Pak er maar even aan papiertje bij, want dit gaat ingewikkeld worden zonder visuele hulpmiddelen. Teken een punt op het papier. Dat ben ik. Ik heb twee verschillende relaties met twee verschillende mannen: twee lijnen schuin omhoog, zoals een V. Elke man is een eigen punt op het papier. In mijn eerste polyamoureuze sitatie hadden beide mannen ieder minimaal drie andere partners. Als je even meetekent, krijg je een soort vliegend hert. Die andere partners hebben óók partners. En die óók weer. Nog even en het leest als de stamboom van Queen Victoria, die door slimme huwelijkspolitiek verwand was aan vrijwel alle koningshuizen in Europa. Je hebt een “polycule” getekend: een moleculaire structuur van polyamoreuze relaties.

Pak nu een rode stift en zet een vet kruis door één van de relaties die je hebt getekend. Dondert niet welke. Daar is een relatie op een spectaculair slechte manier uitgegaan. Want we doen allemaal onze best om “good poly people” te zijn en alles uit te praten op een non-aggressieve manier met de beste communicatieve vaardigheden die we hebben…ach wie hou ik voor de gek. De meesten van ons doen hun stinkende best. Maar er zijn ook stieren in de porceleinwinkel, die uit gebrek aan ervaring of gebrek aan emotionele ontwikkeling en soms uit kwade opzet, een relatie behoorlijk kunnen verstieren (aha, daarom heet dat zo!). Of soms doe je je best en loopt een relatie alsnog in het honderd. En alle gevoelens en gebeurtenissen, positief of negatief, trillen door het hele polynetwerk heen, zoals de draden van een spinnenweb trillen wanneer er een vlieg in vast komt te zitten.

Als mijn metamour (de partner van mijn partner) een nare breuk te verwerken heeft, dan neemt mijn partner daar waarschijnlijk iets van mee naar huis. Dat kan een simpele mededeling zijn… maar ook een complete breakdown omdat míjn partner ineens bang geworden is dat al dat zijn relaties óók stukgaan en dat hij eenzaam zal sterven in een smerig huis waar de pizzadozen zo hoog opgestapeld zijn dat de politie de voordeur niet eens openkrijgt. Dit is het rimpeleffect: een gebeurtenis heeft altijd een indirect en onbedoeld effect op de omgeving. Binnen een polycule kunnen de relaties hecht en intiem zijn en dan kan zo’n rimpeleffect voor enorme gevolgschade zorgen.

Hoe hou je dat tegen? Niet. Maar je kan er wel mee om leren gaan. Tip 1: zorg voor jezelf. Al die tegeltjeswijsheden en clichés van eerst jezelf liefhebben omdat je anders niet van een ander kan houden? Het is de waarheid. Leer voelen waar je grenzen liggen, geef ze op tijd aan en handel ernaar. Als jij om elf uur naar bed moet omdat je anders de volgende dag kapot bent, dan ga je. Ook als je partner aan het uithuilen is. Tip 2: goede partnerkeuze. Kies partner(s) uit die hun eigen grenzen kunnen aangeven en bereid zijn hun communicatie daarover te ontwikkelen. Tip 3: leer actief luisteren. Daar zijn boekenkasten over volgeschreven, het is sowieso een goede vaardigheid om te leren. Want iedereen heeft relaties, of ze nu seksueel intiem zijn of niet. Bel iemand op, vandaag nog, en luister zonder te oordelen en zonder advies te geven. Wees aanwezig bij elkaar met je onverdeelde aandacht, meer hoeft er even niet.

 

Hoe gaat dat nou in zijn werk, een leven met meerdere partners? Er was een tijd dat ik ongeveer één nacht per week mijn vaste ‘nest’-partner alleen liet om tijd door te brengen met mijn andere partner. Zo begon het natuurlijk niet, het was een kwestie van langzaam opbouwen. Een man uit onze vriendenkring liet weten interesse in me te hebben. Daar moest ik eerst aan wennen, enerzijds omdat ik al in een tamelijk vaste relatie zat en anderszijds omdat ik niet begreep wat hij precies in me zag. Dat één man me leuk vindt is tot daar aantoe, maar meerdere? Over de hoogte van mijn zelfvertrouwen in die fase zullen we maar niet teveel zeggen. Dat zelfvertrouwen is inmiddels behoorlijk, excusez le mot, opgekrikt.

Vaste partner was zelf een voorstander van open relaties, dus mijn eerstgenoemde twijfel was snel van tafel geveegd. Andere partner had aan zijn kant al zeker drie andere relaties, voor hem was delen normaal. Toch duurde het een goed half jaar voordat ik me veilig en comfortabel genoeg voelde om bij de andere partner naakt in bed te stappen. De volgende ochtend appte ik ongerust naar mijn vaste partner: of het wel echt écht ECHT ok was dat ik na vier jaar monogamie met iemand anders sex had gehad. Jaha, was het antwoord.

