Ik glimlach en knik. Ze vervolgt met iets verslagens in haar toon dat transgenders schaars zijn. Als ik opper dat ze er wel steeds meer zijn, en dat ze er steeds meer mogen zijn, heft Margriet haar hoofd en neemt nog een slokje.

Ons gesprek maakt dat ik weer doordrongen raak van mijn privilege als hetero. Het is zo comfortabel om binnen de norm te passen. Er zijn zo veel jassen die ik nooit aan hoeft te trekken en dus ook niet uit hoeft te doen. Mijn geaardheid voldoet aan de gouden standaard. Ik sidder bij de gedachte hoe ik me gevoeld had, als ik als hetero geboren zou zijn in een wereld waar het gedachtengoed van conservatieve homoseksualiteit de dienst uitmaakte. Had ik me uit alle macht aangepast en geprobeerd acceptabel te worden?

 

Rijpen

Terwijl ze haar kopje aandachtig terugzet vang ik haar ogen die nu rond zijn: “Ik had je dat gegund, dat je daarmee had kunnen experimenteren. Ik gun je dat nog steeds.” Maar ik lees haar blik die vertelt dat het er niet meer echt in zit. Ik zeg “Misschien hoef je het niet te definiëren als iets achterhouden voor Henri. Misschien mag je het definiëren als iets dat nog gekoesterd mag worden, uitgezocht, verkend, ontdekt. Iets lekkers voor jezelf, waarmee je hem niet tekortdoet. Misschien mag het nog rijpen voor je besluit hoe en of je hem als reisgezel naast je uitnodigt?”

“Dankjewel dat je dat zegt. Dat geeft me lucht.” En als ze weg is blijft iets van haar parfum in de spreekkamer achter.

 

(Alle namen in de column zijn gefingeerd zijn en het verhaal is met uitdrukkelijke toestemming geschreven en gepubliceerd)

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)

“Verhalen die het daglicht verdragen (1)

 

De angst verdringt de liefde

Ze wil het alleen vertellen voor VLAM Magazine als het anoniem mag. Ik stem in. En terwijl Zera het verhaal van haar zoon Ali en zijn beste vriend Soefien deelt, vallen naast een zwaar Utrechts accent, vooral haar sprekende bruine ogen op. “Ze lagen samen in de wieg, ze deelden dezelfde speen en dezelfde fles als er nood was. En toen ze het lopen onder de knie hadden renden ze naar elkaar toe, telkens als ze elkaar weer zagen. Al was het tien keer per dag. Ze gaven elkaar dan een dikke knuffel en een dikke smakkerd op de mond. Zo ging het vanaf hun babytijd. Heel natuurlijk. Net twee broertjes.”

Gay

De twee moeders, de ene van Turkse afkomst, de andere van Marokkaanse, zien elkaar meer als zussen dan als vriendinnen. Dit gevoel geven zij door aan de volgende generatie. Ze genieten intens van het liefdesritueel van hun kinderen. Maar in groep 1 gaat het mis. De jongens komen tot hun grote verdriet niet bij elkaar in de klas, als twee van de weinige kinderen met een migrantenachtergrond op een ‘witte school’. Thuis tijdens het avondeten zegt Ali: “Iemand zei ‘gay’ tegen me, mama.” Bij navraag blijkt dat het was omdat hij Soefien in de pauze, geheel volgens de traditie, een kusje gaf.

Schaamte

Maar het is al te laat als Zera aan Ali uitlegt dat je daar geen gay voor hoeft te zijn en dat kusjes geven altijd oké is. Toch neemt diep vanbinnen bij de kleuters vanaf dat moment schaamte zijn intrek. Want kinderen voelen feilloos aan wat wel ‘mag’ en wat niet. Vanaf die tijd lopen ze niet meer hand in hand en geven ze elkaar geen kusjes meer, ook thuis niet. Terwijl Zera vertelt, breekt mijn hart voor alle opgedroogde kusjes.

Ali en Soefien staan niet alleen in hun ervaring. Uit onderzoek weten we dat stereotype denkbeelden zich in kinderenzielen nestelen tijdens hun schoolperiode. Ze zijn een korset voor genderexpressie. Als getrainde sluipschutters vinden (gender)normen over hoe je het beste jezelf kunt zijn, moeiteloos hun weg naar jou. Die stem van verinnerlijkte groepsdruk fluistert je toe: hier moet ik me voor schamen. Jouw schaamte is vervolgens het wapen waarmee de ander jouw eigenheid kan ondermijnen zodat je je conformeert aan ‘de regels’.

Gedoe

Zera vindt het stuitend dat kleuters al zo jong bedenken dat je elkaar als gay kunt bestempelen. “Ze weten niet eens wat het is. Omdat we gay vrienden hebben kon ik goed uitleggen dat je dan als man op mannen valt. Net als Mehmet en Amir, ook toevallig een Marokkaan en een Turk, die gewoon getrouwd zijn. Ik heb altijd wel geleerd dat het normaal is en niets om je voor te schamen. Maar ik wilde hen ook beschermen tegen pesten. Ik heb die kusjes daarna ook niet verder aangemoedigd. Ze hielden van elkaar, nog steeds, maar die onbevangen liefdesuiting, die is hen toen afgenomen. En dat neem ik de opvoeders van de betreffende, pestende, kleuter kwalijk.”

Ik weet niet wat me meer raakt. Het feit dat Zera haar zoon kon uitleggen wat homoseksualiteit is aan de hand van een voorbeeld uit haar intieme vriendenkring. Of het feit dat ze haar verhaal, haar denkbeelden, niet in het openbaar durft te delen uit angst voor de gevolgen. Hun komaf weerhoudt haar daarvan. Het levert te veel gedoe op in de gemeenschappen, te veel venijn, te veel oordeel. Daar wil ze hen, maar ook zichzelf tegen beschermen.

Contrast

Keer op keer verrassen mijn cliënten, collega’s en vrienden mij met hun ruimdenkendheid als we een individueel gesprek hebben. En steeds weer schokt het me dat het contrast met hoe zij zich naar buiten toe gedragen zo groot is. Binnenshuis zijn mensen ruimdenkend, buitenshuis verstomt dat geluid en profileren ze zich volgens de norm. De angst verdringt de liefde. Zo ontgroeien we ons schoolpleingedrag maar mondjesmaat en geven we ons gedrag door aan de volgende generatie: meisjes spelen met poppen en jongens met auto’s. Jammer toch, dat we onze soevereiniteit zo makkelijk uit handen geven? Daarom wil ik deze columns schrijven. Zodat de stem van het individuele verhaal gehoord kan worden zonder haar te generaliseren, marginaliseren of bagatelliseren. Vanzelfsprekend liefdevol, zodat we kunnen vieren wie we zijn, als broertjes.

*Het woord stereotype ontleent zijn betekenis aan de samenstelling van de Oud-Griekse woorddelen stereos en typos. Hierbij staat stereos voor ‘vast’; typos betekent ‘slag/afdruk/vorm’. De versmelting van stereos en typos heeft geleid tot de oorsprong van het woord stereotype [wiki.org].

 

Geschreven door Sabine Meulenbeld (Specialist Seksuele Soevereiniteit, trainer, coach, therapeut. (www.sabinemeulenbeld.nl)