Tot dat punt was ik al jaren met mezelf in debat óf ik een open relatie wel aandurfde of aanwilde. Ik had altijd richting de ‘nee’ geleund, richting de conservatieve optie, die veiliger voelde. Alleen daarmee had ik de vaste partner een leven ontzegd waar hij wel behoefte aan had. En ik was zelf ook stiknieuwsgierig. Ik ontspande, gaf toe en de new relationship energy (zie column ‘Meer-liefde’) het over van mijn weldenkende brein.

De sex met de andere partner was fenomenaal. Ik genoot van de gelukzalige glorie, het trompetgeschal van cherubijnen die rondom zijn bed vlogen, de overweldigende verliefdheid die tussen ons knetterde als bliksem op een zomernacht, en reisde al snel heen en weer tussen twee levens. Daarmee was ik, zoals dat heet, de ‘punt van de V’, de enige verbinding tussen twee aparte uiteinden. Dat vereiste dat ik steeds overstapte van de ene bubbel naar de andere, zoals je ook moet overschakelen van werk naar privé, of van oma’s verjaardag naar een trancefestival.

Goede sex buiten de deur bleek binnenshuis ook tot betere resultaten te leiden, zeker in de eerste maanden. Mijn twee partners werden bevriend en spraken elkaar af en toe buiten mij om, ook al was het dan uitsluitend over computers. Als we gedrieën in dezelfde ruimte waren, namen ze me in de maling met flauwe geintjes. Door de dubbele aandacht voelde ik me net een ingestraald flesje water. We grapten ook wel eens over threesome sex, al is het zover nooit gekomen.

De mannen hadden ieder ook weer andere relaties, feitelijk waren we allemaal zowel de onderste als de bovenste punt van een V, een hele keten van relaties. Tot we, na het doven van het eerste erosvuur, erachter kwamen hoe een flinke trap aan één kant de hele keten kan laten wankelen. Maar dat verdient een eigen column.

 

‘In geval van twijfel is het antwoord: nee.’ Advies van een oude studievriend, die duidelijk kiest voor de status quo versus het groene gras aan de overkant. Waar ik in mijn leven dit advies heb opgevolgd, heb ik er welgeteld één keer spijt van gehad: toen een bevriende band mij vroeg mee op tournee te gaan om onderweg cd’s en t-shirts te verkopen. Half Europa doorkruisen in drie weken. Slapen in een stinkende tourbus met negen harige bierdrinkende mannen, kartonnen dozen met merchandise de bus uit en in sjouwen, geen enkele avond voor middernacht gaan slapen, maar ook: avontuur. Iedere avond gegarandeerd goede muziek en keihard lachen om vuige grappen. Ik twijfelde en verkoos mijn uitzendbaantje in een doodsaai kantoor boven de onzekerheid. Met tranen in mijn ogen vulde ik de volgende dag tekenboeken met even saaie contracten en nietmachines met glimmende nietjes.

 

Geen spijt van de man die ik meenam uit de kroeg toen ik er net achter was gekomen dat er een seksueel verschil bestaat tussen ‘dominant’ en ‘onderdanig’. Ook geen spijt dat ik hem om vier uur in de ochtend de deur wees (zo dominant was hij niet), noch van de drie mannen die ik in in de maanden daarna meenam uit andere kroegen en die evenmin in het ochtendlicht konden tippen aan de glans van de voorbijgegleden nacht.

 

Geen spijt van het vriendje dat ik aan de kant zette omdat hij me intellectueel niet bij kon houden, ook niet toen hij als wraakactie mijn boeken over zijn balkon vier verdiepingen naar beneden keilde. Ik ben fluitend naar de supermarkt gewandeld en heb voor de luttele huurprijs van één euro een karretje meegenomen waar al mijn boeken prima inpasten voor de wandeling richting mijn nieuwe studentenkamer. In die dagen had ik tijd voor alles: dat de wandeling drie uur duurde, maakte heus niet uit. Onderweg een ijsje gegeten. Ook geen spijt van. Het mooiste was dat ex-vriendje wél spijt kreeg en een enorme bos rode rozen bij mijn deur legde. Helaas zonder kaartje erbij dus ze werden direct geclaimd door de flaming gay huisgenoot, voor wie er wekelijks bloemen op de stoep lagen. Ex-vriendje bleek toen ook flink homofoob en werd alweer woedend, waardoor ik me bevestigd voelde in mijn keuze om bij hem weg te gaan.

 

Je kunt alleen maar ergens spijt van hebben als je zeker weet dat je diezelfde keuze niet nog eens zou maken. In alle andere gevallen heeft spijt geen enkele nut en ben je jezelf alleen maar gek aan het maken met keuzestress of misplaatst schuldgevoel. Want ik had spijt van de keer dat ik ‘ja’ zei tegen Pisang Ambon, maar ik drink nog steeds (alhoewel geen cocktails). Het gaat er maar net om hoe je de vraag formuleert. Vertrouw je erop dat doorzettingsvermogen, hoop, geloof of een andere emotie je door de twijfel heentrekken? Als je ‘ja’ zegt, ziet het leven er een stuk mooier uit. Minder veilig, wel mooier.

 

Graag stellen we jullie voor: Cat, schrijfster van onze column. Op deze website vind
je iedere week een nieuwe column over liefde, communicatie, polyamorie, kink
en – af en toe – tuinieren. Cat is een veelschrijver over uiteenlopende
onderwerpen. Ze identificeert zich als vrouw, draagt nooit een broek en vindt dat
de emancipatie van de grootste demografische groepering ter wereld die nog
steeds als minderheid wordt behandeld (vrouwen) wel een zetje kan gebruiken.
Binnen de vrijheid om te mogen zijn wie ze is, eist ze het recht op om zowel
luidruchtig als onderdanig te zijn op eigen verkozen momenten. In de teksten
voor VLAM worstelt ze met herkenbare problemen op het gebied van relaties en
sex, in de veronderstelling dat zowel zijzelf als jij daar beter van wordt!

Lees hier haar eerst column

Was het al jarenlang mode om je te bezinnen, om te gronden, aarden, mediteren, kleuren, balanceren … gooit een virus ineens de hele samenleving plat. Mits er geen ziekte in je directe omgeving is die aandacht vereist, is deze periode ook een kans om aan mooie dingen ruimte te geven. Om weer verliefd te worden: op jezelf of op een partner, een hobby of een passie, je werk of je huis. Daarbij ga ik er optimistisch van uit dat de coronacrisis inderdaad een periode blijkt en dat we over een aantal weken weer bewegingsvrijheid hebben.

Voor mij is het makkelijk praten. Ik voed mijn passie voor schrijven, geniet enorm van de eerste stappen met VLAM, word uitgedaagd door twee jonge kinderen, bouw aan mijn broodwerk, herontdek mijn huidige partner en ben verliefd op een nieuwe partner. Of, zoals we dat noemen in poly-kringen: ik wentel me in new relationship energy.

Lieve lezer, laten we eerst iets afspreken. Want ik ga de komende tijd op deze plek met allemaal termen gooien. Ik maak zo goed mogelijk duidelijk wat ik bedoel en jíj leest zo aandachtig mogelijk. Communicatie is de kern van het bestaan, laten we er dan ook een beetje van genieten.

Allereerst de term ‘poly’. Dat is een gebruikelijke afkorting voor poly-amorie = meer-liefde. Meerliefde betekent dat er meerdere liefdesrelaties tegelijkertijd mogelijk zijn met meerdere volwassenen én dat die mensen allemaal op de hoogte zijn én instemmen met de situatie. Het is een levenswijze die een alternatief vormt voor traditionele man-vrouw-tot-de-dood-ons-scheidt-monogamie. Dat de monogame traditie niet zo oud is als menigeen denkt, komt in een latere column zeker nog ter sprake.

Polyamorie is ingewikkeld, kost enorm veel tijd, vergt moed, eerlijkheid en zelfreflectie en levert niet per se méér of betere sex op dan monogamie. Waarom doen we het dan? Omdat we meer liefde voelen dan we aan één persoon kwijt kunnen, zoals we ook van meerdere kinderen kunnen houden.  Omdat we bepaalde aspecten van ons leven of onze seksualiteit beter met een tweede, derde of vierde partner kunnen delen – beetje zoals je met sommige vrienden alleen naar de film gaat en met andere altijd gaat bowlen. Omdat je een zelfgekozen ‘familie’ kunt opbouwen, die sterker kan zijn dan de bloedfamilie waar je mee opgescheept zit. Soms doen we het omdat new relationship energy verslavend is: het verliefde gevoel dat je krijgt van een nieuwe connectie en dat, als je elkaar niet te vaak ziet, jarenlang kan voortduren.

Ik ben er nog niet van overtuigd dat polyamorie de beste manier is om mijn leven in te richten. Het heeft me de afgelopen jaren hartezeer opgeleverd, maar ook prachtige momenten die ik anders had gemist. En ik wil niet terug naar volledige monogamie. Maar hoe aandacht en liefde en tijd te verdelen over meerdere mensen inclusief mijzelf, dat blijft een strijd. Ik ga het proberen – lees je mee?